Hello world!

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Granby- New York- Thuis

Beste allemaal,
 
Het fietsende leven zit er weer op… Vorige week zondag
zetten wij weer voet op Nederlandse bodem, maar dit pas na nog een prachtige
week fietsen door het Rocky Mountains National Park en nog meer geweldige
gastvrijheid van de Amerikanen te hebben genoten.
 
De laatste
fietskilometers

In het park hebben we nog elanden kunnen zien. Toen
iedereen foto’s stond te maken aan de ene kant van een prachtige bull-moose,
klonk er gekraak uit het bos aan de andere kant en kwamen er pardoes een
moeder-eland met kind uit de struiken. Zij liepen ongemerkt over de
parkeerplaats om daarna weer tussen de bomen te verdwijnen. Het blijven prachige
grote beesten om te zien. Aan de oostkant van het park werden we door de elken
(grote herten) platgelopen. Overal lagen enorme kuddes in de velden en bij tijd
en wijle blokkeerden zij de weg of het pad als ze overstaken.
Bij het
bezoekerscentrum voor de laatste hoge pas over de Rockies ontmoetten we Patrick
op zijn racefiets en hij nodigde ons spontaan uit om bij hem en zijn vrouw te
komen logeren. In een kast van een huis, prachtig! Patrick is architect en klust
zelf ook een heleboel, en het huis had hij dan ook grotendeels eigenhandig
gemaakt. Wij hadden een eigen badkamer met bad en douche en na een uur na onze
aankomst moesten Pat en Sandy beide weg voor glow-in-the-dark-golf van de
Rotary. Dus stonden we daar in dat prachtige huis, alles voor onszelf… Na twee
biertjes (dit al onder het eten, onder begeleiding van Pat) ging Joris na een
kudde herten achter het huis te zien rennen, zelf rennend dwars door de hordeur
om de herten te bekijken… Was al vaker gebeurd, kon gelukkig zo weer gemaakt
worden.
Op zaterdag hadden Pat en Sandy nog meer loges, ook voor hen twee
onbekende mensen, geen fietsers maar ,mensen van de Rotary. Zij kwamen voor een
conferentie om over ‘water’ te praten. De man, bijna 90 jaar, kende onze
kroonprins ook wel, had ie al eens ontmoet bij een conferentie in New York. De
wereld is maar klein.
Na drie nachten in Estes Park moesten we ons losrukken
uit de heerlijk witte dekbedden en begonnen we aan de laatste kilometers via
Boulder naar Denver.
Boulder is een super outdoorsie stad. Veel studenten,
allemaal fietsen, een gezellig centrum met koffiehuizen en terrasjes. De
Amerikanen vinden het geweldig, voor ons was het alsof we bijna weer in Grun
waren. Bij binnenkomst was er een koffietent waar een poster hing van de Vuelta.
Leuk om daar Nederland op te zien, konden we de Amerikanen gemakkelijk uitleggen
waar wij wonen. De gemiddelde Amerikaan kan namelijk New York niet eens op de
kaart vinden, laat staan Nederland.
In Boulder hadden we weer een
Warmshower. Ditmaal bij een gezin met twee kids. Ed is een software engineer en
die doet duidelijk goede zaken: ook hij heeft een prachtig huis. Wij mogen in de
masterbedroom slapen, wederom met eigen badkamer. Er zit zelfs een zwembad in de
tuin. Als je iets uitkiest moet je het goed doen ;)
Na een nacht bij Ed
verkassen we naar Mike en zijn vriendin Katie. Mike was Stels huisgenoot in
Alicante zeven jaar geleden, maar bleek geen spat veranderd. We hebben een
gezellige barbecue en de drie honden doen zich te goed aan de kip die maar niet
gaar wilde worden.
Dan de laatste etappe naar Denver. Joor heeft een mooie
route uitgestippeld via Google Earth en zo bereiken we zonder problemen 3,5 uur
later het station van Denver. Dan is het fietsdozen regelen, fietsen demonteren,
tasinhoud overpakken, fietskleren verwisselen voor treinpak en zo hebben we nog
een paar uurtjes om in Denver rond te scharrelen. Er rijdt een gratis bus op en
neer vanaf het station door de hoofdstraat (die toch zo’n vijftien blokken
beslaat) dus we pendelen heen en weer om nog wat laatste dingetjes te kopen voor
mee in de trein. Om acht uur ‘s avonds vertrekken we voor een treinrit van 2 x
24 uur via Chicago naar New York.
 
New
York

Vrijdagavond half zeven kwamen we net voor donker aan in New
York. Joor zette snel de fietsen weer in elkaar en we fietsen naar het door Stel
dr ouders gereserveerde hotel aan Fifth Avenue. Op de plaatjes op internet zag
het er mooier uit, maar het ligt supercentraal, een straat achter Times Square,
dus we hebben niets te klagen. Een uur later arriveren ook Stel dr ouders en
het is alsof we elkaar gisteren nog gezien hebben.
Met de hele familie
zwerven we zeven dagen door New York, van de Staten Island Ferry en het Statue
of Liberty naar het NY Politiemuseum en via China Town naar Little Italy. Via
Brooklyn en de Brooklyn Bridge naar Central Park, Rockefeller Center, het gebouw
van de Verenigde Naties en weer terug. Geweldig om gewoon rond te lopen tussen
alle wolkenkrabbers en de drukte. Het is een kakefonie van oud- en nieuwbouw
door elkaar heen. We bezoeken het Guggenheim en het Museum of Modern Art.
Verder kijken we natuurlijk onze ogen uit in de luxe winkels van Versace, Gucci
en Donald Trump. Alleen al met de goud vergulde roltrap omhoog is een hele
belevenis.
Op donderdag hebben we net als destijds in Hong Kong een door pa
geregelde ontmoeting met een IPA-man. We krijgen een uitgebreide rondleiding
door het gebouw waar hij werkt, een soort onofficieel politiebureau met de
gang-unit en homocide (over homocide gesproken, de dag ervoor liepen we langs de
set van Law & Order Special Vicitms Unit!). Daarna neemt hij ons mee naar
het buurtbureau om de hoek. "Neem zoveel foto’s als je wilt", drukt de man ons
op het hart. In het bureau wordt toevallig als wij er zijn een ‘boef’
binnengeleid, die krijgt een oranje ‘pak’ aan en wordt vervolgens in een cel
gestopt, waar wij wel even om het hoekje mogen kijken, maar daar geen foto’s van
mogen nemen… De briefing room mogen we ook uitgebreid bekijken, op een
tv-scherm circuleren beelden van een gezochte verkrachter en een overvaller. Op
de papieren is precies te lezen wie er aangifte heeft gedaan en wat er is
voorgevallen. De rondleidingen bij de Nederlandse politie gaan dan toch wat
anders…
 
En dan zit het er op. De familie vliegt op vrijdag al terug.
Wij op zaterdag. We besluiten te fietsen naar het vliegveld, 26km, waar we toch
ruim 2,5 uur over doen. We fietsen over de Brooklyn Bridge en komen onderaan in
de opstopping van een optocht van verslaafden die vieren dat ze verslaving-vrij
zijn. Gezellige club wappie lui. Dan verder door Brooklyn, dat hoe verder er in
hoe gaarder wordt. Helaas vergissen we ons in avenue en boulevard en fietsen we
nog een stukkie om via nog meer van die gezellige buurten. Joor heeft er meer
last van dan Stel, alhoewel die ook al voorbereidingen in haar hoofd aan het
treffen is mocht ze geraakt worden door een verdwaalde kogel (als Joor maar niet
vergeet te zeggen tegen de arts dat ik lenzen in heb…). Het laatste stuk gaat
over een zes-baans snelweg met betonnen tussenberm (heerlijk fietsen dat zul je
begrijpen) tot vertrekhal 8. Gehaald! Fietsen demonteren, inpakken, tassen
ompakken en we zijn klaar voor de vlucht en zo eindigt weer een jaar
fietszwerven over de wereld. Op naar Nederland waar we weer nieuwe uitdagingen
aan zullen gaan.
 
We zijn inmiddels al weer aardig ingeburgerd en als het
goed is hebben jullie ook al onze nieuwe mobiele nummers.
We pakken graag de
draad weer op waar we die een jaar geleden hebben laten liggen!
 
Tot
gauw!
Joris en Stella
Ps. de laatste fotos staan ook al op de site.
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Libby(Montana)- Granby (Colorado)

 

De laatste weken van ons fietsavontuur zijn ingegaan… Zondag (13sept) over drie weken staan we weer met voet op Schipholse bodem. Negentig dagen VS vliegen om. Het weer is bijna altijd prachtig, de natuur is erg afwisselend, veel wilde dieren langs de route, de mensen zijn erg gastvrij en vriendelijk, er zijn veel campings en regelmatig ‘Warmshowers’ wat het fietsreizen erg comfortabel maakt, de supermarkten zijn goed gevuld, kortom wij genieten volop. Het is als slagroom op de taart, drie maanden relaxed fietsen door deze Westerse wereld. Reizen op de fiets blijft voor ons de beste manier om de wereld te verkennen. Je komt zo het dichtst bij de mensen. Ze zien in ons geen bedreiging. “Alsof je op de fiets de t.v. van mensen mee zou nemen… we halen je toch zo weer in”. Daarbij zijn we inmiddels bereisde mensen en zijn de Amerikanen gefascineerd door onze verhalen over het Midden Oosten en verder. Op onze manier brengen wij verschillende culturen een beetje dichter bij elkaar. Lorainne, de buurvrouw in Libby vindt ons “stinking cute” en als ze geweten had dat we er waren had ze cinnamonrolls en brownies voor ons meegenomen. De Amerikanen zijn net als in de films…

 Beren

In Libby zijn we nog een dag langer gebleven om samen met Keith een wandeling te maken naar Leigh Lake, een meer hoog in de bergen waar veel berggeiten zouden zijn en waar we mogelijk een beer zouden kunnen spotten. Helaas geen geit en beer gezien, maar de wandeling op en neer was wel prachtig. Joris wil graag een beer zien en Stel ziet overal beren… Het probleem is dat een beer zien geweldig is, maar niet op vier meter afstand. En al helemaal niet in je tent. Eten, kookspullen en toiletries gaan snachts allemaal in de bearbox. Als die er is. Anders zijn er gelukkig altijd wel welwillende Amerikanen die onze spulletjes in hun pick-up truck willen bewaren, maar een enkele keer ligt alles gewoon bij ons in de tent of in de wc. Op een camping aan een meer komt een vriendelijke camphost ons vlak voor het slapen gaan vertellen over alle flora en fauna die er in de omgeving te vinden is. Wat de dieren betreft worden hier regelmatig beren, mountainlions en moose (eland) gespot. Mountainlions zijn schuwe dieren, en moose ook, zo vertelt de man, maar die kan toevallig wel je pad kruisen. Een eland is groot, errug groot, en als een mannetje aanvalt met zijn grote gewei, dan maakt ie gehakt van je. Beren hebben een zeer goede neus en kunnen voedsel van 5 mile afstand ruiken. Er zijn verhalen van beren die tenten openscheuren op zoek naar eten. Stels fantasie slaat die nacht natuurlijk op hol. Midden in de nacht wordt Stel wakker en hoort zacht gezucht en gepuf. Er zit een schaduw op de tent, in de vorm van een beer, Oh God een beer, of is het misschien een moose! Doodstil blijven liggen, Joris is zich nergens van bewust, die slaapt als een os. De schaduw beweegt zachtjes, het gepuf en gezucht houdt aan. Zou de beer Stels hart kunnen horen bonken? Die springt bijna uit haar borst. Het duurt een minuut of tien voordat Stel dr zenuwen onder controle heeft en beseft dat de schaduw die ze ziet Joors schouder is en de geluiden Joors zachte gesnurk… Niks aan de hand, je ziet weer beren! Ook beren zijn in principe natuurlijk schuwe dieren en zolang ze geen menseneten te eten krijgen, blijven ze liever mijlenver van mensen vandaan. Oordoppen in en slapen gaan.

 Vis

De dag na Libby staan we op een camping aan Lake Koocanusa. Al poedelend in het meer babbelen we met een ouder echtpaar en hun nog oudere moeder (89 jr). Zij zijn fanatieke vissers en in dit meer, zo vertellen ze ons, kun je heel goed Silver vangen, een kleine zalmsoort. Het quotum is 50 visjes per dag. Ze gaan dan ook met zn drieen in de boot, de man, zn broer en diens zoon, zodat ze 150 visjes per dag op kunnen halen. Ze blijven een week, dus in totaal 1050 visjes. Die grillen ze deels direct, de rest gaat op het ijs en gaan ze thuis roken. Zo hebben ze het hele jaar door vis. Ook wij mogen van de visvreugde meegenieten. We krijgen drie schoongemaakte visjes die Joris in ons eigen pannetje afbakt. Heerlijk!

 No Trespassing

Wat het fietsreizen in de VS zo leuk maakt is dat er voor ons geen enkele taalbarriere is. Waar we in Zuid Amerika toch nog regelmatig om woorden verlegen zaten is dat hier nergens het geval. Ik denk dit het voor Amerikanen ook makkelijker en leuker maakt om ons in huis te nemen. Ook dat we blank zijn lijkt uit te maken. Op een camping ontmoeten we een Singaporese en zij vindt het vreselijk hier. Dit was voor haar de eerste en laatste keer in de VS. Ze vindt de mensen erg onvriendelijk. Er zijn ongetwijfeld veel Redneck Amerikanen die behoorlijk racist zijn. Gekleurde immigranten worden veelal met de nek aangekeken in deze ‘witte’ staten. Op de meeste hekken rondom landgoed en inritten naar ranches staat vaak een waarschuwing dat ze geen ‘indringers’ willen hebben ‘Keep Out’. Hoe serieus je het moet nemen is de vraag , maar in het geval van deze waarschuwing willen we het toch niet proberen ;) “No trespassing! Violators will be shot at. Survivors will be shot at again!”

