Potosi – La Paz

Inmiddels zijn we in La Paz aangekomen en zijn we onze dagen aan het aftellen in Zuid Amerika, want 16 juni a.s. vliegen we naar Seattle in de VS, om daar nog drie maanden onze fietsreis te vervolgen!
Maar nu dus eerst nog verslag van de etappe van Potosi naar La Paz via Sucre en Cochabamba: Wat een prachtige, maar bij tijd en wijle superzware route!
Van ons hostel in Potosi moeten we eerst nog een paar kilometer steil omhoog naar de weg naar Sucre, zo hoog dat het echt niet hoger kan en dan zoeft de weg naar beneden, heeeeeerlijk, kilometers en kilometers afdalen. Sucre ligt op ongeveer 2800m en Potosi boven de 4000m, dus we hebben heel wat te gaan. De autos en busjes halen ons vrolijk groetend en toeterend in en we zwaaien en groeten wat af. We rijden door een altiplano landschap wat hoe lager we komen steeds groener wordt. Veel dorpjes langs de weg en alles asfalt dus een heerlijke etappe. Aan het eind van de middag komt er een eind aan de altiplano lijkt het wel want dan storten we in een soort kloof, haarspeld na haarspeld brengt ons razendsnel naar beneden. Tot we bij de rivierbedding zijn die helaas op 2100m ligt (te ver afgedaald…) en het daarna dus weer klimmen zal zijn. Het loopt tegen vijven en het is dus tijd om een plek voor de tent te zoeken. Via de bijna droge rivierbedding lopen we een eindje van de weg af en vragen we aan een boer of we op zijn land mogen kamperen. Hij heeft twee gevaarlijke honden zegt ie dus das niet zo handig, maar bij de buren zal wel plek zijn. En inderdaad, de buurvrouw vindt het geen probleem dat we de tent naast haar ezel en stieren opzetten, dus doen we dat en al gauw verzamelt zich een heel gezelschap nieuwsgierigen om ons kampement. De kinders vinden het allemaal reuze interessant en ook de stomme tante kijkt haar ogen uit. De kinders leggen ons gelijk uit dat ze niet kan praten, maar van snoep houdt ze wel. Wij gaan koken en zij sabbelen op de snoepjes en ondertussen kletsen we over van alles en nog wat. Onze wereld staat zo ver af van de hunne dat ze het meer grappig vinden dat wij in hun tuin kamperen dan dat ze er jaloers op zijn. Rare spullen hebben die mensen en zo ver te fietsen, ze moeten wel niet goed bij hun hoofd zijn. sOchtends bij het eerste licht duiken er al weer twee kinders (broer en kleine zus) op als Joor net staat te plassen, maar wildplassen dat zijn ze gelukkig wel gewend hier. Ze nestelen zich naast Joris als die het ontbijt op zet en ze kijken met grote hongerige ogen toe als we gaan eten. Een bakje rijstepap gaat er bij hun ook wel in en dus krijgen ze een bakje en zitten ze samen lief te smikkelen, eerlijk delen, steeds om en om een hapje. Dan doen ze ons uitgeleide en helpen onze fietsen weer op de weg te duwen. De weg gaat bergop dus ze kunnen nog eventjes meelopen, maar dan volgt er weer een afdaling en nemen we afscheid. Wat een schatties.
