Yes, yes, hello, hello!
Het heeft even geduurd, maar hier is dan eindelijk de eerste update uit de US of A! Want daar waar in Bolivia op bijna elk straathoek wel een internetcafe te vinden was, zo dun zijn de internetcafe’s hier gezaaid. Wel veel WIFI, maar zonder laptop heb je daar weinig aan… Tis net als bij ons in Nederland dus, daar zit ook iedereen gerieflijk achter zn eigen laptopje met een koppie koffie op de bank. Nu zit ik dat dus eindelijk ook bij Jan en Keith, een warmshoweradres, in Libby, Montana. We zijn dus al twee staten door en inmiddels in de derde aangekomen. Met al weer meer dan 1100km op de VS-teller gaat het alweer rap.
Amerika, the land of milk en honey (of was dat ergens anders?), anyway, wat een land, wat een contrast met Zuid Amerika. Wat weer een genieten, maar op een heel andere manier nu. Hier is alles zoals in de films en de soaps, groot en veel en nog veel meer!
Seattle
Ruim een maand geleden zijn we aangekomen in Seattle, rond middernacht, wat ons deed besluiten om maar op het vliegveld te blijven slapen voordat we naar ons warmshoweradres zullen gaan. Er lagen wel meer mensen, dus de contacten waren al snel gelegd en als we sochtends wakker worden ligt de eerste uitnodiging voor een slaapplaats en hottub naast onze hoofden. Dat begint al goed! Joor zet de fietsen in elkaar en we hebben zoals altijd weer veel bekijks. Het verschil met de Bolivianen is dat de Amerikanen hun nieuwsgierigheid graag bevredigd zien en dus maar al te graag een praatje aanknopen. Nan, een meid die zelf ook graag mountainbiked nodigt ons uit voor een lunch als we in Mazama zullen zijn. De adressen zijn weer snel uitgewisseld. Wat een vriendelijkheid allemaal, het is als een warm bad. Dan vertrekken we op fietse naar David Monk, ons warmhoweradres in Capitol Hill, de gay wijk van Seattle.
Seattle heeft in en om de stad een heel netwerk van fietsroutes, dus het is relaxed inkomen via mooie fietspaden door het groen. Washington State doet haar naam eer aan als Evergreen State, het is hier ook groen. Je merkt helemaal niet dat je in zo’n grote stad zit. Onderweg voelt het alsof we in een Amerikaanse film zijn beland, grote auto’s overal, megajeeps en trucks met dikke Amerikanen er in, overal van die schattige langwerpige brievenbussen met zo’n rood dingetje er aan om aan te geven dat er iets in zit, grasmaaiende Amerikanen op hun perfect groene lawn, van die typische houten bungalowhuizen met een mooie porch er voor, het is alsof we een set zijn binnengereden. Fascinerend. Door de parken naderen we het centrum, squirls en rabbits vergezellen ons op onze weg. Het ruikt naar lente en naderende zomer, de lucht is heerlijk fris, wat een contrast met al die uitlaatgassen in het zuiden. We ademen onze longetjes vol schone lucht.
We kunnen pas vanaf 15u bij David terecht dus we lunchen downtown Seattle. Daar hebben we een gezellig gesprek met Richard en Nora, zijn senior lawine reddingshond. Prachtig beest, wit van kleur, lekker handig in de sneeuw. Ze wonen in Jasper, Canada, maar gaan voor hun werk regelmatig naar de Alpen en Nieuw Zeeland. Boeiende baan, helaas komen ze meestal te laat en is het met name dode mensen uit de sneeuw graven. Bijzonder dat dit ondanks alle moderne middelen nog steeds met name met honden gaat. Geen Sint Bernards, veels te lomp. Hier gebruik ze vooral sheperds.
David Monk, onze eerste warmshower
Even na drieen arriveren bij David voor de deur. Wat een relaxte kerel en wat een relaxed apartement! Hij heeft een serre met een heerlijke luierbank van waaruit je uitzicht hebt over de I-5 (grote verkeersader) en downtown Seattle, dus met strak uitzicht op de Space Needle. We doen gedrieen boodschappen om samen te eten en leren zo mekaar al een beetje kennen. David is half Amerikaans en half Japans. Hij is 38 jaar, maar leeft het leven van een 20-jarige student. Hij heeft een studentenbegeleidersbaantje van 16 uur in de week bij de Universiteit op vijf minuutjes fietsen van zn huis. Daarnaast doet ie nu summerschool om te kijken of ie nog een studie op gaat pakken. Hij heeft al veel verschillende banen gehad, waaronder ook een eigen bedrijf, maar hij wil nu iets met cijferreeksen en coderingen, ‘quantum physics’, hogere wiskunde waar wij de ballen van begrijpen. Z’n vriendinnen zijn maximaal 25 jaar, "daarna beginnen ze over kinderen" en dan heeft David gegeten en gedronken. David is lid van de bibliotheek en huurt daar zijn DVD’s. Hij heeft een hele stapel thuis liggen, dus we hoeven ons niet te vervelen. Hij eet elke dag spinaziesalade met garbanzobeans. Z’n vader woont op twintig minuten fietsen en David pendelt regelmatig heen en weer, want daar heeft ie nog meer fietsen staan. Z’n vader is 80 jaar en fietst zelf ook nog, skieen doet ie trouwens ook nog graag. Geweldig! In het appartement verhuurt David trouwens een kamer aan een Japanse. Zij is psycholoog bij het leger, ze doet therapie met veteranen en teruggekeerden (al dan niet met al hun ledematen). In de weekenden racet ze in haar eigen raceauto op een circuit een eindje buiten Seattle. We zien haar nauwelijks. Het is een bijzondere huishouding.
