Rondje La Paz- Coroico- Sorata- La Paz

Hierbij het laatste verhaal(tje) uit Zuid Amerika over de afgelopen twee weken in Bolivia, voordat we morgenochtend op het vliegtuig naar Seattle stappen!
 
We hebben nog een rondje jungle gemaakt vanuit La Paz. La Paz ligt in een soort kom op 3800m. Voordat je kunt gaan afdalen naar de jungle (wij gaan naar 700m) moet je eerst nog een pas over van 4700m… Bij vertrek was het weer wat ongewis, maar omdat de tijd om het rondje te doen beperkt was en we uit een website van een stel die het rondje in 2003 had gemaakt konden opmaken dat je er toch gauw twee weken over doet, zijn we toch maar vertrokken. Het weer in het dal van La Paz knapte steeds meer op dus de keus leek goed. Klim, klim, klim ging het hoger en hoger totdat we rond drie uur de pas bereikten. Langs de weg een vrouw die haar Alpaca´s (soort lama) aan het uitlaten is, mooie beesten. Helaas leek ons geluk wat betreft het weer daar om te slaan, we belanden midden in de wolken… En ook aan de andere kant naar beneden was het volledig bewolkt zodat we helaas niet van het prachtige uitzicht (wat het zou moeten zijn) konden genieten. Muts op, sjaal om, handschoenen aan en afdalen maar, brrr superkoud, maar wat wil je op zo´n hoogte. In een dorpje gaan we aan de warme thee om te ontdooien. Daar wordt ons verteld dat in het volgende dorp alojamiento zal zijn, een plek om te slapen dus. Daar gaan we voor! Verder afdalen, waardoor we onder de wolken komen, wat betekent dat het regent… Kleddernat komen we in het volgende dorp aan waar ons meegedeeld wordt dat er geen alojamiento is… Doorvragen levert de naam van een vrouw op, ´juanita´, die wel iets zou weten. En inderdaad zij heeft een leeg hok waar wel vaker fietsers blijken te overnachten. Wij vinden alles prima, het regent maar door, we zijn kleddernat, daarbinnen is het droog en er is licht, dus wat heb je nog meer nodig? We rollen met fiets en al naar binnen, snel uit de natte kleren en weer aan de hete thee. Daarna koken we bruine bonen met bacon uit blik. Een zwaar blik, maar na zoveel spaghetti met rode saus moesten we wat anders proberen. De bonen smaken heerlijk (heeft Joris die dus niet voor niets helemaal de pas over gesleept)!
 