 Health Care

In Whitefish staan we op de camping, maar gaan we eind van de middag uit eten. Een echtpaar op de camping raadt ons aan om fish en chips te gaan eten in ‘the Bulldog Saloon’. Uit eten in de VS is niet zoals in Nederland. Uit eten is hier met name hamburgers en rib eye aan de bar of op inschuifbankjes a la Peach Pit en Mac Donalds. In de Bulldog schuiven we aan de bar aan naast twee oudere heren. Al gauw raken we met een van hen aan de praat. De man is 76 jaar, hij woont de helft van het jaar in Florida, als het daar te warm wordt verkast ie naar Whitefish om daar de zomermaanden door te brengen. Het hotte onderwerp momenteel is de hervorming van het health care system waar Obama druk doende mee is. De man is het daar volslagen mee oneens. Met het Amerikaanse zorgsysteem is niks mis, het is geweldig, vertelt hij. Hij heeft vijf verschillende specialisten die jaarlijkse check-ups bij hem doen, hij is zo gezond als een vis, en het mooie is, vertelt hij, het kost hem niks omdat hij als gepensioneerde via de staat verzekerd is. Hij vertelt dat de mensen die niet verzekerd zijn met name illegale immigranten zijn en verder mensen die er bewust voor kiezen om niet verzekerd te zijn. Dat wij met name mensen zijn tegengekomen die niet verzekerd zijn, omdat ze minstens 800 dollar per maand moeten betalen om verzekerd te zijn, en dit niet op kunnen brengen vindt hij onzin. Ter voorbeeld stelt hij zijn zoon, die is 43 en kiest er bewust voor om niet verzekerd te zijn, omdat ie gezond is… Volgens de man worden de kosten voor gezondheidszorg door je werkgever betaald, zo was dat in zijn tijd. Helaas is dat tegenwoordig niet meer zo, zo leren wij van andere mensen die we ontmoeten. De helft wordt door de werkgever betaald, de andere helft moet je zelf ophoesten. Daarbij heb je een eigen risico van minimaal 5000 Dollar! Een vrouw met MS moet voor haar herhalingsrecepten weer naar de neuroloog, een consult kost 300 Dollar… De man aan de bar is bang dat hij straks niet meer kan kiezen door welke dokter hij gezien wil worden, maar de meeste mensen kunnen nu al niet kiezen. Een echtpaar in Wyoming heeft een ranch. Een rancher moet zijn eigen verzekering betalen, daarom werkt de vrouw als lerares, zodat ze beide via haar werk verzekerd zijn. Haar man is 24u per dag aan de zuurstof. Toch ziet ze niks in Obama en zijn sociale politiek. Ze is bang dat dit ten koste zal gaan van hun vrijheden op de ranch. Er is iets goed mis met het Amerikaanse gezondheidssysteem, maar veel Amerikanen zijn bang voor verandering.

 Glacier National Park

Onze fietsreis vervolgt zich door Glacier National Park. Een prachtig natuurpark met een pas van 2000m, waar ‘the Going to the Sun Road’ over heen loopt. Langs de weg spotten we berggeiten en marmotten. We waren er nog niet helemaal uit welke kant we op zouden gaan na Glacier, verder oostwaarts richting New York, of zoals de meeste mensen ons aanraden naar het zuiden, de Rockies volgend. Verder naar het oosten betekent de bergen uit naar eindeloze wegen over rollende heuvels met mais en tarwe. New York halen in de tijd die we nog hebben is niet meer realistisch, dus kunnen we net zo goed de bergen blijven volgen. In East Glacier verblijven we weer bij een ‘Warmshower’. Sam en Jo zijn supergezellige mensen, en we blijven dan ook twee nachten in hun tuin staan. Jo neemt ons mee naar Two Medicine om daar mogelijk een beer te zien. Helaas is het pad dat we zouden gaan lopen afgezet, omdat er inderdaad een beer is gesignaleerd. Het is een moederbeer met twee cubs en ze schijnt nogal aggressief naar mensen te zijn geweest. De rangers willen het risico niet nemen en hebben het pad afgesloten. Dan nemen we maar een ander pad. Joris wil graag beren en moose zien. Als we op de terugweg nog steeds geen dieren hebben gezien begint Joris liedjes te zingen waaruit zijn teleurstelling blijkt. “No moose today, the moose has gone away, that makes me feel so sad, I’m going straight to bed”. Hij is nog niet uitgezongen als er plots luid geritsel en gekraak klinkt en er een vrouwtjes moose vlak voor ons op het pad verschijnt. Zij lijkt net zo geschrokken van ons als wij van haar en ze hobbelt snel door, waadt door het water en blijft aan de andere kant tussen de bomen staan te koekeloeren. Wij koekeloeren gefascineerd terug, wat een mooi beest!

 Montana State Fair: Rodeo!

Jo zou met vriendinnen naar de State Fair, een soort jaarmarkt, in Great Falls. Ze wil ons wel een lift aanbieden, omdat volgens haar de weg van East Glacier naar Great Falls lang en saai door de prairie is. Het bezoeken van de State Fair lijkt ons ook wel leuk en als al Jo’s vriendinnen het laten afweten springen we met zn drieen en de fietsen in de auto naar Great Falls. Op de fair zijn allerlei boerderijdieren te koop, er is een kermis en waar wij met name voor komen: een heuse Rodeo! sMiddags kijken we eerst nog bij een piggierace, waar vier kleine biggetjes om het hardste rennen voor een hondekoekje, koddig om te zien. En dan om zeven uur begint de Rodeo, een echt patriotistisch Amerikaans gebeuren. Het is vanavond Military-night, wat betekent dat de rodeo wordt gehouden ter ere van alle militairen en veteranen, van de landmacht, de marine, de mariniers en de luchtmacht. Er zitten een hele groep jonge en oude strijders in vol ornaat in de VIP-box. Een of andere country zangeres opent met ‘The Star Spangled banner’, het Amerikaanse volkslied. Iedereen staat op en bijna elke Amerikaan legt zijn hand op het hart. De dame blert en probeert veel te hoog te zingen, maar dan als zij haar laatste regels in gaat “Of the lahand of the freeeeee, and the home of the brave!!!” komt er plots uit het niets een enorme Blackhawk helicopter over scheren, fascinerend! Daar kregen Joor en ik de rillingen van. Wat een spektakel! Daarna gaan we met zn allen in gebed (…) en dan kan de rodeo eindelijk van start. Wat een sensatie! Af en toe wel zielig voor de koeien, kalfjes, stieren en paarden, maar boeiend om te zien en alle dieren overleven gelukkig de strijd. 

Op internet was te vinden dat we zouden kunnen kamperen op het State Fair terrein, maar bij de infobooth weten ze daar niks over. De vrouw, Debbie, zegt dat we wel achter de booth op het grasveld mogen staan. We lopen er gezamenlijk heen om te kijken, het is wat modderig en vochtig van eerder gevallen regen. Bij nader inzien vindt ze de plek toch niet zo geschikt en ze stelt voor dat we wel bij haar in de tuin kunnen kamperen, ze woont niet ver van de Fair vandaan. Jo moedigt haar aan en zegt dat we zulke leuke mensen zijn en dat het een goed idee is dat we bij haar gaan kamperen. Zo hebben we weer een slaapplek geregeld voor de nacht. Na de rodeo rijdt Debbies man, Mark, in zijn dikke pick-up truck samen met Joris voor Jo en mij uit en leidt ons naar zijn huis. We mogen ook wel in de garage slapen. Helemaal handig, hoeven we de tent ook niet op te zetten. sOchtends heeft Debbie ontbijt voor ons klaar staan. We worden weer in de watten gelegd door wildvreemde mensen, fantastisch!

 Nog meer gastvrijheid

Vanaf Great Falls zijn er bijna overal campings op aardige dagafstanden fietsen, behalve op een lang stuk vanaf het Snowdown skigebied en de Kingshillpass naar Livingston, daar zijn helaas geen campings meer. Halverwege de dag fietsen we door White Sulphur Springs om inkopen te doen. Op de parkeerplaats ontmoetten we een ouder echtpaar, Gary Zeigling en zijn vrouw. Gary, een oude kromme baas in een tuinbroek met cowboyhoed, is nieuwsgierig naar onze herkomst en waar we naar op weg zijn. Het toeval wil dat hij precies halverwege op onze route woont in een gat dat Ringling heet en hij stelt voor dat we wel in zijn tuin kunnen kamperen. Perfect! Als we bij zijn huis aankomen, staat Gary juist in de tuin de randjes van het grasveld te maaien. Het ziet er wat moeizaam uit. Gary vertelt dat hij al drie keer aan zijn rug is geopereerd, vandaar. Gary is ruim in de zeventig, maar doet en rookt dapper door (de tumor in zijn longen bleek een schimmel opgelopen door het vele werken in hooischuren). Hij nodigt ons uit voor koffie. We mogen ook wel douchen als we dat willen. Wederom hartverwarmende gastvrijheid! sOchtends wil hij ons nog graag zijn groentekassen laten zien. Hij graaft een turnip uit, een soort witte radijsraapachtig groente, snijdt het zorgvuldig in stukjes en geeft deze aan ons, lekker. (Als we terug in Nederland zijn moeten we ook maar eens op zoek naar een huis met een tuin om onze eigen groentjes in te verbouwen).

Na Ringling is het heuvelaf naar Livingston, waar we weer een Warmshower geregeld hebben. We verblijven bij Jim en zijn ouders en zusje. Jim is 27 en heeft twee jaar geleden een jaar gefietst door China, Thailand, India en van Istanbul naar Parijs. Leuk dus om verhalen uit te wisselen. Na zijn reis is hij weer bij zijn ouders in gaan wonen en heeft nu net een studie opgepakt. Jims moeder, Netzy, is al net zo fietsgek als haar zoon, zij en Autumn, Jims zusje, doen aan thriatlons. Jim Senior is niet zo van al die drukte, hij houdt van jagen. Het huis hangt vol met jachttrofeeen: deer, elk, antelope, mountaingoat, zelfs een berekop en vacht hangen aan de muur… We hebben hier te maken met een serieuze jager. Dat is even slikken voor ons dierenliefhebbers als we zijn. Jim Sr laat vol trots zijn gewerencabinet zien, voor elk dier een andere shotgun… De antelopebrats (worstjes) die we savonds eten zijn wel heerlijk en Jim Sr vertelt ons dat er veel te veel hertachtigen zijn met te weinig natuurlijk vijanden. Ieder zo zijn hobby moet je maar denken. We blijven nog een dagje langer, Netzy doet onze was (!) en we gaan met binnenbanden stroomafwaarts in de Yellowstone rivier. sAvonds kookt vader Jim weer een heerlijk maal en het is alsof we de langverloren gewaande kinderen zijn zo warm worden we opgenomen in dit gezin. Het blijft bijzonder!

 Yellowstone National Park

En dan op naar het oudste Nationale Natuurpark in de VS: Yellowstone! Yellowstone Park is swerelds grootste actieve vulkaan. Een groot deel van het park ligt in de caldera van de vulkaan en overal zijn hotsprings en komen zwaveldampen naar boven, dat stinkt! Yellowstone huist een van swerelds beroemdste geisers: ‘Old Faithful’. Ongeveer elke anderhalf uur vullen de bankjes rond de geiser zich met honderden toeristen die naar het spuitspektakel komen kijken. En het stelt niet teleur, op het geschatte tijdstip spuit de geiser kokend water en stoom enkele tientallen meters de hoogte in.

Al fietsend door het park zien we elk (een grote hertachtige) en bizons, prachtige beesten. Ze zijn zo gewend aan mensen dat ze niet wild meer lijken, maar schijn bedriegt en voorzichtigheid is geboden. Door de jaren heen zijn er meerder mensen aangevallen door deze wilde dieren. We ergeren ons dan ook aan mensen die met hun driedubbele telelens vlak achter de bizon aanlopen als deze besluit door het water naar de overkant te gaan waar het rustiger is. Stilletjes hopen we dat de bizon hen op de horens neemt, maar hij kiest het ruime sop en voor we er erg in hebben is hij aan de overkant van het water, ver weg van alle druktemakers.

 Huiswaarts

We blijven bijna een week in Yellowstone om van al het moois te genieten. Daarna fietsen we via de Tetons, een imposante berg/rotsformatie, prachtig! door naar het zuiden. Via Lander, naar Rawlins en via Walden naar Granby, waar we nu zitten, weer lekker bij een ‘Warmshower’, Mark Ziegler. En zoals Joris het zo mooi zegt: ‘nu nog een berg over, een trein in en een grote appel en we zijn weer thuis’. Het gaat nu snel. Vanaf hier gaan we door het Rocky Mountains National Park naar Boulder, waar we Mike en zijn vrouw zullen bezoeken. Mike was Stels huisgenoot in Alicante. Het toeval wil dat hij op onze route woont. Hij heeft ons uitgenodigd om bij hem en zijn vrouw te verblijven voordat we in Denver op de trein stappen. Grappig om Mike weer te zien na zeven jaar.

En dan nog een ruime week New York onveilig maken met Stel dr ouders, Stels broer en vriendin. En dan zit het jaar er weer op en trekken we weer in onze stek aan de vd Waalsstraat in Grun, gaat Joris solliciteren voor de huisartsopleiding en Stel op zoek naar een nieuwe uitdagende baan. We kijken er naar uit om jullie allemaal weer te zien, alle nieuwe telgen te bewonderen en de draad weer op te pakken in het Nederlandse!

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Seattle – Libby, Montana

Yes, yes, hello, hello!
 