High fructose corn syrup
In de supermarkt wijst David ons gelijk op de ‘high fructose corn syrup’, een zeer geconcentreerde kunstmatige zoetstof die de Amerikanen in bijna al hun producten stoppen. "Dat is een echte dikmaker, het is kunstmatig en daarom is het slecht voor je", zo vertelt David ons. Als je er op gaat letten, zit het werkelijk overal in, zelfs in het brood. Nu draaien we dus elk product om om te kijken wat er in zit. In de supermarkten hier vindt je naast al die kunstmatig gemanipuleerde producten gelukkig veel organische producten, biologisch dus. Een deel van de bevolking is daar tot bijna het geobsedeerde af mee bezig, die eten alles rauw en biologisch, zo puur mogelijk. De rest vreet alles wat los en vast zit (beetje gechargeerd natuurlijk). De Mc Donalds, Burger King, Ardy’s, Taco Bell, Rockin’ Donuts, Burgerworld en ga zo maar door, je vindt ze op elke straathoek en de vette hap is goedkoop vergeleken met gezond eten uit de supermarkt. Voor veel Amerikanen is de keus blijkbaar snel gemaakt. De mensen zijn hier dik! Minstens de helft van de mensen die we op straat tegenkomen hebben overgewicht, we schatten dat weer de helft daarvan obees is. Schokkend! Een reform van het gezondheidssysteem is hard nodig (wat te denken van preventie!), omdat gezondheidszorg nu alleen maar te betalen is door de rijken (tweeverdieners betalen ongeveer 600 dollar per maand), maar met al die dikke mensen (met alle gevolgen van dien) wordt het straks onbetaalbaar. Obama heeft hier een lastige klus te pakken.
Ziek
Onderweg van Bolivia naar Seattle voelt Stel zich niet al te jofel, warm, koud, koud, warm, het voelt als koorts. Pas bij David krijgt ze de kans om dat te meten, 38.6, oef, hoog! Stel is nooit ziek, en als ze al ziek is, dan is de koorts max 38 graden, dus dit is vreemd. Na het eten maar op tijd op bed. Zweten, alles kletsnat, en dan weer bibberen van de kou, pff, wat een nacht. sOchtends is de koorts naar 39,2 gestegen. Interessant, omdat die meestal sochtends lager hoort te zijn. Joor begint zich lichtelijk ongerust te maken. Malaria, hoe zat dat ook alweer? Op de koorts en hoofdpijn na voelt Stel zich verder wel ok, een boterham gaat er ook nog wel in. Maar echt geruststellend is het allemaal niet. David biedt zijn bed aan en Joor neemt contact op met de verzekeringsmaatschappij om uit te zoeken waar wij bloed kunnen gaan prikken. Een hele toer, omdat ze hun telefoonnummer verandert hebben en dat niet aan de klanten doorgeven. Uiteindelijk krijgen we accoord om naar een ziekenhuis in de buurt te gaan. In de buurt blijkt helaas een kilometer of 15 weg… Met een taxi gaan we naar de Spoed. Het gaat niet allemaal even efficient. Om drie uur zijn we binnen en om 21u kunnen we het ziekenhuis eindelijk weer verlaten. Koorts gemeten in de mond (geeft een afwijking met de kont van ruim een graad…). Bloed, meerdere buizen vol. Voelen door de ziekenhuisjurk heen, want je wilt als dokter niet gesued worden voor harrasment. Twee longfoto’s en als toetje nog een echo van de benen, omdat de dedimeer (voor de dokters onder jullie) boven de 30 is en ze bang zijn dat Stel misschien ergens een bloedprop heeft zitten. Het is allemaal dik in orde gelukkig. De malariatest wijst in eerste instantie negatief, maar die gaan ze de dag er na nog een keer doen. Voor nu kunnen we in elk geval naar huis. Stel voelt zich nog even beroerd als daarvoor. Weer een nacht van zweten en bibberen en hoge koorts volgt. Vrijdag de hele dag in bed, Joor verzorgt fruithapjes en sap en verkent in zn eentje een beetje van Seattle. Als Joor net naar de supermarkt is belt de spoedarts op de gsm van David. Met 39 graden koorts is Stel echter niet zo helder en ze probeert de begrijpen wat de arts allemaal zegt. Het komt er op neer dat er snelle bacteriegroei in het bloed is en dat we terugmoeten komen naar het ziekenhuis voor een antibioticakuur. Gelukkig komt Joor op dat moment terug en neemt de telefoon over. Hij begrijpt gelukkig wel wat de arts allemaal zegt. We pakken een tasje in en stappen weer in de taxi, terug naar de spoed. Aan het infuus en aan de antibiotica. Daar krijgt Stel vervolgens een ‘rode baard’ van. Een allergische reactie. Jeuk op het hoofd en knalrode hals en hoofd. Gelukkig gaat het niet verder dan dat en hoeven er niet nog allerlei tegenmedicijnen achteraan. Joor krijgt een klapbed naast Stel en zo gaan we de nacht in, elke vier uur gewekt voor het opnemen van de vitale functies en de temperatuur. De koorts blijft hoog, er gaat nog een dosis antibiotica in, maar men komt steeds meer tot de conclusie dat de bacterien in het bloed waarschijnlijk het gevolg waren van contaminatie. Dus dat bij het prikken Stels eigen huidbacterien bij het bloed zijn gekomen. Stoppen antibiotica, als het een virus is dan heeft doorgaan geen zin. Malaria wordt na meerdere bloedonderzoeken wederom uitgesloten. Dengue kunnen ze hier niet testen (blijkbaar te duur om op te sturen). Het wachten is nu op de viroloog, de infectious disease dokter die weekenddienst heeft, is momenteel niet aanwezig in het ziekenhuis. Aan het begin van de avond verschijnt hij eindelijk. Vriendelijke man, hij kan er echter ook geen kaas van maken wat Stel heeft. Hij wil nog wat extra testen op de ziekte van Pfeiffer en gerelateerde zaken. Dus graag bloedprikken als ik weer zo’n koortsepisode heb. Dat is midden in de nacht. Omdat Stel zich zo beroerd voelt krijgt ze Vicodyn, een zware drug. Eerst eentje, dan aan het eind van de nacht twee. Daar wordt ze beroerd van, overgeven. Wat een ellende. Maar dan zondag aan het eind van de middag lijkt de koorts het eindelijk voor gezien te houden. Ook de daaropvolgende nacht blijft hij weg en ook de hoofdpijn neemt af. Maandagochtend komt de viroloog van het ziekenhuis langs en hij besluit dat Stel naar huis kan, omdat ze zich weer redelijk voelt. Als er nog iets uit de bloedtesten komt zal de viroloog contact met ons opnemen. Dit gebeurt niet meer, het zal altijd een raadsel blijven wat voor virus het is geweest.