 
Dag twee naar Sucre is pittig. We zijn meer afgedaald dan de hoogte waarop Sucre ligt, wat dus klimmen betekent. Gelukkig is het allemaal asfalt, en is het een mooie en rustige (weinig verkeer) vallei die we langzaam omhoog fietsen en dat maakt een boel goed. In de loop van de middag bereiken we Sucre, de officiele hoofdstad van Bolivia. Echter de meeste regeringsonderdelen zitten in La Paz, in Sucre zit alleen nog het Hoger Gerechtshof. Dat schijnt de eeuwige strijd tussen Sucre en La Paz te zijn, wie zich nu hoofdstad van het land mag noemen. Sucre viert op 25 mei van dit jaar 200 jaar onafhankelijkheid. 200 jaar geleden op 25 mei 1809 werd hier de eerste roep om onafhankelijkheid van Zuid Amerika gedaan. De hele maand mei staat in het teken van deze feestelijke gebeurtenis. Er is van alles te doen, we zien muziekoptochten, er draaien overal films en er zijn diverse beurzen aan de gang. Sucre is een heerlijke stad. De gebouwen zijn voornamelijk allemaal wit van kleur, koloniaal wit. Het is er schoon en netjes en de mensen zien er goed uit. Sucre is namelijk een rijke stad, onder andere de mensen die in Potosi rijk waren geworden door de mijn zijn verhuisd naar Sucre. Hier wonen veel mensen op stand, ze zien er hier vrij modern en westers uit, maar je ziet ook nog steeds wel arme traditioneel geklede boeren. In Sucre zitten twee cafes/restaurants die worden gerund door Nederlanders. En dat vind je terug op de kaart: broodje kroket en appeltaart!!! Na acht maanden vinden we het heerlijk om ons hart op te halen met dit soort voer, daarnaast laten we ons de broodjes shoarma en bossche bollen (jaja) ook goed smaken.
 
We waren nog even in dubio hoe naar La Paz te fietsen, maar de Footprint beschrijft dat de weg via Cochabamba mooier zou zijn dan de weg via Oruro naar La Paz. Beide wegen zouden deels van slechte kwaliteit zijn, dus besluiten we de mooiere te nemen. De eerste 90km zijn prachtig, vlak buiten Sucre, waar je eerst nog een prachtig uitzicht hebt op de stad, stort de weg net als eerder vanaf Potosi naar beneden en rijden we door een prachtig rivierdal naar het laagste punt, Puente Arce. Vandaar begint het klimmen weer en wordt de weg onverhard… Het loopt tegen het eind van de dag en we zoeken naarstig naar een geschikt kampeerplekje, maar er wonen hier overal mensen. Dan vinden we een schoolgebouwtje, waar we mogelijkheden zien, er is alleen helaas niemand om te vragen of we er mogen staan. Het is vrijdagmiddag en de school zal wel dichtblijven tot maandag dus we gokken er op dat er niemand komt. Snel douchen en koken en in de schemer zet Joor de tent op. En dan horen we geroep en verschijnt er een vrouw die een beetje bozig aan ons vraagt wat wij daar aan het doen zijn op haar land… Ze vertelt dat ze even naar een naburig dorp was, maar nu weer terug en ze vindt het ok als we een nacht daar staan, als we er maar voor betalen… We hebben weinig keus en zeggen toe dat we haar de volgende morgen 10 Bolivianos (net iets meer dan een euro) zullen geven. Dan slapen. Maar om elf uur savonds staat ze ineens weer bij onze tent en schijnt ze met een zaklamp heen en weer. Even checken wat we aan het doen waren, eh slapen? En hoeveel we haar gaan betalen, 10 per persoon, en in Dollars? pfff. Wederom hebben we niet veel keus en zeggen we dat we haar 20 Bol zullen betalen, morgenochtend, nu eerst weer slapen. Ze vertelt door het tentzeil heen dat ze de hele nacht op blijft om de school te bewaken, volgens haar komen er rovers… En daarbij bewaakt ze haar dieren, er lopen namelijk een stuk of vijf varkens rond te tent die achter de tent in de bosjes hun ´nest´ lijken te hebben. Als de vrouw eindelijk weg is, beginnen de varkens te krijsen en ruzie te maken en te knorren en we doen geen oog dicht. Tot overmaat van ramp stopt er ook nog een auto op de weg, met pech blijkbaar, en de inzittenden stappen uit en praten en lachen en Joor en ik verwachten ze elk moment naast onze tent, ´de rovers´… Gelukkig na een half uur ofzo, krijgen ze de auto weer aan de praat en vervolgen ze hun weg. Wat een nacht…
De stofweg vervolgt zich omhoog omhoog en nog meer omhoog en we doen er de hele dag over om Alquile te bereiken. Daar zit gelukkig een redelijk hostel en we nemen een warme douche en hebben een heerlijke rustige nacht.