Het heeft even geduurd, maar hier is dan eindelijk de eerste update uit de US of A! Want daar waar in Bolivia op bijna elk straathoek wel een internetcafe te vinden was, zo dun zijn de internetcafe’s hier gezaaid. Wel veel WIFI, maar zonder laptop heb je daar weinig aan… Tis net als bij ons in Nederland dus, daar zit ook iedereen gerieflijk achter zn eigen laptopje met een koppie koffie op de bank. Nu zit ik dat dus eindelijk ook bij Jan en Keith, een warmshoweradres, in Libby, Montana. We zijn dus al twee staten door en inmiddels in de derde aangekomen. Met al weer meer dan 1100km op de VS-teller gaat het alweer rap.
Amerika, the land of milk en honey (of was dat ergens anders?), anyway, wat een land, wat een contrast met Zuid Amerika. Wat weer een genieten, maar op een heel andere manier nu. Hier is alles zoals in de films en de soaps, groot en veel en nog veel meer!
 
Seattle
Ruim een maand geleden zijn we aangekomen in Seattle, rond middernacht, wat ons deed besluiten om maar op het vliegveld te blijven slapen voordat we naar ons warmshoweradres zullen gaan. Er lagen wel meer mensen, dus de contacten waren al snel gelegd en als we sochtends wakker worden ligt de eerste uitnodiging voor een slaapplaats en hottub naast onze hoofden. Dat begint al goed! Joor zet de fietsen in elkaar en we hebben zoals altijd weer veel bekijks. Het verschil met de Bolivianen is dat de Amerikanen hun nieuwsgierigheid graag bevredigd zien en dus maar al te graag een praatje aanknopen. Nan, een meid die zelf ook graag mountainbiked nodigt ons uit voor een lunch als we in Mazama zullen zijn. De adressen zijn weer snel uitgewisseld. Wat een vriendelijkheid allemaal, het is als een warm bad. Dan vertrekken we op fietse naar David Monk, ons warmhoweradres in Capitol Hill, de gay wijk van Seattle.
Seattle heeft in en om de stad een heel netwerk van fietsroutes, dus het is relaxed inkomen via mooie fietspaden door het groen. Washington State doet haar naam eer aan als Evergreen State, het is hier ook groen. Je merkt helemaal niet dat je in zo’n grote stad zit. Onderweg voelt het alsof we in een Amerikaanse film zijn beland, grote auto’s overal, megajeeps en trucks met dikke Amerikanen er in, overal van die schattige langwerpige brievenbussen met zo’n rood dingetje er aan om aan te geven dat er iets in zit, grasmaaiende Amerikanen op hun perfect groene lawn, van die typische houten bungalowhuizen met een mooie porch er voor, het is alsof we een set zijn binnengereden. Fascinerend. Door de parken naderen we het centrum, squirls en rabbits vergezellen ons op onze weg. Het ruikt naar lente en naderende zomer, de lucht is heerlijk fris, wat een contrast met al die uitlaatgassen in het zuiden. We ademen onze longetjes vol schone lucht.
 
We kunnen pas vanaf 15u bij David terecht dus we lunchen downtown Seattle. Daar hebben we een gezellig gesprek met Richard en Nora, zijn senior lawine reddingshond. Prachtig beest, wit van kleur, lekker handig in de sneeuw. Ze wonen in Jasper, Canada, maar gaan voor hun werk regelmatig naar de Alpen en Nieuw Zeeland. Boeiende baan, helaas komen ze meestal te laat en is het met name dode mensen uit de sneeuw graven. Bijzonder dat dit ondanks alle moderne middelen nog steeds met name met honden gaat. Geen Sint Bernards, veels te lomp. Hier gebruik ze vooral sheperds. 
 
David Monk, onze eerste warmshower
Even na drieen arriveren bij David voor de deur. Wat een relaxte kerel en wat een relaxed apartement! Hij heeft een serre met een heerlijke luierbank van waaruit je uitzicht hebt over de I-5 (grote verkeersader) en downtown Seattle, dus met strak uitzicht op de Space Needle. We doen gedrieen boodschappen om samen te eten en leren zo mekaar al een beetje kennen. David is half Amerikaans en half Japans. Hij is 38 jaar, maar leeft het leven van een 20-jarige student. Hij heeft een studentenbegeleidersbaantje van 16 uur in de week bij de Universiteit op vijf minuutjes fietsen van zn huis. Daarnaast doet ie nu summerschool om te kijken of ie nog een studie op gaat pakken. Hij heeft al veel verschillende banen gehad, waaronder ook een eigen bedrijf, maar hij wil nu iets met cijferreeksen en coderingen, ‘quantum physics’, hogere wiskunde waar wij de ballen van begrijpen. Z’n vriendinnen zijn maximaal 25 jaar, "daarna beginnen ze over kinderen" en dan heeft David gegeten en gedronken. David is lid van de bibliotheek en huurt daar zijn DVD’s. Hij heeft een hele stapel thuis liggen, dus we hoeven ons niet te vervelen. Hij eet elke dag spinaziesalade met garbanzobeans. Z’n vader woont op twintig minuten fietsen en David pendelt regelmatig heen en weer, want daar heeft ie nog meer fietsen staan. Z’n vader is 80 jaar en fietst zelf ook nog, skieen doet ie trouwens ook nog graag. Geweldig! In het appartement verhuurt David trouwens een kamer aan een Japanse. Zij is psycholoog bij het leger, ze doet therapie met veteranen en teruggekeerden (al dan niet met al hun ledematen). In de weekenden racet ze in haar eigen raceauto op een circuit een eindje buiten Seattle. We zien haar nauwelijks. Het is een bijzondere huishouding.
 
High fructose corn syrup
In de supermarkt wijst David ons gelijk op de ‘high fructose corn syrup’, een zeer geconcentreerde kunstmatige zoetstof die de Amerikanen in bijna al hun producten stoppen. "Dat is een echte dikmaker, het is kunstmatig en daarom is het slecht voor je", zo vertelt David ons. Als je er op gaat letten, zit het werkelijk overal in, zelfs in het brood. Nu draaien we dus elk product om om te kijken wat er in zit. In de supermarkten hier vindt je naast al die kunstmatig gemanipuleerde producten gelukkig veel organische producten, biologisch dus. Een deel van de bevolking is daar tot bijna het geobsedeerde af mee bezig, die eten alles rauw en biologisch, zo puur mogelijk. De rest vreet alles wat los en vast zit (beetje gechargeerd natuurlijk). De Mc Donalds, Burger King, Ardy’s, Taco Bell, Rockin’ Donuts, Burgerworld en ga zo maar door, je vindt ze op elke straathoek en de vette hap is goedkoop vergeleken met gezond eten uit de supermarkt. Voor veel Amerikanen is de keus blijkbaar snel gemaakt. De mensen zijn hier dik! Minstens de helft van de mensen die we op straat tegenkomen hebben overgewicht, we schatten dat weer de helft daarvan obees is. Schokkend! Een reform van het gezondheidssysteem is hard nodig (wat te denken van preventie!), omdat gezondheidszorg nu alleen maar te betalen is door de rijken (tweeverdieners betalen ongeveer 600 dollar per maand), maar met al die dikke mensen (met alle gevolgen van dien) wordt het straks onbetaalbaar. Obama heeft hier een lastige klus te pakken.
 
Ziek
Onderweg van Bolivia naar Seattle voelt Stel zich niet al te jofel, warm, koud, koud, warm, het voelt als koorts. Pas bij David krijgt ze de kans om dat te meten, 38.6, oef, hoog! Stel is nooit ziek, en als ze al ziek is, dan is de koorts max 38 graden, dus dit is vreemd. Na het eten maar op tijd op bed. Zweten, alles kletsnat, en dan weer bibberen van de kou, pff, wat een nacht. sOchtends is de koorts naar 39,2 gestegen. Interessant, omdat die meestal sochtends lager hoort te zijn. Joor begint zich lichtelijk ongerust te maken. Malaria, hoe zat dat ook alweer? Op de koorts en hoofdpijn na voelt Stel zich verder wel ok, een boterham gaat er ook nog wel in. Maar echt geruststellend is het allemaal niet. David biedt zijn bed aan en Joor neemt contact op met de verzekeringsmaatschappij om uit te zoeken waar wij bloed kunnen gaan prikken. Een hele toer, omdat ze hun telefoonnummer verandert hebben en dat niet aan de klanten doorgeven. Uiteindelijk krijgen we accoord om naar een ziekenhuis in de buurt te gaan. In de buurt blijkt helaas een kilometer of 15 weg… Met een taxi gaan we naar de Spoed. Het gaat niet allemaal even efficient. Om drie uur zijn we binnen en om 21u kunnen we het ziekenhuis eindelijk weer verlaten. Koorts gemeten in de mond (geeft een afwijking met de kont van ruim een graad…). Bloed, meerdere buizen vol. Voelen door de ziekenhuisjurk heen, want je wilt als dokter niet gesued worden voor harrasment. Twee longfoto’s en als toetje nog een echo van de benen, omdat de dedimeer (voor de dokters onder jullie) boven de 30 is en ze bang zijn dat Stel misschien ergens een bloedprop heeft zitten. Het is allemaal dik in orde gelukkig. De malariatest wijst in eerste instantie negatief, maar die gaan ze de dag er na nog een keer doen. Voor nu kunnen we in elk geval naar huis. Stel voelt zich nog even beroerd als daarvoor. Weer een nacht van zweten en bibberen en hoge koorts volgt. Vrijdag de hele dag in bed, Joor verzorgt fruithapjes en sap en verkent in zn eentje een beetje van Seattle. Als Joor net naar de supermarkt is belt de spoedarts op de gsm van David. Met 39 graden koorts is Stel echter niet zo helder en ze probeert de begrijpen wat de arts allemaal zegt. Het komt er op neer dat er snelle bacteriegroei in het bloed is en dat we terugmoeten komen naar het ziekenhuis voor een antibioticakuur. Gelukkig komt Joor op dat moment terug en neemt de telefoon over. Hij begrijpt gelukkig wel wat de arts allemaal zegt. We pakken een tasje in en stappen weer in de taxi, terug naar de spoed. Aan het infuus en aan de antibiotica. Daar krijgt Stel vervolgens een ‘rode baard’ van. Een allergische reactie. Jeuk op het hoofd en knalrode hals en hoofd. Gelukkig gaat het niet verder dan dat en hoeven er niet nog allerlei tegenmedicijnen achteraan. Joor krijgt een klapbed naast Stel en zo gaan we de nacht in, elke vier uur gewekt voor het opnemen van de vitale functies en de temperatuur. De koorts blijft hoog, er gaat nog een dosis antibiotica in, maar men komt steeds meer tot de conclusie dat de bacterien in het bloed waarschijnlijk het gevolg waren van contaminatie. Dus dat bij het prikken Stels eigen huidbacterien bij het bloed zijn gekomen. Stoppen antibiotica, als het een virus is dan heeft doorgaan geen zin. Malaria wordt na meerdere bloedonderzoeken wederom uitgesloten. Dengue kunnen ze hier niet testen (blijkbaar te duur om op te sturen). Het wachten is nu op de viroloog, de infectious disease dokter die weekenddienst heeft, is momenteel niet aanwezig in het ziekenhuis. Aan het begin van de avond verschijnt hij eindelijk. Vriendelijke man, hij kan er echter ook geen kaas van maken wat Stel heeft. Hij wil nog wat extra testen op de ziekte van Pfeiffer en gerelateerde zaken. Dus graag bloedprikken als ik weer zo’n koortsepisode heb. Dat is midden in de nacht. Omdat Stel zich zo beroerd voelt krijgt ze Vicodyn, een zware drug. Eerst eentje, dan aan het eind van de nacht twee. Daar wordt ze beroerd van, overgeven. Wat een ellende. Maar dan zondag aan het eind van de middag lijkt de koorts het eindelijk voor gezien te houden. Ook de daaropvolgende nacht blijft hij weg en ook de hoofdpijn neemt af. Maandagochtend komt de viroloog van het ziekenhuis langs en hij besluit dat Stel naar huis kan, omdat ze zich weer redelijk voelt. Als er nog iets uit de bloedtesten komt zal de viroloog contact met ons opnemen. Dit gebeurt niet meer, het zal altijd een raadsel blijven wat voor virus het is geweest.
 
Net als in de film
We blijven nog een week bij David en hij vindt het allemaal prima. Geweldig zo gastvrij als hij is.
En dan gebeuren er dingen die je alleen maar in de film ziet. Vanuit Davids appartement hebben we zicht op een carcrash op de I-5, kettingbotsing van drie auto’s. Vervolgens bij de drogist/convenience store maken we een heuse winkeldiefstal mee. Een junkie uitziende neger gaat voor ons de drogist binnen en neemt binnen zijn rugzak van z’n rug. Stel vindt dit vreemd, door al die Amerikaanse films slaat haar fantasie op hol dus in haar gedachten haalt hij al een uzi uit zn tas en roept hij ‘overval’ door de zaak. Met een vaartje lopen we door achter een paar rekken, dan kunnen we snel gaan liggen uit het zicht (maar natuurlijk gebeurt dit niet!). Wij waren op zoek naar eten, maar de winkel heeft niet zo veel keus, dan maar weer naar buiten. De neger heeft ondertussen z’n rugzak op de grond uitgespreid en is batterijen vanuit het rek aan het inladen. Hij schijft alle duracells zo in zn tas. We lopen snel voorbij en attenderen even verderop in de winkel een van de dames van het winkelpersoneel. De junk heeft ondertussen de rugzak weer op zn rug en loopt zo de zaak uit. Het meisje vraagt nog of ze even in zn tas mag kijken, maar hij loopt stoicijns door, door de alarmpoortjes, die niet afgaan, en de hoek om de straat uit… Niks aan te doen, lijkt het winkelpersoneel te denken, "we gaan het wel terugkijken op de bewakingsvideo". "Voor diefstal onder de 500 dollar komt de politie toch niet", vertelt ze ons, dus pech. Ok, zo gaat dat blijkbaar hier, fascinerend! En dan lopen we langs de music hall en ontdekken we dat Michael Jackson dood is…
Vrijdags stappen we voor het eerst weer op de fiets om Seattle te bekijken. Zaterdag doen we een rondje om Lake Washington samen met David. Prachtige omgeving. Seattle is de eerste stad waarvan Joor en ik tegen elkaar zeggen dat we hier wel zouden kunnen wonen. Enige nadeel is dat het heeeeel lang vliegen vanaf Nederland is.
Zondag is het gay pride downtown Seattle, prachtige optocht van supernichten, alles roze, naakte fietsers, rollerblade bitches, je valt van de ene verbazing in de andere.
 