Net als in de film
We blijven nog een week bij David en hij vindt het allemaal prima. Geweldig zo gastvrij als hij is.
En dan gebeuren er dingen die je alleen maar in de film ziet. Vanuit Davids appartement hebben we zicht op een carcrash op de I-5, kettingbotsing van drie auto’s. Vervolgens bij de drogist/convenience store maken we een heuse winkeldiefstal mee. Een junkie uitziende neger gaat voor ons de drogist binnen en neemt binnen zijn rugzak van z’n rug. Stel vindt dit vreemd, door al die Amerikaanse films slaat haar fantasie op hol dus in haar gedachten haalt hij al een uzi uit zn tas en roept hij ‘overval’ door de zaak. Met een vaartje lopen we door achter een paar rekken, dan kunnen we snel gaan liggen uit het zicht (maar natuurlijk gebeurt dit niet!). Wij waren op zoek naar eten, maar de winkel heeft niet zo veel keus, dan maar weer naar buiten. De neger heeft ondertussen z’n rugzak op de grond uitgespreid en is batterijen vanuit het rek aan het inladen. Hij schijft alle duracells zo in zn tas. We lopen snel voorbij en attenderen even verderop in de winkel een van de dames van het winkelpersoneel. De junk heeft ondertussen de rugzak weer op zn rug en loopt zo de zaak uit. Het meisje vraagt nog of ze even in zn tas mag kijken, maar hij loopt stoicijns door, door de alarmpoortjes, die niet afgaan, en de hoek om de straat uit… Niks aan te doen, lijkt het winkelpersoneel te denken, "we gaan het wel terugkijken op de bewakingsvideo". "Voor diefstal onder de 500 dollar komt de politie toch niet", vertelt ze ons, dus pech. Ok, zo gaat dat blijkbaar hier, fascinerend! En dan lopen we langs de music hall en ontdekken we dat Michael Jackson dood is…
Vrijdags stappen we voor het eerst weer op de fiets om Seattle te bekijken. Zaterdag doen we een rondje om Lake Washington samen met David. Prachtige omgeving. Seattle is de eerste stad waarvan Joor en ik tegen elkaar zeggen dat we hier wel zouden kunnen wonen. Enige nadeel is dat het heeeeel lang vliegen vanaf Nederland is.
Zondag is het gay pride downtown Seattle, prachtige optocht van supernichten, alles roze, naakte fietsers, rollerblade bitches, je valt van de ene verbazing in de andere.
En eindelijk weer op fietse
Stel voelt zich weer goed, de energie komt dag na dag verder terug en we besluiten om op maandag, bijna twee weken na aankomst in Seattle, dan toch eindelijk te beginnen aan onze geplande toch van West naar Oost.
We zetten koers naar Bellingham, naar het huis van Kiko, de Amerikaan die we in Bolivia hebben ontmoet, die van dat boomhuis. Met de ferry steken we over de zee en fietsen richting Port Townsend. Dat blijkt net iets te ver, maar er zijn hier overal campings dus we kunnen eerder wel ergens stoppen. De prijzen van de campings varieren tussen de 3 en 20 dollar. Wat irritant is is dat de prijs voor de grootste campers en de kleinste tentjes hetzelfde is… Het gaat ze hier gewoon om de plek en of je daar nou met je gezin met tien kinderen, je mega-motorhome en drie jeeps op staat of met twee fietsen en een trekkerstentje is irrelevant, beetje jammer. De camphost van de eerste camping waar we op staan begrijpt ons probleem gelukkig wel en we mogen gratis op zijn plek naast zijn camper staan. Relaxed. De vriendelijke buren voorzien ons van enchiladas, blikjes drinken (rootbeer, cola met bubblegumsmaak brrr) en smoors, een megazoet toetje van koekjes met daartussen gesmolten marshmellow met chocola. Tja, het verklaart wel waarom de meiden die ze maken een paar onsjes meer hebben. Maar wat een warme ontvangst, dit belooft nog wat voor deze tocht door de VS, je zou er bijna aan gewend raken al die gastvrijheid hier.
Via de volgende ferry geraken we op Whidbey Island, de route is precies zoals op de kaart die Kiko in Bolivia voor ons had getekend. Deze route naar het noorden is inderdaad prachtig. Zon, zee, dennebomen, uitzicht op de bergen, prachtig! Onderweg zien we de eerste herten. Die zie je hier overal, bijzonder voor ons, de mensen hier vinden het een nuisance, "they eat your garden…".
Bellingham
Op de laatste camping voor Bellingham (met heuse hiker-biker kampeerplaatsen) ontmoeten we een fietser uit Bellingham, we praten sochtends voor ons vertrek even kort met hem. Als Kiko niet thuis is mogen we wel in zijn appartement slapen biedt hij ons aan. Dan moeten we even met zn oom bellen, die heeft een sleutel. Verbazende gastvrijheid wederom!