De volgende dag is het weer gelukkig opgeknapt. Gelukkig, want we gaan vandaag over de Death Road naar Coroico. De Death Road is een eenbaans slingerweg door de Yungas (supergroene junglebergen) waarbij je in plm 40km plm 2500m afdaalt, onverhard, steile afgronden, zie de fotos. Het heet Death Road omdat daar in het verleden regelmatig auto´s, bussen en vrachtwagens de afgrond in getuimeld zijn. Sinds drie jaar is er een nieuwe weg, deze is geasfalteerd. De oude weg is nu een toeristenattractie waarbij toeristen op mountainbikes naar beneden mogen scheuren. Niet geheel en al zonder risico hoor! Drie weken voordat wij er naar beneden gaan is er nog een jongen op z´n fiets naar beneden gestort, halverwege de weg komen we langs een groot kruis met zijn naam er op… Voorzichtigheid geboden dus! Het begint als een gravelweg, modder met veel stenen, daarna wordt het een stevig zand/modderpad met twee sporen. Prima te doen voor ons, we rollen gestadig naar beneden en ook al hangen er wolken, hier en daar krijgen we prachtige doorkijkjes. Totdat… een landverschuiving ons de weg blokkeert! Door de regen van de afgelopen dagen is een halve berg naar beneden gekomen op de weg… Shit, wat nu? Terug? Maar het duurt maar een minuut of vijf en dan arriveren de eerste toeristen op hun mountainbikes, zij worden geassisteerd door busjes, dus binnen no time is het een drukke bende. De toerleiders zijn dit blijkbaar wel gewend. De groepen krijgen eten en drinken wat voor later bedoeld was (ook wij krijgen yoghurt en cake!) en worden geinstrueerd om hun warme kleren en te veel aan spullen terug te leggen in de busjes om daarna met fiets over de landslide te klimmen. Joris en ik slaan het nieuwsgierig gade. Als snel wordt er een pad over de landslide gevormd en de een na de ander klimt er over. Wij besluiten om onze spullen af te laden en van de groepen gebruik te maken en onze spullen van hand tot hand te laten gaan naar de andere kant. Perfect! Een uur na aankomst bij de landslide staan wij (bruin van de modder) met onze fietsen en tassen aan de andere kant en kunnen we onze weg vervolgen. Dankzij de landslide wordt het voor de busjes onmogelijk om te volgen, lekker rustig dus, nu hebben we alleen nog maar rekening te houden met langschietende mountainbikers. Sommige vliegen je als een kip zonder kop voorbij. Om niet door een van hen over de rand gelanceerd te worden rijden wij op de rechterbaan. En zo komen we zonder brokken halverwege de middag beneden. Zoals bijna altijd daalt de weg verder af dan het dorp waar we heen willen, dus zo ook nu. Coroico ligt op 1800m en we zijn afgedaald naar 1300m. Weer klimmen dus, 7km over kinderkopjes… Een vriendelijk stel in een jeep biedt ons onder aan de klim een lift aan, maar puristen als we zijn slaan we die af. Halverwege de kinderkopjes vragen we ons af waarom we die lift ook alweer hadden afgeslagen. Maar om half vijf zijn we boven en dik trots op onszelf natuurlijk!
Coroico is een schattig plaatsje met prachtig uitzicht op de omliggende bergen en de oude (Death Road) en de nieuwe weg. We besluiten een dagje te blijven. De temperatuur is hier erg aangenaam, zeker vergeleken met La Paz, lekker zonnetje, en Joris trekt baantjes in het hotelzwembad. We eten lekker in de Back Stube (even niet Boliviaans ;) en Stel spoelt alle modder weer uit de kleren. Op naar de jungle!
 
Over de kinderkopjes gaat de weg naar beneden naar de rivier die we stroomafwaarts zullen vervolgen naar Caranavi. Stroomafwaarts betekent helaas niet de hele tijd afdalen, het is klimmen en dalen over een vreselijke stofweg! Er is heel veel verkeer, wat heeeeel veeel stof betekent. De weg is smal, meestal eenbaans, een waar spektakel als vrachtwagens en autos elkaar moeten passeren. 70km blijkt lang en zwaar, doortrappen dus in het stof. We komen bruin aan in Caranavi (zie de foto). Grappige kitten hebben ze in het hotel, een paarse sheba…
Van Caranavi naar Guanay is het rustiger op de weg, het is een mooie tocht door het groen, helaas geen apen gezien, schijnen er wel te zitten, maar meer hoger in de bergen. Wel veel vlinders en vogels, prachtige kleuren, wonderlijke geluiden, de ringtones van mobieltjes zijn er niks bij. Tien kilometer voor het dorp krijgt Joor zn tweede lekke band, op 9500km mogen we niet klagen. Pompen en doorfietsen maar.
 