En eindelijk weer op fietse
Stel voelt zich weer goed, de energie komt dag na dag verder terug en we besluiten om op maandag, bijna twee weken na aankomst in Seattle, dan toch eindelijk te beginnen aan onze geplande toch van West naar Oost.
We zetten koers naar Bellingham, naar het huis van Kiko, de Amerikaan die we in Bolivia hebben ontmoet, die van dat boomhuis. Met de ferry steken we over de zee en fietsen richting Port Townsend. Dat blijkt net iets te ver, maar er zijn hier overal campings dus we kunnen eerder wel ergens stoppen. De prijzen van de campings varieren tussen de 3 en 20 dollar. Wat irritant is is dat de prijs voor de grootste campers en de kleinste tentjes hetzelfde is… Het gaat ze hier gewoon om de plek en of je daar nou met je gezin met tien kinderen, je mega-motorhome en drie jeeps op staat of met twee fietsen en een trekkerstentje is irrelevant, beetje jammer. De camphost van de eerste camping waar we op staan begrijpt ons probleem gelukkig wel en we mogen gratis op zijn plek naast zijn camper staan. Relaxed. De vriendelijke buren voorzien ons van enchiladas, blikjes drinken (rootbeer, cola met bubblegumsmaak brrr) en smoors, een megazoet toetje van koekjes met daartussen gesmolten marshmellow met chocola. Tja, het verklaart wel waarom de meiden die ze maken een paar onsjes meer hebben. Maar wat een warme ontvangst, dit belooft nog wat voor deze tocht door de VS, je zou er bijna aan gewend raken al die gastvrijheid hier.
Via de volgende ferry geraken we op Whidbey Island, de route is precies zoals op de kaart die Kiko in Bolivia voor ons had getekend. Deze route naar het noorden is inderdaad prachtig. Zon, zee, dennebomen, uitzicht op de bergen, prachtig! Onderweg zien we de eerste herten. Die zie je hier overal, bijzonder voor ons, de mensen hier vinden het een nuisance, "they eat your garden…".
 
Bellingham
Op de laatste camping voor Bellingham (met heuse hiker-biker kampeerplaatsen) ontmoeten we een fietser uit Bellingham, we praten sochtends voor ons vertrek even kort met hem. Als Kiko niet thuis is mogen we wel in zijn appartement slapen biedt hij ons aan. Dan moeten we even met zn oom bellen, die heeft een sleutel. Verbazende gastvrijheid wederom!
Via de Chuckanut Drive, een prachtige weg langs de zee komen we aan in Bellingham, je kunt Vancouver en Canada zien liggen. We hebben het adres maar de straten gaan 90 graden steil omhoog. We vragen een vrouw op straat of zij een alternatief weet wat iets makkelijker is. Tevens vragen we of ze weer waar de bieb is om even op internet te kunnen checken of Kiko of een van zijn huisgenoten thuis is. De dame is van de kerk en haar kantoor is vlakbij, daar mogen we wel even internetten. Weer zo’n vriendelijke persoon. Kiko heeft al gemaild, hij is zelf nog in Peru, maar zowel Steven als Doug zullen er zijn. Doug heeft gemaild dat ie de garagedeur voor ons heeft opengelaten. Het blijft fascineren zo makkelijk als het hier gaat! We bedanken de vriendelijke dame en klimmen naar Kiko’s huis. Steven is voor de deur zijn auto aan het uitladen van z’n tripje California. Hij heeft allemaal rotsblokken en grote stenen in zn auto liggen. Daar gaat ie beelden van maken. Steven is een 43-jarige kunstenaar en fotograaf, daarnaast doet ie nog iets met computers. Steven is zo’n purist zoals eerder beschreven, alles organic en rauw. Hij heeft speciaal rauwe noten meegenomen uit California, omdat de noten bij de organische Coop-winkel niet echt rauw zijn, ook al staat er bij dat ze dat wel zijn… Ingewikkeld. Maar het is een supervriendelijke kerel, beetje hippie, hij laat ons het huis zien, laat "onze" kamer zien, daar mogen we wel slapen, tenzij we graag onze tent in de tuin op willen zetten. Alles kan. Doug komt laat thuis van zn werk, graatmagere 60-er. Ook een purist. Hij is grafisch vormgever, maar heeft zn baan in de crisis verloren. Hij verkoopt nu stofzuigers, 6 dagen per week. Mindnumbing, maar hij is al lang blij dat ie een baan heeft.
We blijven twee dagen in Bellingham. Er zit een heerlijke tuin achter het huis, waar de kolibrietjes de vingerhoedskruid bezoeken. Prachtige vogeltjes. We eten goatstew (geit dus) die Steven volgens een speciaal recept klaarmaakt. Hij heeft z’n vrijgezelle vrienden ook uitgenodigd. Ook hippieachtige types, vriendelijke lui. Ze gaan zondag met zn allen skieen op Mount Baker, daar ligt blijkbaar hoogzomer nog genoeg sneeuw.
Steven neemt ons mee naar het boomhuis van Kiko, een knap staaltje werk in de bossen net buiten Bellingham. De deur zit op slot, en het huis wordt zoals Kiko al vermoedde gekraakt, maar het lijken wel nette krakers te zijn, want het ziet er ok uit van binnen. Hoe dit verder moet, daar zal Kiko zich wel over ontfermen als ie terug is.
Elke eerste vrijdag van de maand is er een open-gallerieavond in Bellingham. Op diverse plekken in de stad wordt savonds van 18u tot 22u kunst in diverse vormen getoond. Steven heeft in zijn gallerie zijn fotos geexposeerd. Daar gaan we eerst heen en vervolgens sjouwen we de stad door. We ontmoeten Ken Webb, een fotograaf uit Lynden. Hij vertelt ons dat Lynden een Nederlandse enclave is en met molens en klompen, de hele mikmak. Daar moeten we echt langs volgens hem, dan trakteert hij ons ‘dinner’. Ach over twee maanden zijn we weer thuis, die omweg houden we voor gezien, maar het aanbod is erg hartelijk. Dan lopen we langs een cafe/bakkerij waar Belgische wafels op het menu staan. Vincent, de baas, snelt ons tegemoet. Al pratende blijkt dat hij ook een fanatieke fietser is en dat hij de Tour de France dagelijks live uitzendt in zijn cafe. Hij nodigt ons uit om morgen voor ons vertrek bij hem te komen ontbijten "two for one!", met de Tour op tv. De volgende ochtend zetten we koers naar het cafe en het stikt er al van de fietsers. Door het tijdsverschil begint de Tour hier al om 6.30u. En met de bergetappes opent ie zelfs al om 2.30u. We eten heerlijke croissants en Belgische wafels met fruit en slagroom. Hier kunnen we wel een tijdje op fietsen.
 
Oostwaarts
En dan dus the fourth of july, Independence Day, eindelijk echt oostwaarts na deze detour Bellingham die overigens zeer de moeite waard was. Overal wordt al wat vuurwerk afgestoken, onderweg komen we langs een heuse rodeo, maar verder merken we er niet zoveel van. We zetten koers richting de North Cascades. Het is een drukke route met veel RV’s, recreational vehicle, dus campers. Maar niet zomaar campers zoals we die in Nederland zien, nee, deze zijn huge! Het zijn heuse touringcars. We hebben nog niet gevraagd of je er een speciaal rijbewijs voor moet hebben, maar dat zal haast wel. Er zitten allerlei uitschuifbare delen aan, waardoor ie nog groter kan worden. Voor sommige mensen is dit dan ook hun huis. Die hebben geen ‘gewoon’ huis meer, maar leven in hun RV. Achter de RV hangt de auto, dus niet zoals in Nederland een auto voor de caravan, hier doen ze het omgekeerd. Het toppunt was een RV met een Hummer er achter!
We fietsen over Rainy Pass en Washington Pass, rond de 1400m, niks dus vergeleken met de Andes, maar toch zweten. En Rainy Pass deed zn naam eer aan, we hadden de eerste bui op onze kop… Aan de andere kant van de Cascades is het gelukkig weer zonnig. Aan het begin van de avond komen we aan in Mazama bij Outward Bound, een organisatie die actieve kampen voor kinderen en volwassen organiseert, kanoen, klimmen, mountainbiken. Hier werkt Nan, de meid die we op het vliegveld in Seattle hebben ontmoet. Het personeel staat op het punt om te gaan eten (een bbq) en wij zijn van harte uitgenodigd. Nan laat ons even snel het terrein zien en denkt dat we wel ergens op het grasveld kunnen kamperen. Als Joris even voor donker oppert dat ie maar eens de tent moet gaan opzetten, fluistert Nan dat we van haar baas hier niet mogen kamperen… Even lastig, waar moeten we nu zo snel nog heen? Maar naast O.B. is een parkeerplaats bij een klimwand en daar kunnen we wel stiekem staan, het is ook terrein van O.B., maar ligt uit het zicht van het kantoor. Vlak voor donker zetten we daar de tent op en hebben een rustige beervrije nacht. Beren, we zijn ze nog niet tegengekomen, maar op een camping een paar nachten verder hebben ze de dag daarvoor net een beer gevangen. Deze beer had al een aantal keer de camping bezocht. De buren naast ons op de camping vertellen in geuren en kleuren hoe ze waren geschrokken. Maar gelukkig was de beer erger van hun geschrokken en er weer vandoor gegaan. Het advies is, voor bruine beren: schreeuw en brul en maak je groot, voor grizzlieberen: hou je zo stil mogelijk. Als we een beer tegenkomen dus snel beslissen met welk type we van doen hebben…
Na Mazama komen we in Winthrop, hier zit weer een warmshoweradresje waar je zonder aankondigen langs mag gaan, zo staat vermeld op de website. Prachtig plaatsje trouwens Winthrop, alles wilde westen stijl, in de dorpskern zijn alle winkeltjes met van die ouderwetse belettering en de disco is geen disco maar een Dance Hall, lekker kneuterig. Bij het warmshowerhuis van Tom Sullivan aangekomen worden we vriendelijke verwelkomd door de hond. Helaas geen baasje thuis. Dan rolt er een jeep de parkeerplaats op. Het is Jack, een werknemer van Tom en hij belt wel even op zn gsm naar Tom. Tom had ons al gezien toen we het centrum inreden. Jack moet maar even de deur voor ons open doen, beneden in de kelder is een tweepersoons bed en een douche, "make yourselves at home". Ongelooflijk, de gastvrijheid kent geen grenzen, zonder ons echt gezien te hebben laat Tom ons gewoon in zn huis! We besluiten om toch eerst even langs zn werkplek te rollen om ons voor te stellen. We spreken af dat wij voor het avondeten zorgen. Tom vindt het allemaal prima. We hebben weer te maken met een fanatieke Tour de France-kijker, hij heeft alles opgenomen. Tom zn vrouw en 19-jarige zoon zijn in Seattle, in het ziekenhuis. Paul heeft leukemie, als een gevolg van zijn behandeling voor Lymphoma… Verdrietige situatie. Tom gaat morgen weer naar Seattle en dan gaat zn vrouw weer naar Winthrop. Heftig allemaal, maar Tom vindt het fijn dat wij er zijn, hij vindt het leuk en het geeft afleiding zegt ie. We hebben een gezellige avond. In zijn huis vinden we veel pro-Obama dingen en anti-Bush plaatjes. Hij heeft hoge verwachtingen van Obama. Zijn vrouw is zelfs naar de inauguratie van Obama geweest in januari. Zoveel mensen als daar waren, ‘it gave you the chills’. Dat moet ook wel een bijzondere bijeenkomst zijn geweest, de eerste Afro American President, wie had dat gedacht.
 
Stadskamperen
Vanaf Winthrop gaat het weer een berg over naar Okanogan en Omak. In Okanogan staan we op de stadscamping. We ontmoeten vlak buiten het dorp drie fietsers, twee Zwitsers en een Duitser. Zij zijn onderweg naar Mexico. We staan met zn allen bij elkaar op de camping. Verder staat er verderop een ingezakte tent. We dachten dat ie was achtergelaten, maar dan verschijnt er een wazige gast met zn hoofd diepweggestopt in de muts van zn trui. Hij loopt en staat stil, kijkt ons een tijdje indringend aan, en loopt weer door, komt dan terug met een grote ghettoblaster en verdwijnt in de restrooms. Schizofreen ofzo, niet te druk om maken. Maar wat blijkbaar wel meer gebeurt op dit soort stadscampings, en waarom ze een 72 uur max verblijftijd hebben ingesteld: daklozen komen hier savonds douchen en overnachten… Vlak voor donker rollen twee dronken vijftigplussers en hun drie kefhondjes uit een auto. Er wordt wat wazig heen en weer gelopen. Wij gaan de tent in, het zal allemaal wel. Maar mister Schizo doet zijn ding met ghettoblaster en dat staren enzo, daar raken de dronken lui weer geiriteerd van. Er wordt wat over en weer geschreeuwd en gedaan en dan bellen de dronken dudes met de politie. Het klinkt alsof er daadwerkelijk iemand arriveert die hun verhaal aanhoort en dan vallen wij in slaap. sOchtends als wij wakker worden is er van zowel de auto met de dronken lui als de schizo met tent geen spoor meer te bekennen. Opgeruimd staat netjes.
 