Via de Chuckanut Drive, een prachtige weg langs de zee komen we aan in Bellingham, je kunt Vancouver en Canada zien liggen. We hebben het adres maar de straten gaan 90 graden steil omhoog. We vragen een vrouw op straat of zij een alternatief weet wat iets makkelijker is. Tevens vragen we of ze weer waar de bieb is om even op internet te kunnen checken of Kiko of een van zijn huisgenoten thuis is. De dame is van de kerk en haar kantoor is vlakbij, daar mogen we wel even internetten. Weer zo’n vriendelijke persoon. Kiko heeft al gemaild, hij is zelf nog in Peru, maar zowel Steven als Doug zullen er zijn. Doug heeft gemaild dat ie de garagedeur voor ons heeft opengelaten. Het blijft fascineren zo makkelijk als het hier gaat! We bedanken de vriendelijke dame en klimmen naar Kiko’s huis. Steven is voor de deur zijn auto aan het uitladen van z’n tripje California. Hij heeft allemaal rotsblokken en grote stenen in zn auto liggen. Daar gaat ie beelden van maken. Steven is een 43-jarige kunstenaar en fotograaf, daarnaast doet ie nog iets met computers. Steven is zo’n purist zoals eerder beschreven, alles organic en rauw. Hij heeft speciaal rauwe noten meegenomen uit California, omdat de noten bij de organische Coop-winkel niet echt rauw zijn, ook al staat er bij dat ze dat wel zijn… Ingewikkeld. Maar het is een supervriendelijke kerel, beetje hippie, hij laat ons het huis zien, laat "onze" kamer zien, daar mogen we wel slapen, tenzij we graag onze tent in de tuin op willen zetten. Alles kan. Doug komt laat thuis van zn werk, graatmagere 60-er. Ook een purist. Hij is grafisch vormgever, maar heeft zn baan in de crisis verloren. Hij verkoopt nu stofzuigers, 6 dagen per week. Mindnumbing, maar hij is al lang blij dat ie een baan heeft.
We blijven twee dagen in Bellingham. Er zit een heerlijke tuin achter het huis, waar de kolibrietjes de vingerhoedskruid bezoeken. Prachtige vogeltjes. We eten goatstew (geit dus) die Steven volgens een speciaal recept klaarmaakt. Hij heeft z’n vrijgezelle vrienden ook uitgenodigd. Ook hippieachtige types, vriendelijke lui. Ze gaan zondag met zn allen skieen op Mount Baker, daar ligt blijkbaar hoogzomer nog genoeg sneeuw.
Steven neemt ons mee naar het boomhuis van Kiko, een knap staaltje werk in de bossen net buiten Bellingham. De deur zit op slot, en het huis wordt zoals Kiko al vermoedde gekraakt, maar het lijken wel nette krakers te zijn, want het ziet er ok uit van binnen. Hoe dit verder moet, daar zal Kiko zich wel over ontfermen als ie terug is.
Elke eerste vrijdag van de maand is er een open-gallerieavond in Bellingham. Op diverse plekken in de stad wordt savonds van 18u tot 22u kunst in diverse vormen getoond. Steven heeft in zijn gallerie zijn fotos geexposeerd. Daar gaan we eerst heen en vervolgens sjouwen we de stad door. We ontmoeten Ken Webb, een fotograaf uit Lynden. Hij vertelt ons dat Lynden een Nederlandse enclave is en met molens en klompen, de hele mikmak. Daar moeten we echt langs volgens hem, dan trakteert hij ons ‘dinner’. Ach over twee maanden zijn we weer thuis, die omweg houden we voor gezien, maar het aanbod is erg hartelijk. Dan lopen we langs een cafe/bakkerij waar Belgische wafels op het menu staan. Vincent, de baas, snelt ons tegemoet. Al pratende blijkt dat hij ook een fanatieke fietser is en dat hij de Tour de France dagelijks live uitzendt in zijn cafe. Hij nodigt ons uit om morgen voor ons vertrek bij hem te komen ontbijten "two for one!", met de Tour op tv. De volgende ochtend zetten we koers naar het cafe en het stikt er al van de fietsers. Door het tijdsverschil begint de Tour hier al om 6.30u. En met de bergetappes opent ie zelfs al om 2.30u. We eten heerlijke croissants en Belgische wafels met fruit en slagroom. Hier kunnen we wel een tijdje op fietsen.
Oostwaarts
En dan dus the fourth of july, Independence Day, eindelijk echt oostwaarts na deze detour Bellingham die overigens zeer de moeite waard was. Overal wordt al wat vuurwerk afgestoken, onderweg komen we langs een heuse rodeo, maar verder merken we er niet zoveel van. We zetten koers richting de North Cascades. Het is een drukke route met veel RV’s, recreational vehicle, dus campers. Maar niet zomaar campers zoals we die in Nederland zien, nee, deze zijn huge! Het zijn heuse touringcars. We hebben nog niet gevraagd of je er een speciaal rijbewijs voor moet hebben, maar dat zal haast wel. Er zitten allerlei uitschuifbare delen aan, waardoor ie nog groter kan worden. Voor sommige mensen is dit dan ook hun huis. Die hebben geen ‘gewoon’ huis meer, maar leven in hun RV. Achter de RV hangt de auto, dus niet zoals in Nederland een auto voor de caravan, hier doen ze het omgekeerd. Het toppunt was een RV met een Hummer er achter!