De stofweg was erg, maar de 76km van Alquile naar Totora… wie dat bedacht heeft, 76km kinderkopjes!!!! Ziet er prachtig uit, maar niet over te fietsen natuurlijk… Hier en daar zit er gelukkig een stofrand naast, maar bij tijd en wijle denderen we over de keien. Er zit weer een heerlijk hoogteverschil in de weg, eerst via allerlei haarspelden naar de rivier, om dan weer helemaal omhoog. Het uitzicht is wel prachtig trouwens. Totora op 76km leek een mooie dagafstand vanaf Alquile, maar blijkt na 65km en 7,5 uur trappen nog steeds niet in zicht. We zitten midden in de bergen en echt goeie kampeerplekjes zijn er niet. We vragen bij een huis of we achter hun huis mogen staan. De kinderen zijn alleen thuis, de oudste is 18 dus die kan gelukkig wel beslissen, want pa en ma komen vannacht niet terug, die zitten in hun tweede huis ergens hoog in de bergen bij het vee en de gewassen. We kamperen boven op de berg achter het huis van de kinderen. Gelukkig schijnt het de meeste mensen hier niet echt te kunnen schelen wie wij zijn en wat we aan het doen zijn. We kunnen douchen in het licht van de maan en we hebben een rustige nacht. Na 11 kilometer bereiken we de volgende ochtend Totora. Een prachtig koloniaal plaatsje, met mooie geveltjes en gietijzeren balkonnetjes. Hier eindigen de keien, haleluja!
In het dorpsrestaurant bestellen we een broodje ei. Hier eet men de hele dag door, sochtends om 10.30u zitten ze al aan de warme hap, maar ook als je om twee of drie of zeven uur komt zitten hier mensen te eten. Grappig om te zien. Er komt een oude toyota station aangereden propvol met Bolivianen. Achter uit de kattebak rollen twee dames van een jaar of zestig. Het hele gezelschap lijkt hem al behoorlijk te hebben hangen: lachen, gieren, brullen. Een van de dames komt gelijk op ons afgelopen en begint een heel verhaal over haar zoon in de VS en zijn Italiaanse vrouw en dat ze Europeanen zulke fijne mensen vindt en dat die haar zo goed begrijpen, ze schuift een stoel aan en dan plots is ze in tranen en blijkt dat de Italiaanse vrouw twee jaar geleden samen met haar 5 maanden oude dochtertje om het leven is gekomen, op 21-jarige leeftijd en er is geen houden meer aan. De dame snikt grote tranen en wordt hoe langer hoe emotioneler. Het bier dat ze zichzelf steeds bijschenkt lijkt het ook niet makkelijker te maken. We proberen haar te troosten en te sussen en we worden gered als haar eten wordt opgediend en brengen haar terug naar haar tafel. Pfff, broodje ei bijna koud, tis me wat allemaal. Ze nodigt ons uit om bij haar te overnachten, maar we hebben de indruk dat ons dat niet veel rust zal opleveren. We besluiten door te fietsen, omdat de hostels die we gezien hebben ons nou niet echt uitnodigen, maar dan hebben we geluk. Er is een heel luxe hotel in het dorp, maar er werd ons in het restaurant vertelt dat de eigenaar in Cochabamba is, dus de boel is dicht. Joor rolt nog even naar de plaza om te kijken hoe die er uit ziet en raakt daar aan de praat met een man. Die man vertelt ons dat ie wel weet hoe we wel in dat luxe ding kunnen overnachten. En wat een geluk, er is een sleutelhouder die de boel waarneemt! Hij brengt ons naar een prachtig huis met woonkamer, keuken en diverse badkamers en daar kunnen we voor 100 Bol (11 euro) overnachten! Super! Omdat we moe zijn besluiten we er twee nachten te blijven.