Het stel van die website had van Guanay een boot genomen naar Mapiri. Dat leek ons ook wel wat. Helaas staat het water te laag en gaan er geen boten… Fietsen dus. Op de kaart lijkt de weg langs de rivier te lopen, dus hoe zwaar kan dat zijn? Mis! De weg gaat weg van de rivier en over de bergen! 100km wordt ons verteld, maar het kan ook 70km zijn. Daar heb je dus niks aan. Steil!!! Lopen, duwen, trekken, Joris heeft er een dubbele klus aan, eerst zichzelf en dan duwt hij mij en mn fiets omhoog, of loopt met mijn fiets, en ik hobbel er achter aan. Waarom deden we dit ook alweer? Maar het uizicht vanaf de bergen is prachtig, het is hier zo groen! En er is nauwelijks verkeer dus we hebben de ruimte. Na 38km komen we op de top van een heuvel bij een dorp aan. We zijn kapot. Er is geen hostel, maar we mogen wel kamperen op het voetbalveld. Water kun je een eindje beneden bij de koeien halen en zo hebben we een prachtig plekje boven het dorp op de berg. Aan de straat worden kippetjes gefrituurd met rijst en koude patatten. Daar stoppen ook jeeps die op weg zijn naar Mapiri. Ze vertellen ons dat het nog twee uur rijden is voor hen naar Mapiri en dat ze pas een uur onderweg zijn… Dan gaan wij er dus waarschijnlijk langer dan een dag over doen nog. Balen… Met de boot was in een dag geweest. Maar goed, we weten waar we ons op in moeten stellen nu.
 
Net als de eerste dag vanaf Guanay gaat de weg op en neer, maar nu moeten we ook een aantal rivieren kruisen. Net voor de lunch komen we bij de eerste rivier aan. Eerst maar eens een broodje en bekijken hoe anderen door het water gaan. Er komt een vrouw aan, ze stroopt haar broek op, slippers uit en daar gaat ze. Het water komt ongeveer tot haar dijbenen. Het zijn maar kleine mensen de Bolivianen, het zal ons tot de knieen komen. Joor gaat eerst, dat gaat goed! Joor komt terug en sleept mijn fiets er ook door. De stroming halverwege is best sterk en de voortassen hebben de neiging tot drijven. Het is beter dat Joor dit doet. Ik loop er achteraan. Sokken en schoenen weer aan en weer op pad. Helaas blijkt mijn standaard het begeven te hebben. Joor haalt hem er af en we vervolgen onze weg. Weer omhoog en naar beneden naar de volgende rivier. Beetje van hetzelfde. Ik dacht het nu zelf te proberen, maar kom vreselijk vast te staan. Joor snelt te hulp en sleept de fiets naar de overkant. Sokken en schoenen weer aan en dan… water loopt in straaltjes uit een van Stels voortassen… Is er zoveel water in onze voordragerbuizen gekomen? Tas open… vanaf halverwege alles kletsnat… alles dr uit, kleren uitwringen en dan maar weer er in, drogen lukt nu toch niet en we willen door, want we zijn nog lang niet in Mapiri. Ook vandaag lukt het niet om het te halen. Aan het eind van de middag komen we door een dorp waar ons verteld wordt dat het nog twintig kilometer zal zijn naar Mapiri. We gooien de flessen vol met water en rollen het dorp uit op zoek naar een kampeerplek. Gelukkig kunnen we wel kamperen zonder de spullen die nat zijn geworden. Vlak voor donker zetten we de tent op een eindje boven de weg en hebben een redelijk rustige nacht. Behalve dan dat midden in de nacht ergens iemand begint te trommelen. Er wonen blijkbaar mensen in het dal of… zouden het kannibalen zijn die rondom een grote kookpot aan het dansen zijn… Zulke gedachten helpen niet echt als je wildkampeert. Van vermoeidheid vallen we weer in slaap en sochtends zitten al onze ledematen er nog aan en schijnt de zon weer optimistisch op onze tent. No worries!
 