We fietsen over Rainy Pass en Washington Pass, rond de 1400m, niks dus vergeleken met de Andes, maar toch zweten. En Rainy Pass deed zn naam eer aan, we hadden de eerste bui op onze kop… Aan de andere kant van de Cascades is het gelukkig weer zonnig. Aan het begin van de avond komen we aan in Mazama bij Outward Bound, een organisatie die actieve kampen voor kinderen en volwassen organiseert, kanoen, klimmen, mountainbiken. Hier werkt Nan, de meid die we op het vliegveld in Seattle hebben ontmoet. Het personeel staat op het punt om te gaan eten (een bbq) en wij zijn van harte uitgenodigd. Nan laat ons even snel het terrein zien en denkt dat we wel ergens op het grasveld kunnen kamperen. Als Joris even voor donker oppert dat ie maar eens de tent moet gaan opzetten, fluistert Nan dat we van haar baas hier niet mogen kamperen… Even lastig, waar moeten we nu zo snel nog heen? Maar naast O.B. is een parkeerplaats bij een klimwand en daar kunnen we wel stiekem staan, het is ook terrein van O.B., maar ligt uit het zicht van het kantoor. Vlak voor donker zetten we daar de tent op en hebben een rustige beervrije nacht. Beren, we zijn ze nog niet tegengekomen, maar op een camping een paar nachten verder hebben ze de dag daarvoor net een beer gevangen. Deze beer had al een aantal keer de camping bezocht. De buren naast ons op de camping vertellen in geuren en kleuren hoe ze waren geschrokken. Maar gelukkig was de beer erger van hun geschrokken en er weer vandoor gegaan. Het advies is, voor bruine beren: schreeuw en brul en maak je groot, voor grizzlieberen: hou je zo stil mogelijk. Als we een beer tegenkomen dus snel beslissen met welk type we van doen hebben…
Na Mazama komen we in Winthrop, hier zit weer een warmshoweradresje waar je zonder aankondigen langs mag gaan, zo staat vermeld op de website. Prachtig plaatsje trouwens Winthrop, alles wilde westen stijl, in de dorpskern zijn alle winkeltjes met van die ouderwetse belettering en de disco is geen disco maar een Dance Hall, lekker kneuterig. Bij het warmshowerhuis van Tom Sullivan aangekomen worden we vriendelijke verwelkomd door de hond. Helaas geen baasje thuis. Dan rolt er een jeep de parkeerplaats op. Het is Jack, een werknemer van Tom en hij belt wel even op zn gsm naar Tom. Tom had ons al gezien toen we het centrum inreden. Jack moet maar even de deur voor ons open doen, beneden in de kelder is een tweepersoons bed en een douche, "make yourselves at home". Ongelooflijk, de gastvrijheid kent geen grenzen, zonder ons echt gezien te hebben laat Tom ons gewoon in zn huis! We besluiten om toch eerst even langs zn werkplek te rollen om ons voor te stellen. We spreken af dat wij voor het avondeten zorgen. Tom vindt het allemaal prima. We hebben weer te maken met een fanatieke Tour de France-kijker, hij heeft alles opgenomen. Tom zn vrouw en 19-jarige zoon zijn in Seattle, in het ziekenhuis. Paul heeft leukemie, als een gevolg van zijn behandeling voor Lymphoma… Verdrietige situatie. Tom gaat morgen weer naar Seattle en dan gaat zn vrouw weer naar Winthrop. Heftig allemaal, maar Tom vindt het fijn dat wij er zijn, hij vindt het leuk en het geeft afleiding zegt ie. We hebben een gezellige avond. In zijn huis vinden we veel pro-Obama dingen en anti-Bush plaatjes. Hij heeft hoge verwachtingen van Obama. Zijn vrouw is zelfs naar de inauguratie van Obama geweest in januari. Zoveel mensen als daar waren, ‘it gave you the chills’. Dat moet ook wel een bijzondere bijeenkomst zijn geweest, de eerste Afro American President, wie had dat gedacht.
Stadskamperen
Vanaf Winthrop gaat het weer een berg over naar Okanogan en Omak. In Okanogan staan we op de stadscamping. We ontmoeten vlak buiten het dorp drie fietsers, twee Zwitsers en een Duitser. Zij zijn onderweg naar Mexico. We staan met zn allen bij elkaar op de camping. Verder staat er verderop een ingezakte tent. We dachten dat ie was achtergelaten, maar dan verschijnt er een wazige gast met zn hoofd diepweggestopt in de muts van zn trui. Hij loopt en staat stil, kijkt ons een tijdje indringend aan, en loopt weer door, komt dan terug met een grote ghettoblaster en verdwijnt in de restrooms. Schizofreen ofzo, niet te druk om maken. Maar wat blijkbaar wel meer gebeurt op dit soort stadscampings, en waarom ze een 72 uur max verblijftijd hebben ingesteld: daklozen komen hier savonds douchen en overnachten… Vlak voor donker rollen twee dronken vijftigplussers en hun drie kefhondjes uit een auto. Er wordt wat wazig heen en weer gelopen. Wij gaan de tent in, het zal allemaal wel. Maar mister Schizo doet zijn ding met ghettoblaster en dat staren enzo, daar raken de dronken lui weer geiriteerd van. Er wordt wat over en weer geschreeuwd en gedaan en dan bellen de dronken dudes met de politie. Het klinkt alsof er daadwerkelijk iemand arriveert die hun verhaal aanhoort en dan vallen wij in slaap. sOchtends als wij wakker worden is er van zowel de auto met de dronken lui als de schizo met tent geen spoor meer te bekennen. Opgeruimd staat netjes.