Indianen
Dan via Omak door naar het Indianenreservaat. Wat er nog over is van de Native Americans is in reservaten gestopt. Daar hebben ze hun eigen wetten. Je merkt er verder niet veel van, alleen dat de mensen hier een donkerder huidskleur hebben en dat op veel reservaten casino’s staan, de wet- en regelgeving voor gokken is wat ruimer. We fietsen langs de Colombia-river en komen aan het eind van de dag uit in Colville Indian Agency. Op een groot festival terrein staan diverse tenten en campers. Misschien mogen we hier wel kamperen? Het blijkt dat men zich daar aan het opmaken is voor het Pow Wow festival, een Indianen Get together, met een trommel- en danscompetitie en tombola en al wat dies meer zij. We mogen onze tent wel ergens opzetten, gratis. Het is donderdag en de echte festiviteiten beginnen pas vrijdagavond, maar vandaag begint het ook al aardig vol te stromen. De eettentjes zijn open en savonds is er al wat gaande in een van de kleinere feesttenten. Er wordt getrommeld en gezongen door de mannen en gedanst door de vrouwen en kinderen. Het is een prachtig gezicht. Er zijn maar weinig bleekhuiden, maar we worden welkom ontvangen. Terug van de douche loopt Stel langs de popcornverkoper die nieuwsgierig vraagt hoe het gaat en waar we vandaan komen. Jerry blijkt zelf vijftien jaar vanaf zijn veertiende rondgereisd te hebben door de VS. Wij herinnerden hem aan zijn avonturen en dat ie jong was. Hij geeft Stel een zak popcorn, met suiker en zout volgens een Duits recept (wij kennen het niet). Hij vertelt dat ie destijds is gaan reizen, omdat ie op zn twaalfde ergens in een kloof aan het kamperen was en er toen twee grijskopjes uit hun camper stapten en over het randje keken of ze daar ook wilden kamperen. Ze hebben daar een tijdje staan turen en toen toch besloten dat het te ingewikkeld was om daar beneden te geraken. Jerry had toen bij zichzelf gedacht, "ik ga niet wachten tot ik te oud ben om te gaan reizen, ik ga nu!" En zo geschiedde.
 
Verjaardag
Vanuit het Indianen Reservaat vervolgen we onze weg op en neer met uitzicht op bergen en dalen, rivieren en meren en veel herten, en zelfs bizons! Via Inchelium rijden we naar Lake Roosevelt waar we Joors dertigste vieren, met zn tweetjes aan het meer in ons tentje. Hier zijn verder geen voorzieningen dus het uit-eten houden we te goed. Een dag regen houdt ons vast in de tent. Dan fietsen we door naar Kettle Falls, Colville, Sandpoint en nu zijn we dus in Libby. Weer bij een warmshower adres. Jan en Keith, gastvrije mensen. Amerika is een grote verrassing. Zoveel vriendelijkheid tot nu toe is hartverwarmend. De natuur is prachtig, groots, weids, ruig. We gaan morgen door richting Glacier National Park en the road to the sun pass. Dat wordt weer klimmen geblazen! Het weer zit geweldig mee, af en toe misschien wel te warm. Dus vroeg opstaan en de meeste kilometers voor het middaguur maken.
Over anderhalve maand moeten we al in New York zijn, het gaat nu snel. We zijn er nog niet helemaal uit of we oostwaarst gaan of dat we de Rockies gaan volgen naar Denver. To be continued!
 
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Rondje La Paz- Coroico- Sorata- La Paz

Hierbij het laatste verhaal(tje) uit Zuid Amerika over de afgelopen twee weken in Bolivia, voordat we morgenochtend op het vliegtuig naar Seattle stappen!
 
We hebben nog een rondje jungle gemaakt vanuit La Paz. La Paz ligt in een soort kom op 3800m. Voordat je kunt gaan afdalen naar de jungle (wij gaan naar 700m) moet je eerst nog een pas over van 4700m… Bij vertrek was het weer wat ongewis, maar omdat de tijd om het rondje te doen beperkt was en we uit een website van een stel die het rondje in 2003 had gemaakt konden opmaken dat je er toch gauw twee weken over doet, zijn we toch maar vertrokken. Het weer in het dal van La Paz knapte steeds meer op dus de keus leek goed. Klim, klim, klim ging het hoger en hoger totdat we rond drie uur de pas bereikten. Langs de weg een vrouw die haar Alpaca´s (soort lama) aan het uitlaten is, mooie beesten. Helaas leek ons geluk wat betreft het weer daar om te slaan, we belanden midden in de wolken… En ook aan de andere kant naar beneden was het volledig bewolkt zodat we helaas niet van het prachtige uitzicht (wat het zou moeten zijn) konden genieten. Muts op, sjaal om, handschoenen aan en afdalen maar, brrr superkoud, maar wat wil je op zo´n hoogte. In een dorpje gaan we aan de warme thee om te ontdooien. Daar wordt ons verteld dat in het volgende dorp alojamiento zal zijn, een plek om te slapen dus. Daar gaan we voor! Verder afdalen, waardoor we onder de wolken komen, wat betekent dat het regent… Kleddernat komen we in het volgende dorp aan waar ons meegedeeld wordt dat er geen alojamiento is… Doorvragen levert de naam van een vrouw op, ´juanita´, die wel iets zou weten. En inderdaad zij heeft een leeg hok waar wel vaker fietsers blijken te overnachten. Wij vinden alles prima, het regent maar door, we zijn kleddernat, daarbinnen is het droog en er is licht, dus wat heb je nog meer nodig? We rollen met fiets en al naar binnen, snel uit de natte kleren en weer aan de hete thee. Daarna koken we bruine bonen met bacon uit blik. Een zwaar blik, maar na zoveel spaghetti met rode saus moesten we wat anders proberen. De bonen smaken heerlijk (heeft Joris die dus niet voor niets helemaal de pas over gesleept)!
 
De volgende dag is het weer gelukkig opgeknapt. Gelukkig, want we gaan vandaag over de Death Road naar Coroico. De Death Road is een eenbaans slingerweg door de Yungas (supergroene junglebergen) waarbij je in plm 40km plm 2500m afdaalt, onverhard, steile afgronden, zie de fotos. Het heet Death Road omdat daar in het verleden regelmatig auto´s, bussen en vrachtwagens de afgrond in getuimeld zijn. Sinds drie jaar is er een nieuwe weg, deze is geasfalteerd. De oude weg is nu een toeristenattractie waarbij toeristen op mountainbikes naar beneden mogen scheuren. Niet geheel en al zonder risico hoor! Drie weken voordat wij er naar beneden gaan is er nog een jongen op z´n fiets naar beneden gestort, halverwege de weg komen we langs een groot kruis met zijn naam er op… Voorzichtigheid geboden dus! Het begint als een gravelweg, modder met veel stenen, daarna wordt het een stevig zand/modderpad met twee sporen. Prima te doen voor ons, we rollen gestadig naar beneden en ook al hangen er wolken, hier en daar krijgen we prachtige doorkijkjes. Totdat… een landverschuiving ons de weg blokkeert! Door de regen van de afgelopen dagen is een halve berg naar beneden gekomen op de weg… Shit, wat nu? Terug? Maar het duurt maar een minuut of vijf en dan arriveren de eerste toeristen op hun mountainbikes, zij worden geassisteerd door busjes, dus binnen no time is het een drukke bende. De toerleiders zijn dit blijkbaar wel gewend. De groepen krijgen eten en drinken wat voor later bedoeld was (ook wij krijgen yoghurt en cake!) en worden geinstrueerd om hun warme kleren en te veel aan spullen terug te leggen in de busjes om daarna met fiets over de landslide te klimmen. Joris en ik slaan het nieuwsgierig gade. Als snel wordt er een pad over de landslide gevormd en de een na de ander klimt er over. Wij besluiten om onze spullen af te laden en van de groepen gebruik te maken en onze spullen van hand tot hand te laten gaan naar de andere kant. Perfect! Een uur na aankomst bij de landslide staan wij (bruin van de modder) met onze fietsen en tassen aan de andere kant en kunnen we onze weg vervolgen. Dankzij de landslide wordt het voor de busjes onmogelijk om te volgen, lekker rustig dus, nu hebben we alleen nog maar rekening te houden met langschietende mountainbikers. Sommige vliegen je als een kip zonder kop voorbij. Om niet door een van hen over de rand gelanceerd te worden rijden wij op de rechterbaan. En zo komen we zonder brokken halverwege de middag beneden. Zoals bijna altijd daalt de weg verder af dan het dorp waar we heen willen, dus zo ook nu. Coroico ligt op 1800m en we zijn afgedaald naar 1300m. Weer klimmen dus, 7km over kinderkopjes… Een vriendelijk stel in een jeep biedt ons onder aan de klim een lift aan, maar puristen als we zijn slaan we die af. Halverwege de kinderkopjes vragen we ons af waarom we die lift ook alweer hadden afgeslagen. Maar om half vijf zijn we boven en dik trots op onszelf natuurlijk!
Coroico is een schattig plaatsje met prachtig uitzicht op de omliggende bergen en de oude (Death Road) en de nieuwe weg. We besluiten een dagje te blijven. De temperatuur is hier erg aangenaam, zeker vergeleken met La Paz, lekker zonnetje, en Joris trekt baantjes in het hotelzwembad. We eten lekker in de Back Stube (even niet Boliviaans ;) en Stel spoelt alle modder weer uit de kleren. Op naar de jungle!
 
Over de kinderkopjes gaat de weg naar beneden naar de rivier die we stroomafwaarts zullen vervolgen naar Caranavi. Stroomafwaarts betekent helaas niet de hele tijd afdalen, het is klimmen en dalen over een vreselijke stofweg! Er is heel veel verkeer, wat heeeeel veeel stof betekent. De weg is smal, meestal eenbaans, een waar spektakel als vrachtwagens en autos elkaar moeten passeren. 70km blijkt lang en zwaar, doortrappen dus in het stof. We komen bruin aan in Caranavi (zie de foto). Grappige kitten hebben ze in het hotel, een paarse sheba…
Van Caranavi naar Guanay is het rustiger op de weg, het is een mooie tocht door het groen, helaas geen apen gezien, schijnen er wel te zitten, maar meer hoger in de bergen. Wel veel vlinders en vogels, prachtige kleuren, wonderlijke geluiden, de ringtones van mobieltjes zijn er niks bij. Tien kilometer voor het dorp krijgt Joor zn tweede lekke band, op 9500km mogen we niet klagen. Pompen en doorfietsen maar.
 
Het stel van die website had van Guanay een boot genomen naar Mapiri. Dat leek ons ook wel wat. Helaas staat het water te laag en gaan er geen boten… Fietsen dus. Op de kaart lijkt de weg langs de rivier te lopen, dus hoe zwaar kan dat zijn? Mis! De weg gaat weg van de rivier en over de bergen! 100km wordt ons verteld, maar het kan ook 70km zijn. Daar heb je dus niks aan. Steil!!! Lopen, duwen, trekken, Joris heeft er een dubbele klus aan, eerst zichzelf en dan duwt hij mij en mn fiets omhoog, of loopt met mijn fiets, en ik hobbel er achter aan. Waarom deden we dit ook alweer? Maar het uizicht vanaf de bergen is prachtig, het is hier zo groen! En er is nauwelijks verkeer dus we hebben de ruimte. Na 38km komen we op de top van een heuvel bij een dorp aan. We zijn kapot. Er is geen hostel, maar we mogen wel kamperen op het voetbalveld. Water kun je een eindje beneden bij de koeien halen en zo hebben we een prachtig plekje boven het dorp op de berg. Aan de straat worden kippetjes gefrituurd met rijst en koude patatten. Daar stoppen ook jeeps die op weg zijn naar Mapiri. Ze vertellen ons dat het nog twee uur rijden is voor hen naar Mapiri en dat ze pas een uur onderweg zijn… Dan gaan wij er dus waarschijnlijk langer dan een dag over doen nog. Balen… Met de boot was in een dag geweest. Maar goed, we weten waar we ons op in moeten stellen nu.
 
Net als de eerste dag vanaf Guanay gaat de weg op en neer, maar nu moeten we ook een aantal rivieren kruisen. Net voor de lunch komen we bij de eerste rivier aan. Eerst maar eens een broodje en bekijken hoe anderen door het water gaan. Er komt een vrouw aan, ze stroopt haar broek op, slippers uit en daar gaat ze. Het water komt ongeveer tot haar dijbenen. Het zijn maar kleine mensen de Bolivianen, het zal ons tot de knieen komen. Joor gaat eerst, dat gaat goed! Joor komt terug en sleept mijn fiets er ook door. De stroming halverwege is best sterk en de voortassen hebben de neiging tot drijven. Het is beter dat Joor dit doet. Ik loop er achteraan. Sokken en schoenen weer aan en weer op pad. Helaas blijkt mijn standaard het begeven te hebben. Joor haalt hem er af en we vervolgen onze weg. Weer omhoog en naar beneden naar de volgende rivier. Beetje van hetzelfde. Ik dacht het nu zelf te proberen, maar kom vreselijk vast te staan. Joor snelt te hulp en sleept de fiets naar de overkant. Sokken en schoenen weer aan en dan… water loopt in straaltjes uit een van Stels voortassen… Is er zoveel water in onze voordragerbuizen gekomen? Tas open… vanaf halverwege alles kletsnat… alles dr uit, kleren uitwringen en dan maar weer er in, drogen lukt nu toch niet en we willen door, want we zijn nog lang niet in Mapiri. Ook vandaag lukt het niet om het te halen. Aan het eind van de middag komen we door een dorp waar ons verteld wordt dat het nog twintig kilometer zal zijn naar Mapiri. We gooien de flessen vol met water en rollen het dorp uit op zoek naar een kampeerplek. Gelukkig kunnen we wel kamperen zonder de spullen die nat zijn geworden. Vlak voor donker zetten we de tent op een eindje boven de weg en hebben een redelijk rustige nacht. Behalve dan dat midden in de nacht ergens iemand begint te trommelen. Er wonen blijkbaar mensen in het dal of… zouden het kannibalen zijn die rondom een grote kookpot aan het dansen zijn… Zulke gedachten helpen niet echt als je wildkampeert. Van vermoeidheid vallen we weer in slaap en sochtends zitten al onze ledematen er nog aan en schijnt de zon weer optimistisch op onze tent. No worries!
 