Halverwege de ochtend bereiken we Mapiri. Het ´gringo´ is hier niet van de lucht. Verder in Bolivia hebben we het eigenlijk weinig gehoord, maar hier en ook langs de weg roepen de kinderen regelmatig gringo naar ons. Toerist klinkt vriendelijker vinden wij, maar ze bedoelen het niet gemeen. Het is grappig om te zien hoe enthousiast veel kinderen zijn. Ze willen graag even een praatje maken en de fiets uitgebreid inspecteren. We nemen daar vaak wel even de tijd voor.
Met heerlijk versgebakken bananenbrood beginnen we aan de klim naar Santa Rosa. In Guanay bereikten we het laagste punt van ons junglerondje, plm 700m. Vanaf daar gaat het in etappes steeds verder omhoog totdat we weer de altiplano en daarna La Paz zullen bereiken. In Santa Rosa zitten we weer op plm 1300 en vanaf Santa Rosa is het klimmen naar Consata op plm 1600m. Al dat klimmen blijkt zwaar. Het gaat over onverharde, slechte wegen, veel stenen, modder, water over de weg af en toe grote plassen waar we door moeten, het is behoorlijk pittig, het is niet in een keer omhoog, maar gaat voortdurend omhoog en weer naar beneden. Daarbij is het warm, vochtig weer. We zweten ons een ongeluk. Dat we veel kilometers op hoogte in de benen hebben zitten is ons voordeel, die extra bloedcellen maken dat we snel herstellen van superzware klimmetjes. Maar eenmaal in Consata aangekomen is Joris helemaal kapot. Het Boliviaanse eten helpt ook niet echt bij het herstel, het blijft toch vaak een Russisch roulette of het er allemaal goed in blijft of heel snel door zal lopen. Stel heeft daar meer last van dan Joor. Daardoor moet Joor regelmatig dubbel werk verzetten. We zijn nu 6 dagen non-stop aan het fietsen en de koek lijkt een beetje op. De tijd begint te dringen. De klim naar Sorata op 2800m zal zeker drie dagen in beslag nemen en dan moeten we nog terugklimmen naar de altiplano over een pas van 4300m. Het lijkt niet realistisch om dit allemaal nog te fietsen. We besluiten in Consata een jeep te regelen die ons naar Sorata brengt. Dan kunnen we daar twee dagen relaxen en rustig doorfietsen naar La Paz. De Jeep is snel geregeld (als je maar betaalt kan hier alles). Volgeladen met dynamiet en fruit (de chauffeur verdient nog wat extra door vrachtjes spullen hier en daar af te zetten), een vrouw en kind en nog een Boliviaans stel vertrekken we. Omhoog, omhoog, omhoog over een smalle onverharde weg. Man, wat is dat eng in een jeep! Stel zit duizendmaal liever op haar fiets. Die afgronden… En de chauffeurs zijn het gewend om te doen dus een kilometertje harden draaien ze hun hand niet voor om. Afdalen in z´n drie op zulke wegen, het voelt als een vrije val… Regelmatig denken we aan onze ouders, wat als we hier over de rand storten. Hier hebben de mensen tenminste tien kinderen… (zou het daar iets mee te maken hebben?). De vrouw en haar kind hebben nergens last van. Ze heeft deze reis al zo vaak gemaakt en het kind valt zonder problemen in slaap. In tegenstelling tot ons, hartslag in de keel, schrap op de achterbank, en dan… een tegenligger, een vrachtwagen ook nog! In principe geldt op zulke bergwegen dat iedereen links moet houden, zodat de bestuurder goed kan zien waar de weg op houdt. Maar onze bestuurder Don Jorge besluit eerst rechts aan te houden, manouvreren op het randje, Stel heeft haar schietgebedje al gezegd. Joor zegt voorzichtig tegen Jorge dat er geen ruimte meer is om nog verder naar rechts te gaan… Dan langs de berg links, de vrachtwagen in zn achteruit en na een tiental meters passen we langs elkaar, pfffffff. We kunnen weer ademhalen. Af en toe met de ogen dicht, en dan weer strak op de weg verslinden we kilometer na kilometer, totdat… lekke band. Ach kunnen we even de benen strekken, fotos maken en herstellen voor het laatste stukje. Jorge heeft er binnen no time een nieuwe band onder liggen, dus kunnen we weer door. En dan zijn we in Sorata en kunnen we opgelucht ademhalen. Fietsen en bagage alles is goed overgekomen en we checken in een relaxed hostal. Twee dagen rust! Mooie plaats Sorata, prachtige ligging met uitzicht op 6000ers met besneeuwde toppen. In ons hostal ontmoeten we Kiko, een 62-jarige Amerikaan uit Bellingham, dat ligt vlakbij Seattle. Prachtige kerel, heeft twintig jaar in een boomhut gewoond, heeft naast zijn huis in Bellingham, ook een huis in Chili en pendelt nu dus heen en weer tussen de VS, waar hij een 14-jarige dochter heeft, en Chili, waar zijn Chileense vriendin woont. Hij is erg enthousiast over ons geplande fietsen in de VS. Hij heeft zelf ook fietstochten gemaakt en hij tekent ons een kaart hoe we uit Seattle moeten fietsen, via de eilanden en via Bellingham (dan kunnen we wel in zijn huis slapen, als zn huisgenoot thuis is) en via allerlei grappige kleine plaatsjes op de route 20 naar New York terecht komen. Superleuk dat soort ontmoetingen.
 