Indianen
Dan via Omak door naar het Indianenreservaat. Wat er nog over is van de Native Americans is in reservaten gestopt. Daar hebben ze hun eigen wetten. Je merkt er verder niet veel van, alleen dat de mensen hier een donkerder huidskleur hebben en dat op veel reservaten casino’s staan, de wet- en regelgeving voor gokken is wat ruimer. We fietsen langs de Colombia-river en komen aan het eind van de dag uit in Colville Indian Agency. Op een groot festival terrein staan diverse tenten en campers. Misschien mogen we hier wel kamperen? Het blijkt dat men zich daar aan het opmaken is voor het Pow Wow festival, een Indianen Get together, met een trommel- en danscompetitie en tombola en al wat dies meer zij. We mogen onze tent wel ergens opzetten, gratis. Het is donderdag en de echte festiviteiten beginnen pas vrijdagavond, maar vandaag begint het ook al aardig vol te stromen. De eettentjes zijn open en savonds is er al wat gaande in een van de kleinere feesttenten. Er wordt getrommeld en gezongen door de mannen en gedanst door de vrouwen en kinderen. Het is een prachtig gezicht. Er zijn maar weinig bleekhuiden, maar we worden welkom ontvangen. Terug van de douche loopt Stel langs de popcornverkoper die nieuwsgierig vraagt hoe het gaat en waar we vandaan komen. Jerry blijkt zelf vijftien jaar vanaf zijn veertiende rondgereisd te hebben door de VS. Wij herinnerden hem aan zijn avonturen en dat ie jong was. Hij geeft Stel een zak popcorn, met suiker en zout volgens een Duits recept (wij kennen het niet). Hij vertelt dat ie destijds is gaan reizen, omdat ie op zn twaalfde ergens in een kloof aan het kamperen was en er toen twee grijskopjes uit hun camper stapten en over het randje keken of ze daar ook wilden kamperen. Ze hebben daar een tijdje staan turen en toen toch besloten dat het te ingewikkeld was om daar beneden te geraken. Jerry had toen bij zichzelf gedacht, "ik ga niet wachten tot ik te oud ben om te gaan reizen, ik ga nu!" En zo geschiedde.
Verjaardag
Vanuit het Indianen Reservaat vervolgen we onze weg op en neer met uitzicht op bergen en dalen, rivieren en meren en veel herten, en zelfs bizons! Via Inchelium rijden we naar Lake Roosevelt waar we Joors dertigste vieren, met zn tweetjes aan het meer in ons tentje. Hier zijn verder geen voorzieningen dus het uit-eten houden we te goed. Een dag regen houdt ons vast in de tent. Dan fietsen we door naar Kettle Falls, Colville, Sandpoint en nu zijn we dus in Libby. Weer bij een warmshower adres. Jan en Keith, gastvrije mensen. Amerika is een grote verrassing. Zoveel vriendelijkheid tot nu toe is hartverwarmend. De natuur is prachtig, groots, weids, ruig. We gaan morgen door richting Glacier National Park en the road to the sun pass. Dat wordt weer klimmen geblazen! Het weer zit geweldig mee, af en toe misschien wel te warm. Dus vroeg opstaan en de meeste kilometers voor het middaguur maken.
Over anderhalve maand moeten we al in New York zijn, het gaat nu snel. We zijn er nog niet helemaal uit of we oostwaarst gaan of dat we de Rockies gaan volgen naar Denver. To be continued!
Het heeft even geduurd, maar hier is dan eindelijk de eerste update uit de US of A! Want daar waar in Bolivia op bijna elk straathoek wel een internetcafe te vinden was, zo dun zijn de internetcafe’s hier gezaaid. Wel veel WIFI, maar zonder laptop heb je daar weinig aan… Tis net als bij ons in Nederland dus, daar zit ook iedereen gerieflijk achter zn eigen laptopje met een koppie koffie op de bank. Nu zit ik dat dus eindelijk ook bij Jan en Keith, een warmshoweradres, in Libby, Montana. We zijn dus al twee staten door en inmiddels in de derde aangekomen. Met al weer meer dan 1100km op de VS-teller gaat het alweer rap.
Amerika, the land of milk en honey (of was dat ergens anders?), anyway, wat een land, wat een contrast met Zuid Amerika. Wat weer een genieten, maar op een heel andere manier nu. Hier is alles zoals in de films en de soaps, groot en veel en nog veel meer!
Seattle
Ruim een maand geleden zijn we aangekomen in Seattle, rond middernacht, wat ons deed besluiten om maar op het vliegveld te blijven slapen voordat we naar ons warmshoweradres zullen gaan. Er lagen wel meer mensen, dus de contacten waren al snel gelegd en als we sochtends wakker worden ligt de eerste uitnodiging voor een slaapplaats en hottub naast onze hoofden. Dat begint al goed! Joor zet de fietsen in elkaar en we hebben zoals altijd weer veel bekijks. Het verschil met de Bolivianen is dat de Amerikanen hun nieuwsgierigheid graag bevredigd zien en dus maar al te graag een praatje aanknopen. Nan, een meid die zelf ook graag mountainbiked nodigt ons uit voor een lunch als we in Mazama zullen zijn. De adressen zijn weer snel uitgewisseld. Wat een vriendelijkheid allemaal, het is als een warm bad. Dan vertrekken we op fietse naar David Monk, ons warmhoweradres in Capitol Hill, de gay wijk van Seattle.
Seattle heeft in en om de stad een heel netwerk van fietsroutes, dus het is relaxed inkomen via mooie fietspaden door het groen. Washington State doet haar naam eer aan als Evergreen State, het is hier ook groen. Je merkt helemaal niet dat je in zo’n grote stad zit. Onderweg voelt het alsof we in een Amerikaanse film zijn beland, grote auto’s overal, megajeeps en trucks met dikke Amerikanen er in, overal van die schattige langwerpige brievenbussen met zo’n rood dingetje er aan om aan te geven dat er iets in zit, grasmaaiende Amerikanen op hun perfect groene lawn, van die typische houten bungalowhuizen met een mooie porch er voor, het is alsof we een set zijn binnengereden. Fascinerend. Door de parken naderen we het centrum, squirls en rabbits vergezellen ons op onze weg. Het ruikt naar lente en naderende zomer, de lucht is heerlijk fris, wat een contrast met al die uitlaatgassen in het zuiden. We ademen onze longetjes vol schone lucht.