Halverwege de ochtend bereiken we Mapiri. Het ´gringo´ is hier niet van de lucht. Verder in Bolivia hebben we het eigenlijk weinig gehoord, maar hier en ook langs de weg roepen de kinderen regelmatig gringo naar ons. Toerist klinkt vriendelijker vinden wij, maar ze bedoelen het niet gemeen. Het is grappig om te zien hoe enthousiast veel kinderen zijn. Ze willen graag even een praatje maken en de fiets uitgebreid inspecteren. We nemen daar vaak wel even de tijd voor.
Met heerlijk versgebakken bananenbrood beginnen we aan de klim naar Santa Rosa. In Guanay bereikten we het laagste punt van ons junglerondje, plm 700m. Vanaf daar gaat het in etappes steeds verder omhoog totdat we weer de altiplano en daarna La Paz zullen bereiken. In Santa Rosa zitten we weer op plm 1300 en vanaf Santa Rosa is het klimmen naar Consata op plm 1600m. Al dat klimmen blijkt zwaar. Het gaat over onverharde, slechte wegen, veel stenen, modder, water over de weg af en toe grote plassen waar we door moeten, het is behoorlijk pittig, het is niet in een keer omhoog, maar gaat voortdurend omhoog en weer naar beneden. Daarbij is het warm, vochtig weer. We zweten ons een ongeluk. Dat we veel kilometers op hoogte in de benen hebben zitten is ons voordeel, die extra bloedcellen maken dat we snel herstellen van superzware klimmetjes. Maar eenmaal in Consata aangekomen is Joris helemaal kapot. Het Boliviaanse eten helpt ook niet echt bij het herstel, het blijft toch vaak een Russisch roulette of het er allemaal goed in blijft of heel snel door zal lopen. Stel heeft daar meer last van dan Joor. Daardoor moet Joor regelmatig dubbel werk verzetten. We zijn nu 6 dagen non-stop aan het fietsen en de koek lijkt een beetje op. De tijd begint te dringen. De klim naar Sorata op 2800m zal zeker drie dagen in beslag nemen en dan moeten we nog terugklimmen naar de altiplano over een pas van 4300m. Het lijkt niet realistisch om dit allemaal nog te fietsen. We besluiten in Consata een jeep te regelen die ons naar Sorata brengt. Dan kunnen we daar twee dagen relaxen en rustig doorfietsen naar La Paz. De Jeep is snel geregeld (als je maar betaalt kan hier alles). Volgeladen met dynamiet en fruit (de chauffeur verdient nog wat extra door vrachtjes spullen hier en daar af te zetten), een vrouw en kind en nog een Boliviaans stel vertrekken we. Omhoog, omhoog, omhoog over een smalle onverharde weg. Man, wat is dat eng in een jeep! Stel zit duizendmaal liever op haar fiets. Die afgronden… En de chauffeurs zijn het gewend om te doen dus een kilometertje harden draaien ze hun hand niet voor om. Afdalen in z´n drie op zulke wegen, het voelt als een vrije val… Regelmatig denken we aan onze ouders, wat als we hier over de rand storten. Hier hebben de mensen tenminste tien kinderen… (zou het daar iets mee te maken hebben?). De vrouw en haar kind hebben nergens last van. Ze heeft deze reis al zo vaak gemaakt en het kind valt zonder problemen in slaap. In tegenstelling tot ons, hartslag in de keel, schrap op de achterbank, en dan… een tegenligger, een vrachtwagen ook nog! In principe geldt op zulke bergwegen dat iedereen links moet houden, zodat de bestuurder goed kan zien waar de weg op houdt. Maar onze bestuurder Don Jorge besluit eerst rechts aan te houden, manouvreren op het randje, Stel heeft haar schietgebedje al gezegd. Joor zegt voorzichtig tegen Jorge dat er geen ruimte meer is om nog verder naar rechts te gaan… Dan langs de berg links, de vrachtwagen in zn achteruit en na een tiental meters passen we langs elkaar, pfffffff. We kunnen weer ademhalen. Af en toe met de ogen dicht, en dan weer strak op de weg verslinden we kilometer na kilometer, totdat… lekke band. Ach kunnen we even de benen strekken, fotos maken en herstellen voor het laatste stukje. Jorge heeft er binnen no time een nieuwe band onder liggen, dus kunnen we weer door. En dan zijn we in Sorata en kunnen we opgelucht ademhalen. Fietsen en bagage alles is goed overgekomen en we checken in een relaxed hostal. Twee dagen rust! Mooie plaats Sorata, prachtige ligging met uitzicht op 6000ers met besneeuwde toppen. In ons hostal ontmoeten we Kiko, een 62-jarige Amerikaan uit Bellingham, dat ligt vlakbij Seattle. Prachtige kerel, heeft twintig jaar in een boomhut gewoond, heeft naast zijn huis in Bellingham, ook een huis in Chili en pendelt nu dus heen en weer tussen de VS, waar hij een 14-jarige dochter heeft, en Chili, waar zijn Chileense vriendin woont. Hij is erg enthousiast over ons geplande fietsen in de VS. Hij heeft zelf ook fietstochten gemaakt en hij tekent ons een kaart hoe we uit Seattle moeten fietsen, via de eilanden en via Bellingham (dan kunnen we wel in zijn huis slapen, als zn huisgenoot thuis is) en via allerlei grappige kleine plaatsjes op de route 20 naar New York terecht komen. Superleuk dat soort ontmoetingen.
 
Na twee dagen Sorata zijn we weer helemaal opgeladen en klimmen we zonder problemen terug naar de altiplano. We slapen in Achachi. Een hotel vinden daar bleek nog een heel gedoe, omdat nergens een eigenaar aanwezig blijkt te zijn. De schoonmaaksters hebben geen sleutels, daarbij spreken ze alleen maar Aymara en mogen ze niks. Erg onhandig, weinig flexibel en initiatiefrijk, maar dat hebben we wel vaker meegemaakt in Bolivia. Is heel anders dan de mondige Nederlander. Hier moet je veeeel geduld hebben dat gaat ons de ene keer beter af dan de andere…
En dan nog een laatste etappe en na bijna 100km zijn we weer in La Paz, terug in onze heerlijke hotel voor de laatste dagen fietsen inpakken en ons klaarmaken voor Seattle.
 
Het is goed zo, Zuid Amerika is klaar voor nu. We hebben er op 130km na 10.000km opzitten in negen maanden.
Het was prachtig! Chili, Argentinie, Bolivia, afwisselende combi. Eerst van Santiago naar het zuiden over de carretera en toen vanaf Mendoza weer omhoog over de Andes heen en weer. Prachtige natuur, de bergen blijven ons fascineren. Dan ons uitstapje met de familie in maart, rondje Buenos Aires, Iguazu watervallen en weer terug naar de bergen. Vervolgens de overgang van Chili en Argentinie naar Bolivia. We gingen een hele nieuwe wereld in. Bolivia is in tegenstelling tot Chili en Argentinie nog erg puur. Een openluchtmuseum waar we doorheen fietsen. Al die traditioneel geklede vrouwen, de lamahoeders, het land door de armoede nog zo eenvoudig. Alhoewel overal mobieltjes doorgedrongen zijn. In de bergdorpen hebben ze kabeltelevisie, maar geen stromend water. Wonderlijke ontwikkeling. We hebben nog even gespeeld met de gedachte om door te gaan via Peru en Ecuador naar Colombia, maar daar zijn we ook snel weer vanaf gestapt. We zijn toe aan een verandering van omgeving. Doorgaan in Zuid Amerika zou meer van hetzelfde geven voor ons gevoel , dan zouden we het niet meer echt waarderen en dat is zonde. We komen vast nog wel een keer terug om die andere landen te zien en om daar dan weer volop van te genieten.
Nu dus op naar de VS. Met als voorbereiding hebben we allebei The Audacity of Hope van Barack Obama gelezen. We hebben er veel zin in.
We hebben via de Warmshowerlist een slaapadres in Seattle. Dat zijn fietsers die andere fietsers een plek om te slapen en te douchen bieden. Eens kijken of dat leuk is. Er zijn heel veel van dat soort adressen in de VS, dus als het bevalt…
Jullie horen weer van ons als we in the States geland zijn!
 
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Potosi – La Paz

Inmiddels zijn we in La Paz aangekomen en zijn we onze dagen aan het aftellen in Zuid Amerika, want 16 juni a.s. vliegen we naar Seattle in de VS, om daar nog drie maanden onze fietsreis te vervolgen!
Maar nu dus eerst nog verslag van de etappe van Potosi naar La Paz via Sucre en Cochabamba: Wat een prachtige, maar bij tijd en wijle superzware route!
Van ons hostel in Potosi moeten we eerst nog een paar kilometer steil omhoog naar de weg naar Sucre, zo hoog dat het echt niet hoger kan en dan zoeft de weg naar beneden, heeeeeerlijk, kilometers en kilometers afdalen. Sucre ligt op ongeveer 2800m en Potosi boven de 4000m, dus we hebben heel wat te gaan. De autos en busjes halen ons vrolijk groetend en toeterend in en we zwaaien en groeten wat af. We rijden door een altiplano landschap wat hoe lager we komen steeds groener wordt. Veel dorpjes langs de weg en alles asfalt dus een heerlijke etappe. Aan het eind van de middag komt er een eind aan de altiplano lijkt het wel want dan storten we in een soort kloof, haarspeld na haarspeld brengt ons razendsnel naar beneden. Tot we bij de rivierbedding zijn die helaas op 2100m ligt (te ver afgedaald…) en het daarna dus weer klimmen zal zijn. Het loopt tegen vijven en het is dus tijd om een plek voor de tent te zoeken. Via de bijna droge rivierbedding lopen we een eindje van de weg af en vragen we aan een boer of we op zijn land mogen kamperen. Hij heeft twee gevaarlijke honden zegt ie dus das niet zo handig, maar bij de buren zal wel plek zijn. En inderdaad, de buurvrouw vindt het geen probleem dat we de tent naast haar ezel en stieren opzetten, dus doen we dat en al gauw verzamelt zich een heel gezelschap nieuwsgierigen om ons kampement. De kinders vinden het allemaal reuze interessant en ook de stomme tante kijkt haar ogen uit. De kinders leggen ons gelijk uit dat ze niet kan praten, maar van snoep houdt ze wel. Wij gaan koken en zij sabbelen op de snoepjes en ondertussen kletsen we over van alles en nog wat. Onze wereld staat zo ver af van de hunne dat ze het meer grappig vinden dat wij in hun tuin kamperen dan dat ze er jaloers op zijn. Rare spullen hebben die mensen en zo ver te fietsen, ze moeten wel niet goed bij hun hoofd zijn. sOchtends bij het eerste licht duiken er al weer twee kinders (broer en kleine zus) op als Joor net staat te plassen, maar wildplassen dat zijn ze gelukkig wel gewend hier. Ze nestelen zich naast Joris als die het ontbijt op zet en ze kijken met grote hongerige ogen toe als we gaan eten. Een bakje rijstepap gaat er bij hun ook wel in en dus krijgen ze een bakje en zitten ze samen lief te smikkelen, eerlijk delen, steeds om en om een hapje. Dan doen ze ons uitgeleide en helpen onze fietsen weer op de weg te duwen. De weg gaat bergop dus ze kunnen nog eventjes meelopen, maar dan volgt er weer een afdaling en nemen we afscheid. Wat een schatties.
 
Dag twee naar Sucre is pittig. We zijn meer afgedaald dan de hoogte waarop Sucre ligt, wat dus klimmen betekent. Gelukkig is het allemaal asfalt, en is het een mooie en rustige (weinig verkeer) vallei die we langzaam omhoog fietsen en dat maakt een boel goed. In de loop van de middag bereiken we Sucre, de officiele hoofdstad van Bolivia. Echter de meeste regeringsonderdelen zitten in La Paz, in Sucre zit alleen nog het Hoger Gerechtshof. Dat schijnt de eeuwige strijd tussen Sucre en La Paz te zijn, wie zich nu hoofdstad van het land mag noemen. Sucre viert op 25 mei van dit jaar 200 jaar onafhankelijkheid. 200 jaar geleden op 25 mei 1809 werd hier de eerste roep om onafhankelijkheid van Zuid Amerika gedaan. De hele maand mei staat in het teken van deze feestelijke gebeurtenis. Er is van alles te doen, we zien muziekoptochten, er draaien overal films en er zijn diverse beurzen aan de gang. Sucre is een heerlijke stad. De gebouwen zijn voornamelijk allemaal wit van kleur, koloniaal wit. Het is er schoon en netjes en de mensen zien er goed uit. Sucre is namelijk een rijke stad, onder andere de mensen die in Potosi rijk waren geworden door de mijn zijn verhuisd naar Sucre. Hier wonen veel mensen op stand, ze zien er hier vrij modern en westers uit, maar je ziet ook nog steeds wel arme traditioneel geklede boeren. In Sucre zitten twee cafes/restaurants die worden gerund door Nederlanders. En dat vind je terug op de kaart: broodje kroket en appeltaart!!! Na acht maanden vinden we het heerlijk om ons hart op te halen met dit soort voer, daarnaast laten we ons de broodjes shoarma en bossche bollen (jaja) ook goed smaken.
 