Na twee dagen Sorata zijn we weer helemaal opgeladen en klimmen we zonder problemen terug naar de altiplano. We slapen in Achachi. Een hotel vinden daar bleek nog een heel gedoe, omdat nergens een eigenaar aanwezig blijkt te zijn. De schoonmaaksters hebben geen sleutels, daarbij spreken ze alleen maar Aymara en mogen ze niks. Erg onhandig, weinig flexibel en initiatiefrijk, maar dat hebben we wel vaker meegemaakt in Bolivia. Is heel anders dan de mondige Nederlander. Hier moet je veeeel geduld hebben dat gaat ons de ene keer beter af dan de andere…
En dan nog een laatste etappe en na bijna 100km zijn we weer in La Paz, terug in onze heerlijke hotel voor de laatste dagen fietsen inpakken en ons klaarmaken voor Seattle.
 
Het is goed zo, Zuid Amerika is klaar voor nu. We hebben er op 130km na 10.000km opzitten in negen maanden.
Het was prachtig! Chili, Argentinie, Bolivia, afwisselende combi. Eerst van Santiago naar het zuiden over de carretera en toen vanaf Mendoza weer omhoog over de Andes heen en weer. Prachtige natuur, de bergen blijven ons fascineren. Dan ons uitstapje met de familie in maart, rondje Buenos Aires, Iguazu watervallen en weer terug naar de bergen. Vervolgens de overgang van Chili en Argentinie naar Bolivia. We gingen een hele nieuwe wereld in. Bolivia is in tegenstelling tot Chili en Argentinie nog erg puur. Een openluchtmuseum waar we doorheen fietsen. Al die traditioneel geklede vrouwen, de lamahoeders, het land door de armoede nog zo eenvoudig. Alhoewel overal mobieltjes doorgedrongen zijn. In de bergdorpen hebben ze kabeltelevisie, maar geen stromend water. Wonderlijke ontwikkeling. We hebben nog even gespeeld met de gedachte om door te gaan via Peru en Ecuador naar Colombia, maar daar zijn we ook snel weer vanaf gestapt. We zijn toe aan een verandering van omgeving. Doorgaan in Zuid Amerika zou meer van hetzelfde geven voor ons gevoel , dan zouden we het niet meer echt waarderen en dat is zonde. We komen vast nog wel een keer terug om die andere landen te zien en om daar dan weer volop van te genieten.
Nu dus op naar de VS. Met als voorbereiding hebben we allebei The Audacity of Hope van Barack Obama gelezen. We hebben er veel zin in.
We hebben via de Warmshowerlist een slaapadres in Seattle. Dat zijn fietsers die andere fietsers een plek om te slapen en te douchen bieden. Eens kijken of dat leuk is. Er zijn heel veel van dat soort adressen in de VS, dus als het bevalt…
Jullie horen weer van ons als we in the States geland zijn!
 
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s