We kunnen pas vanaf 15u bij David terecht dus we lunchen downtown Seattle. Daar hebben we een gezellig gesprek met Richard en Nora, zijn senior lawine reddingshond. Prachtig beest, wit van kleur, lekker handig in de sneeuw. Ze wonen in Jasper, Canada, maar gaan voor hun werk regelmatig naar de Alpen en Nieuw Zeeland. Boeiende baan, helaas komen ze meestal te laat en is het met name dode mensen uit de sneeuw graven. Bijzonder dat dit ondanks alle moderne middelen nog steeds met name met honden gaat. Geen Sint Bernards, veels te lomp. Hier gebruik ze vooral sheperds.
David Monk, onze eerste warmshower
Even na drieen arriveren bij David voor de deur. Wat een relaxte kerel en wat een relaxed apartement! Hij heeft een serre met een heerlijke luierbank van waaruit je uitzicht hebt over de I-5 (grote verkeersader) en downtown Seattle, dus met strak uitzicht op de Space Needle. We doen gedrieen boodschappen om samen te eten en leren zo mekaar al een beetje kennen. David is half Amerikaans en half Japans. Hij is 38 jaar, maar leeft het leven van een 20-jarige student. Hij heeft een studentenbegeleidersbaantje van 16 uur in de week bij de Universiteit op vijf minuutjes fietsen van zn huis. Daarnaast doet ie nu summerschool om te kijken of ie nog een studie op gaat pakken. Hij heeft al veel verschillende banen gehad, waaronder ook een eigen bedrijf, maar hij wil nu iets met cijferreeksen en coderingen, ‘quantum physics’, hogere wiskunde waar wij de ballen van begrijpen. Z’n vriendinnen zijn maximaal 25 jaar, "daarna beginnen ze over kinderen" en dan heeft David gegeten en gedronken. David is lid van de bibliotheek en huurt daar zijn DVD’s. Hij heeft een hele stapel thuis liggen, dus we hoeven ons niet te vervelen. Hij eet elke dag spinaziesalade met garbanzobeans. Z’n vader woont op twintig minuten fietsen en David pendelt regelmatig heen en weer, want daar heeft ie nog meer fietsen staan. Z’n vader is 80 jaar en fietst zelf ook nog, skieen doet ie trouwens ook nog graag. Geweldig! In het appartement verhuurt David trouwens een kamer aan een Japanse. Zij is psycholoog bij het leger, ze doet therapie met veteranen en teruggekeerden (al dan niet met al hun ledematen). In de weekenden racet ze in haar eigen raceauto op een circuit een eindje buiten Seattle. We zien haar nauwelijks. Het is een bijzondere huishouding.
High fructose corn syrup
In de supermarkt wijst David ons gelijk op de ‘high fructose corn syrup’, een zeer geconcentreerde kunstmatige zoetstof die de Amerikanen in bijna al hun producten stoppen. "Dat is een echte dikmaker, het is kunstmatig en daarom is het slecht voor je", zo vertelt David ons. Als je er op gaat letten, zit het werkelijk overal in, zelfs in het brood. Nu draaien we dus elk product om om te kijken wat er in zit. In de supermarkten hier vindt je naast al die kunstmatig gemanipuleerde producten gelukkig veel organische producten, biologisch dus. Een deel van de bevolking is daar tot bijna het geobsedeerde af mee bezig, die eten alles rauw en biologisch, zo puur mogelijk. De rest vreet alles wat los en vast zit (beetje gechargeerd natuurlijk). De Mc Donalds, Burger King, Ardy’s, Taco Bell, Rockin’ Donuts, Burgerworld en ga zo maar door, je vindt ze op elke straathoek en de vette hap is goedkoop vergeleken met gezond eten uit de supermarkt. Voor veel Amerikanen is de keus blijkbaar snel gemaakt. De mensen zijn hier dik! Minstens de helft van de mensen die we op straat tegenkomen hebben overgewicht, we schatten dat weer de helft daarvan obees is. Schokkend! Een reform van het gezondheidssysteem is hard nodig (wat te denken van preventie!), omdat gezondheidszorg nu alleen maar te betalen is door de rijken (tweeverdieners betalen ongeveer 600 dollar per maand), maar met al die dikke mensen (met alle gevolgen van dien) wordt het straks onbetaalbaar. Obama heeft hier een lastige klus te pakken.