 
Dan door naar Cochabamba, weer over asfalt! Totora uit komt er een boer naast ons fietsen, dat is nou een van de dingen die fietsen zo bijzonder maakt. Je hebt en gezellig gesprekje en komt zo een beetje te weten van het leven van de mensen hier. sMiddags komen we langs een school. Eerst zijn de kids heel stoer en zeggen ze niks als we langsfietsen, maar als we dan een broodje gaan eten een paar kilometer verderop en de een na de ander langs komt raken ze al wat losser en groeten en giechelen ze in het voorbijgaan. Als we dan weer op fiets stappen en bergop net zo langzaam trappen als zij lopen raken we met ze in gesprek. De een wil lerares worden, maar eigenlijk het liefste zangeres en haar broer werkt in Rio Grande Tierra del Fuego (Argentinie) en waarschijnlijk gaat ze hem van de zomer opzoeken. Hele gewone gesprekjes met hele gewone Boliviaanse jongens en meiden, leuk om hen een beetje over Nederland te vertellen en zij ons over hun leven hier. Dat maakt het reizen op de fiets zo boeiend, dit soort ontmoetingen.
 
In Cochabamba is het warm, lekker! We trakteren ons op een luxe hotel na zoveel nachten kamperen en na een nacht in een hostel met een heel gaar bed. We ontmoeten Wouter en Sanne, die zijn op de motor al een half jaar onderweg door Zuid Amerika. We gaan samen een hapje eten, gezellig verhalen uitwisselen. www.pindaqueso.waarbenjij.nu
Dan de laatste etappe naar La Paz, terug naar de altiplano! Het eten in Cochabamba was lekker, maar de laatste avond bij de Dumbo is er toch iets misgegaan, want onze beide darmen zijn wat onrustig bij vertrek. Na 67km bergop houden we het voor gezien en kamperen we achter een heuveltje net naast de weg. En dan begint de ellende, Stel voelt zich gedurende de nacht steeds beroerder en sochtends rent ze de tent uit, spuitpoep… en nog een keer en nog een keer. We besluiten om vandaag hier te blijven staan. Joor gaat water halen in een dorp 2,5km terug. De volgende dag gaat het iets beter, maar Stel heeft nog steeds wat koorts en we besluiten om nog een dag te blijven staan, zodat Stel weer wat kan aansterken. Drie nachten langs de kant van de weg. Een van de grote aders in Bolivia. Het verkeer gaat dan ook dag en nacht door. Dat is een geruststellend idee ook, dat als er wat gebeurt dat er voortdurend mensen voorbij komen om hulp aan te vragen. Na de derde nacht gaat het weer zo zo en we stappen weer op de fiets. Helaas moeten we eerst nog een heel eind klimmen, we kampeerden op 3400m en we moeten over 4100m. slowly slowly, veel stoppen en rusten en dan bereiken we toch de 4000m en slaan we boven op een berg de tent weer op. De dag erna is Stel weer helemaal de oude en klimmen we over La Cumbre waarna het afdalen is naar de altiplano op 3800m. We kamperen even buiten Caracollo bij Rene, een vriendelijke boer. Hij wil ons wel een kamer geven, omdat het volgens hem ijzig koud is snachts, maar we liggen liever in ons tentje. Het blijkt inderdaad een ijzig koude nacht, de slaapzakken houden ons maar net warm.
De altiplano fietsen is aardig, maar niet superboeiend, veel verkeer en redelijk vlak met wat heuveltjes op en af, wel weer veel lama´s, dat blijven toch mooie beesten. Op het kruispunt van wegen naar Chili en La Paz, Patacamaya, slapen we in een hostal en hebben we weer een keer een warme douche, heerlijk! We eten in een restaurantje voor 14 Bol = 1,60 euro samen! Bolivia is toch wel echt een heel goedkoop land voor ons, maar niet voor de Bolivianen. Dat maakte het gesprek met Rene ook wel duidelijk, hij moet hard werken om rond te komen, hij heeft ook een stuk of 8 kinderen en dat is ook duur, maar ja, anticonceptie dat ligt niet zo gemakkelijk allemaal. In de meeste dorpen is wel een systeem voor schoon drinkwater aangelegd (vol trots heeft Unicef overal zn borden met deze mededeling staan). Ook gaan de meeste kinderen sochtends naar school, maar voor veel kinderen zal dit niet het verschil maken en zullen ze in de voetsporen van hun ouders treden en de schapen en lama´s hoeden en quinoa en tarwe verbouwen. Vooruitgang zal hier maar langzaam gaan. Het is nauurlijk ook maar de vraag wat goed is en wat vooruitgang voor de mensen hier is, dat kun je niet zomaar vergelijken met onze westerse idealen.