We waren nog even in dubio hoe naar La Paz te fietsen, maar de Footprint beschrijft dat de weg via Cochabamba mooier zou zijn dan de weg via Oruro naar La Paz. Beide wegen zouden deels van slechte kwaliteit zijn, dus besluiten we de mooiere te nemen. De eerste 90km zijn prachtig, vlak buiten Sucre, waar je eerst nog een prachtig uitzicht hebt op de stad, stort de weg net als eerder vanaf Potosi naar beneden en rijden we door een prachtig rivierdal naar het laagste punt, Puente Arce. Vandaar begint het klimmen weer en wordt de weg onverhard… Het loopt tegen het eind van de dag en we zoeken naarstig naar een geschikt kampeerplekje, maar er wonen hier overal mensen. Dan vinden we een schoolgebouwtje, waar we mogelijkheden zien, er is alleen helaas niemand om te vragen of we er mogen staan. Het is vrijdagmiddag en de school zal wel dichtblijven tot maandag dus we gokken er op dat er niemand komt. Snel douchen en koken en in de schemer zet Joor de tent op. En dan horen we geroep en verschijnt er een vrouw die een beetje bozig aan ons vraagt wat wij daar aan het doen zijn op haar land… Ze vertelt dat ze even naar een naburig dorp was, maar nu weer terug en ze vindt het ok als we een nacht daar staan, als we er maar voor betalen… We hebben weinig keus en zeggen toe dat we haar de volgende morgen 10 Bolivianos (net iets meer dan een euro) zullen geven. Dan slapen. Maar om elf uur savonds staat ze ineens weer bij onze tent en schijnt ze met een zaklamp heen en weer. Even checken wat we aan het doen waren, eh slapen? En hoeveel we haar gaan betalen, 10 per persoon, en in Dollars? pfff. Wederom hebben we niet veel keus en zeggen we dat we haar 20 Bol zullen betalen, morgenochtend, nu eerst weer slapen. Ze vertelt door het tentzeil heen dat ze de hele nacht op blijft om de school te bewaken, volgens haar komen er rovers… En daarbij bewaakt ze haar dieren, er lopen namelijk een stuk of vijf varkens rond te tent die achter de tent in de bosjes hun ´nest´ lijken te hebben. Als de vrouw eindelijk weg is, beginnen de varkens te krijsen en ruzie te maken en te knorren en we doen geen oog dicht. Tot overmaat van ramp stopt er ook nog een auto op de weg, met pech blijkbaar, en de inzittenden stappen uit en praten en lachen en Joor en ik verwachten ze elk moment naast onze tent, ´de rovers´… Gelukkig na een half uur ofzo, krijgen ze de auto weer aan de praat en vervolgen ze hun weg. Wat een nacht…
De stofweg vervolgt zich omhoog omhoog en nog meer omhoog en we doen er de hele dag over om Alquile te bereiken. Daar zit gelukkig een redelijk hostel en we nemen een warme douche en hebben een heerlijke rustige nacht.
De stofweg was erg, maar de 76km van Alquile naar Totora… wie dat bedacht heeft, 76km kinderkopjes!!!! Ziet er prachtig uit, maar niet over te fietsen natuurlijk… Hier en daar zit er gelukkig een stofrand naast, maar bij tijd en wijle denderen we over de keien. Er zit weer een heerlijk hoogteverschil in de weg, eerst via allerlei haarspelden naar de rivier, om dan weer helemaal omhoog. Het uitzicht is wel prachtig trouwens. Totora op 76km leek een mooie dagafstand vanaf Alquile, maar blijkt na 65km en 7,5 uur trappen nog steeds niet in zicht. We zitten midden in de bergen en echt goeie kampeerplekjes zijn er niet. We vragen bij een huis of we achter hun huis mogen staan. De kinderen zijn alleen thuis, de oudste is 18 dus die kan gelukkig wel beslissen, want pa en ma komen vannacht niet terug, die zitten in hun tweede huis ergens hoog in de bergen bij het vee en de gewassen. We kamperen boven op de berg achter het huis van de kinderen. Gelukkig schijnt het de meeste mensen hier niet echt te kunnen schelen wie wij zijn en wat we aan het doen zijn. We kunnen douchen in het licht van de maan en we hebben een rustige nacht. Na 11 kilometer bereiken we de volgende ochtend Totora. Een prachtig koloniaal plaatsje, met mooie geveltjes en gietijzeren balkonnetjes. Hier eindigen de keien, haleluja!
In het dorpsrestaurant bestellen we een broodje ei. Hier eet men de hele dag door, sochtends om 10.30u zitten ze al aan de warme hap, maar ook als je om twee of drie of zeven uur komt zitten hier mensen te eten. Grappig om te zien. Er komt een oude toyota station aangereden propvol met Bolivianen. Achter uit de kattebak rollen twee dames van een jaar of zestig. Het hele gezelschap lijkt hem al behoorlijk te hebben hangen: lachen, gieren, brullen. Een van de dames komt gelijk op ons afgelopen en begint een heel verhaal over haar zoon in de VS en zijn Italiaanse vrouw en dat ze Europeanen zulke fijne mensen vindt en dat die haar zo goed begrijpen, ze schuift een stoel aan en dan plots is ze in tranen en blijkt dat de Italiaanse vrouw twee jaar geleden samen met haar 5 maanden oude dochtertje om het leven is gekomen, op 21-jarige leeftijd en er is geen houden meer aan. De dame snikt grote tranen en wordt hoe langer hoe emotioneler. Het bier dat ze zichzelf steeds bijschenkt lijkt het ook niet makkelijker te maken. We proberen haar te troosten en te sussen en we worden gered als haar eten wordt opgediend en brengen haar terug naar haar tafel. Pfff, broodje ei bijna koud, tis me wat allemaal. Ze nodigt ons uit om bij haar te overnachten, maar we hebben de indruk dat ons dat niet veel rust zal opleveren. We besluiten door te fietsen, omdat de hostels die we gezien hebben ons nou niet echt uitnodigen, maar dan hebben we geluk. Er is een heel luxe hotel in het dorp, maar er werd ons in het restaurant vertelt dat de eigenaar in Cochabamba is, dus de boel is dicht. Joor rolt nog even naar de plaza om te kijken hoe die er uit ziet en raakt daar aan de praat met een man. Die man vertelt ons dat ie wel weet hoe we wel in dat luxe ding kunnen overnachten. En wat een geluk, er is een sleutelhouder die de boel waarneemt! Hij brengt ons naar een prachtig huis met woonkamer, keuken en diverse badkamers en daar kunnen we voor 100 Bol (11 euro) overnachten! Super! Omdat we moe zijn besluiten we er twee nachten te blijven.
 
Dan door naar Cochabamba, weer over asfalt! Totora uit komt er een boer naast ons fietsen, dat is nou een van de dingen die fietsen zo bijzonder maakt. Je hebt en gezellig gesprekje en komt zo een beetje te weten van het leven van de mensen hier. sMiddags komen we langs een school. Eerst zijn de kids heel stoer en zeggen ze niks als we langsfietsen, maar als we dan een broodje gaan eten een paar kilometer verderop en de een na de ander langs komt raken ze al wat losser en groeten en giechelen ze in het voorbijgaan. Als we dan weer op fiets stappen en bergop net zo langzaam trappen als zij lopen raken we met ze in gesprek. De een wil lerares worden, maar eigenlijk het liefste zangeres en haar broer werkt in Rio Grande Tierra del Fuego (Argentinie) en waarschijnlijk gaat ze hem van de zomer opzoeken. Hele gewone gesprekjes met hele gewone Boliviaanse jongens en meiden, leuk om hen een beetje over Nederland te vertellen en zij ons over hun leven hier. Dat maakt het reizen op de fiets zo boeiend, dit soort ontmoetingen.
 
In Cochabamba is het warm, lekker! We trakteren ons op een luxe hotel na zoveel nachten kamperen en na een nacht in een hostel met een heel gaar bed. We ontmoeten Wouter en Sanne, die zijn op de motor al een half jaar onderweg door Zuid Amerika. We gaan samen een hapje eten, gezellig verhalen uitwisselen. www.pindaqueso.waarbenjij.nu
Dan de laatste etappe naar La Paz, terug naar de altiplano! Het eten in Cochabamba was lekker, maar de laatste avond bij de Dumbo is er toch iets misgegaan, want onze beide darmen zijn wat onrustig bij vertrek. Na 67km bergop houden we het voor gezien en kamperen we achter een heuveltje net naast de weg. En dan begint de ellende, Stel voelt zich gedurende de nacht steeds beroerder en sochtends rent ze de tent uit, spuitpoep… en nog een keer en nog een keer. We besluiten om vandaag hier te blijven staan. Joor gaat water halen in een dorp 2,5km terug. De volgende dag gaat het iets beter, maar Stel heeft nog steeds wat koorts en we besluiten om nog een dag te blijven staan, zodat Stel weer wat kan aansterken. Drie nachten langs de kant van de weg. Een van de grote aders in Bolivia. Het verkeer gaat dan ook dag en nacht door. Dat is een geruststellend idee ook, dat als er wat gebeurt dat er voortdurend mensen voorbij komen om hulp aan te vragen. Na de derde nacht gaat het weer zo zo en we stappen weer op de fiets. Helaas moeten we eerst nog een heel eind klimmen, we kampeerden op 3400m en we moeten over 4100m. slowly slowly, veel stoppen en rusten en dan bereiken we toch de 4000m en slaan we boven op een berg de tent weer op. De dag erna is Stel weer helemaal de oude en klimmen we over La Cumbre waarna het afdalen is naar de altiplano op 3800m. We kamperen even buiten Caracollo bij Rene, een vriendelijke boer. Hij wil ons wel een kamer geven, omdat het volgens hem ijzig koud is snachts, maar we liggen liever in ons tentje. Het blijkt inderdaad een ijzig koude nacht, de slaapzakken houden ons maar net warm.
De altiplano fietsen is aardig, maar niet superboeiend, veel verkeer en redelijk vlak met wat heuveltjes op en af, wel weer veel lama´s, dat blijven toch mooie beesten. Op het kruispunt van wegen naar Chili en La Paz, Patacamaya, slapen we in een hostal en hebben we weer een keer een warme douche, heerlijk! We eten in een restaurantje voor 14 Bol = 1,60 euro samen! Bolivia is toch wel echt een heel goedkoop land voor ons, maar niet voor de Bolivianen. Dat maakte het gesprek met Rene ook wel duidelijk, hij moet hard werken om rond te komen, hij heeft ook een stuk of 8 kinderen en dat is ook duur, maar ja, anticonceptie dat ligt niet zo gemakkelijk allemaal. In de meeste dorpen is wel een systeem voor schoon drinkwater aangelegd (vol trots heeft Unicef overal zn borden met deze mededeling staan). Ook gaan de meeste kinderen sochtends naar school, maar voor veel kinderen zal dit niet het verschil maken en zullen ze in de voetsporen van hun ouders treden en de schapen en lama´s hoeden en quinoa en tarwe verbouwen. Vooruitgang zal hier maar langzaam gaan. Het is nauurlijk ook maar de vraag wat goed is en wat vooruitgang voor de mensen hier is, dat kun je niet zomaar vergelijken met onze westerse idealen.
 
En dan La Paz, wat een wereldstad, de op twee na grootste stad van Bolivia. El Alto ligt er praktisch tegenaan en dat is de nummer 2 en Santa Cruz in het laagland is de grootste stad van Bolivia. La Paz ligt in een vallei, en El Alto ligt op de altiplano er boven. De fotos laten wel een beetje zien hoe groot en heftig La Paz is, in woorden moeilijk te beschrijven. La Paz is een grote markt. Overal staan mensen hun spulletjes te verkopen, van fruit tot kleerhangers, van vlees tot lippenbalsem, alles kun je vinden op deze gekleurde markten. Nu hebben we eergisteren een Nederlandse dame, Helen Koolschijn, ontmoet die een project van kinderdagopvang runt voor de kinderen van de marktkooplui, het project heet Corazon Inquieto www.connectiebolivia.nl . De meeste van de kinderen van de marktkooplui zitten namelijk de hele dag bij hun moeder in het stalletje. Particuliere kinderopvang is voor hen niet te betalen. Nu heeft Helen dus drie jaar gelden dit project opgezet waarbij ze aan veertig kinderen dagelijks opvang biedt. sOchtends voor de jongsten, omdat de oudsten dan naar school gaan, en smiddags vanaf 6 tot 12 jaar. Er zijn twee Boliviaanse vrouwen in dienst en verder draait het op (Nederlandse) vrijwilligers. We zijn vanmorgen bij deze kinderopvang wezen kijken en het is prachtig om te zien wat ze daar met die kinderen doen. Met sponsors met name hier in Bolivia bekostigt Helen de twee Boliviaanse vrouwen die de groepen leiden. De ouders betalen dagelijks 1,50 bol voor opvang van het kind. Het project kost jaarlijk plm 1500 euro om dagelijks 40 kinderen op te vangen. sochtends 20 en smiddags 20. De kinderen krijgen er wat te eten, ze zingen, knutselen, puzzelen, leren tandenpoetsen en doen spelletjes met de kinderen. Dagelijks krijgt een ander kind individuele aandacht om te werken aan de speciale behoeften van dat kind. Er zit momenteel een Nederlands vrijwilligster, die stomtoevallig ook Stella heet en uit Groningen komt. Zij geeft kinderen ook individuele aandacht. Joris en ik vinden dit project iets om bij jullie onder de aandacht te brengen. Als je toch nog iets wilde geven aan een goed doel, maar door de bomen het bos niet meer ziet dan kunnen we dit van harte aanbevelen. Geef de kinderen van de marktkooplui in La Paz een kans! Het geld gaat direct naar de kids, naar de begeleiders en naar materiaal om de kinderen mee te vermaken en om ze te laten leren. Het is zo kleinschalig dat er niks aan de strijkstok kan blijven hangen. Joris heeft nog wat fotos gemaakt, die zal hij nog op de site zetten. De andere reisfotos staan er al op.
 
Donatienummer ING Bank 509 46 35
Stichting Connectie Bolivia, Nijmegen
´Donation Corazon Inquieto´
voor meer info verwijs ik naar de website www.connectiebolivia.nl of mail naar info@connectiebolivia.nl
 
Ok, weer een heel lang verhaal. Vrijdag vertrekken we nog voor een rondje Yungas, Coroico, jungle, Sorata en weer terug naar La Paz en dan dus 16 juni naar de VS!
Posted in Uncategorized | Leave a comment

San Pedro de Atacama – Potosi (bolivia)

we zijn in Uyuni, Bolvia! In acht dagen via San Pedro naar Calama en toen dwars door de Atacama woestijn via Ollague en de Salar de Uyuni. Prachtig! maar ook wel zwaar af en toe vanwege de onverharde (zand)wegen…
In Calama hebben we nog een dagje rust gehad om de Chuquicamata-mijn te bezoeken. Erg indrukwekkend. Het is de grootste open kopermijn ter wereld. Het dorp dat er naast ligt, Chuquicamata is sinds januari vorig jaar onbewoond. Codelco, de miningcompany, heeft vanwege gezondheids- en veiligheidsredenen (veel stof en de mijn breidt zich steeds verder uit, zodat het dorp onder de afgegraven stukken dreigde te verdwijnen) alle bewoners naar Calama verplaatst. Chuqui is nu een soort spookstad, raar om te zien, de uithangborden van cafes en scholen hangen er nog allemaal, alsof elk moment de mensen uit hun huizen kunnen stappen. Het zijn in totaal trouwens drie mijnen die ze nu aan elkaar aan het werken zijn. Er wordt gewerkt met mega trucks, daar past een gewone vrachtwagen wel drie of vier keer in. Bizar groot. Ze rijden allemaal links om ongelukken te voorkomen. Zo kunnen de chauffeurs zich orienteren op de rand van de weg om zo op koers te blijven. Alle jeeps hebben vlaggetjes van een paar meter hoog op hun auto voor zichbaarheid. In het verleden zijn er monstertrucks over jeeps heengereden, omdat ze ze domweg niet zagen…
 
Vanuit Calama reden we in een half dagje naar Chiu Chiu, nog over asfalt, dus lekker makkelijk, maar wel omhoog (Calama ligt op 2200m en we gaan weer naar de altiplano, die ligt op plm 3600m en over een pas van bijna 4000m). Na Chiu Chiu is echt 35km puur woestijn fietsen, niet zo veel te zien, echt droger dan droog, een brede vallei. Het aardige is wel dat we heel lang uitzicht houden op de drie mijnen die we bezocht hebben. Daarna gaan we meer de bergen weer in, wordt het dal smaller en interessanter, dan zie je de kleuren van de bergen en vulkanen beter. We volgen het treinspoor van Calama naar Ollague. sNachts liggen we naast het spoor in de tent, en dan komt er een trein langs gedendert, als bij een aardbeving (alhoewel we die nog niet hebben meegemaakt, maar dat moet vast zo voelen) liggen we te trillen in de tent.
 
We kunnen elke dag wel ergens aan vers water komen, dus hoeven we niet extra veel mee te slepen. Bij de stations werken mensen en er wonen zelfs mensen in Ascotan bij de zoutvlakte van Ascotan. Bizarre plek om te wonen, al wat je ziet is zoutmeer en stof. Aan water wil een dame die daar woont ons nog wel helpen, maar de bananen zijn voor de eigen mensen, helaas. Dan verandert de weg in zand en ploegen we mul voort. De laatste plaats in Chili is Ollague. Daar is een restaurant en de beste baas maakt ons heerlijke worstjes met salade klaar. Hij heeft ook nog wel een kamertje met twee spartaanse bedden en een koude douche voor ons. Kost niet veel en later blijkt dat er nog twee luxere hostals in het dorp zitten… Eerder woonden er duizend mensen in Ollague toen de zwavelmijn nog in gebruik was, ze leverden aan Chuquicamata, maar nu Chuqui zijn koperwinning op een andere manier doet zonder zwavel is de mijn stil komen te liggen en is op zon zestig mensen na iedereen weggetrokken… Wel vinden we in een paar kleine winkeltjes nog wat melkpoeder en bij een dame aan huis kopen we brood en zo kunnen wij Bolivia wel in.
 
De grens over, na zeven maanden weer eens een nieuw land! We moeten entreegeld betalen, vaag, 25 Bolivianos pp (2 euro 50), met Chileense pesos betalen mag ook, de douanier wil ook nog wel Dollars met ons wisselen. Altijd weer even spannend hoe dat allemaal gaat, maar met een zootje Bolivianos op zak en een vriendelijke authentiek in boljurk en bolhoed geklede Bolviaanse dame die ons de goede weg wijst (in tegenstelling tot de grensbeamten die ons over de grote nieuwe weg wezen, wat vele kilometers en bergen extra zou betekenen), zoeven we over de pampa richting San Juan. Daar komen we verbazend genoeg aan het eind van de middag al aan. Het gaat sneller dan gedacht. En hier arriveren dan ook alle jeeptours vanuit San Pedro de Atacama en Uyuni. Het winkeltje waar de jeeps stoppen is dan ook uitgerust met Pringles en Snickers. De hostals zijn niet zo bijzonder, maar het kost dan ook niks, een paar euro met warme douche! (itt Argentinie en Chili is hier alles ineens een stuk goedkoper). Van San Juan naar Chivuca via de llamas en vicuñas, mooi beesten, praatje met een oude dame die de llamas hoedt en tegelijk een llamatrui aan het breien is, vriendelijke militair bij de post (waar hij een jaar dienst moet doen zonder vrije dagen) wijst ons de goede weg en dan zijn we bij de zoutvlakte van Uyuni, de Salar!! In Chivuca willen we nog wat eten kopen, maar als de dame van de winkel terug is van haar land blijkt ze de sleutel van haar winkel kwijt… die ligt nog ergens op het veld waar ze vanmorgen de llamas heeft uitgelaten, ze gaat morgenochtend zoeken…
 
Op naar het cactuseiland Incahuasi, een eiland met allemaal cactussen midden op de Salar, bizar gezicht, heel onwerkelijk, met een restaurantje en tafeltjes van zout waar alle jeeptourtjes stoppen… We fietsen nog geen tien minuten over het zout of Joors versnellingskabel houdt het voor gezien, tja, vervangen, gaat ff niet zo soepeltjes, maffe plek om pech te hebben, maar na nog geen uur vervolgen we onze weg over het zout. Fietsen over zout, als fietsen op ijs of harde sneeuw, maar helemaal niet glad, het knispert gezellig onder onze banden, die helemaal wit uitslaan. Het voelt alsof je elk moment kan uitglijden, raar! Dan zijn we zat van het fietsen en fietsen we van het jeepspoor af een paar honderd meter naar het zuiden, mooie plek voor ons kampement. Joor had op internet gelezen dat je een steen mee moet nemen om de haringen in het zout te krijgen en dat bleek een goeie tip! Binnen no time heeft Joor onze tent staan op deze immense witte vlakte, onder een strak blauwe lucht met stralende zon. Ff douchen? Lekker in de blote kont op deze bizarre plek, alles wit om ons heen, de eerste bergen kilometers verwijderd. En wij met ons tentje, zo nietig, bijzonder. Prachtige zonsondergang, alle kleuren van de regenboog aan de hemel en dan sterren en het duister dat aan komt rollen en geen hond, geen mens, geen jeep meer, alleen wij… fantastisch!
 
En dan laatste daggie naar Uyuni, toeristenoord, even weer bijeten, na alle spaghetti met rode saus nu lekker pizza en hamburgers en veel verse fruitsappen. 
 
 Tot Potosi, want daar zitten we nu. Dat is de hoogste stad ter wereld, is boven de 4000m. Uyuni lag al wel op 3600m dus op zich zou je denken dat we niet veel hoger hoefden, maarrr dat viel tegen…. We verlieten namelijk de altiplano, de hoogvlakte, waar alles ongeveer even hoog is, richting de bergen, dus op en neer… De weg is nog onverhard op de laatste vier kilometer na. Ze zijn anderhalf jaar geleden oid begonnen met asfalteren, het is een stuk van ongeveer 210 kilometer dus daar zijn ze ook nog wel even zoet mee. Het gaat dwars door de bergen, en het was een klein spoortje en moet nu een ruime tweebaansweg worden. Je kunt je voorstellen wat  een chaos dat wordt. Trucks af en aan, een grote stoffige bende. De wegen hier zijn bij tijd en wijle zo steil, ze gebruiken bij aanleg duidelijk een andere hellingmeter dan in Argentinie en Chili… Ik denk dat we in totaal wel vijf of zes keer geklomen zijn tot 4000-4200m om vervolgens weer af te dalen naar 3400m-3800m wanneer het weer klimmen geblazen was. Dat was behoorlijk pittig, gelukkig kwamen we af en toe door dorpjes, waar we een fles Fanta konden halen om weer op adem te komen.
Bolivia is een van de armste landen in Zuid Amerika en dat verschil is duidelijk te merken met Chili en Argentinie. Hier zijn bijvoorbeeld geen supermarkten, hier lopen de meeste dames in traditionele kleren en de kwaliteit van de hostals en hotels is van een ander niveau dan we gewend waren (de lakens en handdoeken worden omgedraaid gedroogd en weer neergelegd, of niet eens…). Tussen Uyuni en Potosi hebben we drie keer wild gekampeerd, das prettiger dan in een bed van een ander te liggen. Even wennen dus Bolivia, maar alles is hier wel veel goedkoper, dus dat is weer prettig. Qua hygiene is het meer opletten geblazen, van water uit de kraan zeggen ze dat je het niet moet drinken. Tot nu toe zijn we gelukkig nog niet aan de buikloop, maar het is niet vreemd als dat wel gebeurt, het schijnt 90% van de fietsers te overkomen…
De Bolivianen zijn rustiger dan de Argentijnen en Chilenen. Ze lijken schuchterder, verlegen. Minder makkelijk in het eerste contact, maar als blijkt dat we ze in het Spaans goed te woord kunnen staan dan blijkt het ijs toch meestal wel snel gebroken. Wel lastig is het als ze alleen maar Quechua spreken, maar gelukkig spreken de meeste jonge mensen wel Spaans. Hier is het trouwens ook een meer gebruikelijke vraag hoe lang we al onderweg zijn, blijkbaar zijn ze wel gewend dat toeristen al maanden op reis zijn voordat ze in Bolivia komen.
Veel vrouwen hier hebben prachtige rokken aan en bolhoedjes of strohoedjes op. Helaas waren ze onderweg nog niet zo gewillig om op de foto te gaan. Ons vragen werd meestal afgewezen, een dame vroeg om geld voordat ze op de foto wilde, daar beginnen we niet aan. Ach, we hebben nog tijd zat, dus er komen vast nog genoeg geschikte momenten.
 
Potosi heeft zich trouwens ontwikkeld tot zon grote stad vanwege de berg waar ie tegenaan ligt, Cerro Rico. Deze berg zit vol met goud! Daar wordt al sinds jaar en dag door mijnwerkers onder erbarmelijke omstandigheden gewerkt, steeds dieper in de mijn, om nog wat zinvols er uit te halen. Touristen kunnen met een toertje de mijn in, kijken hoe de mijnwerkers aan het werk zijn, zien onder wat voor omstandigheden ze daar werken en samen met je gids wat dynamiet opblazen. Je gaat vooraf op de markt cocabladeren en dynamiet voor ze kopen, als geschenk, zodat ze nog even door kunnen daar in die grotten, met slechte ventilatie, op het vierde niveau in de mijn kan de temperatuur oplopen tot 40 graden Celsius. Gisteren waren twee Fransen van ons hostal op zon toer, deze werd voortijdig afgebroken, omdat er een mijnwerker tijdens het werk was overleden, die moest er uit worden gehaald…
Joris en ik hebben besloten dat we deze toer dus niet willen doen. 15% van de kosten van de toer gaat naar de cooperatie waar je naar binnen gaat, dat is niks. Je bezoekt dan dat stukje van de mijn. Zo zijn er vele cooperaties die allemaal in een stukje van de mijn aan het hakken zijn, in veel gevallen ook naar elkaar toe. Het is een grote gatenkaas met alle risicos van dien… Ik denk niet dat het nuttig is dat wij dit sponseren. Cocabladeren worden hier van oudsher trouwens genuttigd door de mijnwerkers, om het werk vol te kunnen houden, ze schijnen de bladeren eerst voor te bewerken tot een grote bal die ze dan links of rechts in hun mond houden en die onder invloed van speeksel een verdovend gevoel afgeeft, zo vergeet je de honger en dat je vermoeid raakt. Het kauwen schijnt ook goed te werken tegen hoogteziekteverschijnselen. Het is een onderdeel van de cultuur, heel veel mensen op het land en in de dorpen kauwen cocabladeren. Dat maakt het ook zo lastig om de verbouw van de coca te stoppen. Het is traditie, alhoewel er ook veel misbruik van wordt gemaakt en een groot deel van de verbouw verwerkt wordt tot cocaine…
Evo Morales was zelf ook een cocaboer (voordat ie president werd), dus hij strijd voor de rechten van de cocaboeren en tegen de Amerikaanse uitbanning van de cocaverbouw. Onlangs zou er een aanslag tegen Evo zijn beraamd door een Hongaar en vier handlangers o.a. een Ier. Deze Ier is vorige week doodgeschoten in Santa Cruz. We zien nu propaganda op de televisie dat Bolivia goed bezig is in de strijd tegen terrorisme en dat ze er goed aan hebben gedaan om deze vijf terroristen op te pakken cq te vermoorden. Ben benieuwd hoe de rechtzaak gaat verlopen en hoe nou precies zit.
 
Van Potosi gaan we door naar Sucre, over asfalt als het goed is! En dan maar eens bekijken hoe we in La Paz gaan geraken. Dit bergen klimmen is behoorlijk zwaar, misschien toch maar weer snel naar de altiplano?

 
 

Posted in Uncategorized | Leave a comment