 
En dan La Paz, wat een wereldstad, de op twee na grootste stad van Bolivia. El Alto ligt er praktisch tegenaan en dat is de nummer 2 en Santa Cruz in het laagland is de grootste stad van Bolivia. La Paz ligt in een vallei, en El Alto ligt op de altiplano er boven. De fotos laten wel een beetje zien hoe groot en heftig La Paz is, in woorden moeilijk te beschrijven. La Paz is een grote markt. Overal staan mensen hun spulletjes te verkopen, van fruit tot kleerhangers, van vlees tot lippenbalsem, alles kun je vinden op deze gekleurde markten. Nu hebben we eergisteren een Nederlandse dame, Helen Koolschijn, ontmoet die een project van kinderdagopvang runt voor de kinderen van de marktkooplui, het project heet Corazon Inquieto www.connectiebolivia.nl . De meeste van de kinderen van de marktkooplui zitten namelijk de hele dag bij hun moeder in het stalletje. Particuliere kinderopvang is voor hen niet te betalen. Nu heeft Helen dus drie jaar gelden dit project opgezet waarbij ze aan veertig kinderen dagelijks opvang biedt. sOchtends voor de jongsten, omdat de oudsten dan naar school gaan, en smiddags vanaf 6 tot 12 jaar. Er zijn twee Boliviaanse vrouwen in dienst en verder draait het op (Nederlandse) vrijwilligers. We zijn vanmorgen bij deze kinderopvang wezen kijken en het is prachtig om te zien wat ze daar met die kinderen doen. Met sponsors met name hier in Bolivia bekostigt Helen de twee Boliviaanse vrouwen die de groepen leiden. De ouders betalen dagelijks 1,50 bol voor opvang van het kind. Het project kost jaarlijk plm 1500 euro om dagelijks 40 kinderen op te vangen. sochtends 20 en smiddags 20. De kinderen krijgen er wat te eten, ze zingen, knutselen, puzzelen, leren tandenpoetsen en doen spelletjes met de kinderen. Dagelijks krijgt een ander kind individuele aandacht om te werken aan de speciale behoeften van dat kind. Er zit momenteel een Nederlands vrijwilligster, die stomtoevallig ook Stella heet en uit Groningen komt. Zij geeft kinderen ook individuele aandacht. Joris en ik vinden dit project iets om bij jullie onder de aandacht te brengen. Als je toch nog iets wilde geven aan een goed doel, maar door de bomen het bos niet meer ziet dan kunnen we dit van harte aanbevelen. Geef de kinderen van de marktkooplui in La Paz een kans! Het geld gaat direct naar de kids, naar de begeleiders en naar materiaal om de kinderen mee te vermaken en om ze te laten leren. Het is zo kleinschalig dat er niks aan de strijkstok kan blijven hangen. Joris heeft nog wat fotos gemaakt, die zal hij nog op de site zetten. De andere reisfotos staan er al op.
 
Donatienummer ING Bank 509 46 35
Stichting Connectie Bolivia, Nijmegen
´Donation Corazon Inquieto´
voor meer info verwijs ik naar de website www.connectiebolivia.nl of mail naar info@connectiebolivia.nl
 
Ok, weer een heel lang verhaal. Vrijdag vertrekken we nog voor een rondje Yungas, Coroico, jungle, Sorata en weer terug naar La Paz en dan dus 16 juni naar de VS!
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s