Ziek
Onderweg van Bolivia naar Seattle voelt Stel zich niet al te jofel, warm, koud, koud, warm, het voelt als koorts. Pas bij David krijgt ze de kans om dat te meten, 38.6, oef, hoog! Stel is nooit ziek, en als ze al ziek is, dan is de koorts max 38 graden, dus dit is vreemd. Na het eten maar op tijd op bed. Zweten, alles kletsnat, en dan weer bibberen van de kou, pff, wat een nacht. sOchtends is de koorts naar 39,2 gestegen. Interessant, omdat die meestal sochtends lager hoort te zijn. Joor begint zich lichtelijk ongerust te maken. Malaria, hoe zat dat ook alweer? Op de koorts en hoofdpijn na voelt Stel zich verder wel ok, een boterham gaat er ook nog wel in. Maar echt geruststellend is het allemaal niet. David biedt zijn bed aan en Joor neemt contact op met de verzekeringsmaatschappij om uit te zoeken waar wij bloed kunnen gaan prikken. Een hele toer, omdat ze hun telefoonnummer verandert hebben en dat niet aan de klanten doorgeven. Uiteindelijk krijgen we accoord om naar een ziekenhuis in de buurt te gaan. In de buurt blijkt helaas een kilometer of 15 weg… Met een taxi gaan we naar de Spoed. Het gaat niet allemaal even efficient. Om drie uur zijn we binnen en om 21u kunnen we het ziekenhuis eindelijk weer verlaten. Koorts gemeten in de mond (geeft een afwijking met de kont van ruim een graad…). Bloed, meerdere buizen vol. Voelen door de ziekenhuisjurk heen, want je wilt als dokter niet gesued worden voor harrasment. Twee longfoto’s en als toetje nog een echo van de benen, omdat de dedimeer (voor de dokters onder jullie) boven de 30 is en ze bang zijn dat Stel misschien ergens een bloedprop heeft zitten. Het is allemaal dik in orde gelukkig. De malariatest wijst in eerste instantie negatief, maar die gaan ze de dag er na nog een keer doen. Voor nu kunnen we in elk geval naar huis. Stel voelt zich nog even beroerd als daarvoor. Weer een nacht van zweten en bibberen en hoge koorts volgt. Vrijdag de hele dag in bed, Joor verzorgt fruithapjes en sap en verkent in zn eentje een beetje van Seattle. Als Joor net naar de supermarkt is belt de spoedarts op de gsm van David. Met 39 graden koorts is Stel echter niet zo helder en ze probeert de begrijpen wat de arts allemaal zegt. Het komt er op neer dat er snelle bacteriegroei in het bloed is en dat we terugmoeten komen naar het ziekenhuis voor een antibioticakuur. Gelukkig komt Joor op dat moment terug en neemt de telefoon over. Hij begrijpt gelukkig wel wat de arts allemaal zegt. We pakken een tasje in en stappen weer in de taxi, terug naar de spoed. Aan het infuus en aan de antibiotica. Daar krijgt Stel vervolgens een ‘rode baard’ van. Een allergische reactie. Jeuk op het hoofd en knalrode hals en hoofd. Gelukkig gaat het niet verder dan dat en hoeven er niet nog allerlei tegenmedicijnen achteraan. Joor krijgt een klapbed naast Stel en zo gaan we de nacht in, elke vier uur gewekt voor het opnemen van de vitale functies en de temperatuur. De koorts blijft hoog, er gaat nog een dosis antibiotica in, maar men komt steeds meer tot de conclusie dat de bacterien in het bloed waarschijnlijk het gevolg waren van contaminatie. Dus dat bij het prikken Stels eigen huidbacterien bij het bloed zijn gekomen. Stoppen antibiotica, als het een virus is dan heeft doorgaan geen zin. Malaria wordt na meerdere bloedonderzoeken wederom uitgesloten. Dengue kunnen ze hier niet testen (blijkbaar te duur om op te sturen). Het wachten is nu op de viroloog, de infectious disease dokter die weekenddienst heeft, is momenteel niet aanwezig in het ziekenhuis. Aan het begin van de avond verschijnt hij eindelijk. Vriendelijke man, hij kan er echter ook geen kaas van maken wat Stel heeft. Hij wil nog wat extra testen op de ziekte van Pfeiffer en gerelateerde zaken. Dus graag bloedprikken als ik weer zo’n koortsepisode heb. Dat is midden in de nacht. Omdat Stel zich zo beroerd voelt krijgt ze Vicodyn, een zware drug. Eerst eentje, dan aan het eind van de nacht twee. Daar wordt ze beroerd van, overgeven. Wat een ellende. Maar dan zondag aan het eind van de middag lijkt de koorts het eindelijk voor gezien te houden. Ook de daaropvolgende nacht blijft hij weg en ook de hoofdpijn neemt af. Maandagochtend komt de viroloog van het ziekenhuis langs en hij besluit dat Stel naar huis kan, omdat ze zich weer redelijk voelt. Als er nog iets uit de bloedtesten komt zal de viroloog contact met ons opnemen. Dit gebeurt niet meer, het zal altijd een raadsel blijven wat voor virus het is geweest.
Net als in de film
We blijven nog een week bij David en hij vindt het allemaal prima. Geweldig zo gastvrij als hij is.
En dan gebeuren er dingen die je alleen maar in de film ziet. Vanuit Davids appartement hebben we zicht op een carcrash op de I-5, kettingbotsing van drie auto’s. Vervolgens bij de drogist/convenience store maken we een heuse winkeldiefstal mee. Een junkie uitziende neger gaat voor ons de drogist binnen en neemt binnen zijn rugzak van z’n rug. Stel vindt dit vreemd, door al die Amerikaanse films slaat haar fantasie op hol dus in haar gedachten haalt hij al een uzi uit zn tas en roept hij ‘overval’ door de zaak. Met een vaartje lopen we door achter een paar rekken, dan kunnen we snel gaan liggen uit het zicht (maar natuurlijk gebeurt dit niet!). Wij waren op zoek naar eten, maar de winkel heeft niet zo veel keus, dan maar weer naar buiten. De neger heeft ondertussen z’n rugzak op de grond uitgespreid en is batterijen vanuit het rek aan het inladen. Hij schijft alle duracells zo in zn tas. We lopen snel voorbij en attenderen even verderop in de winkel een van de dames van het winkelpersoneel. De junk heeft ondertussen de rugzak weer op zn rug en loopt zo de zaak uit. Het meisje vraagt nog of ze even in zn tas mag kijken, maar hij loopt stoicijns door, door de alarmpoortjes, die niet afgaan, en de hoek om de straat uit… Niks aan te doen, lijkt het winkelpersoneel te denken, "we gaan het wel terugkijken op de bewakingsvideo". "Voor diefstal onder de 500 dollar komt de politie toch niet", vertelt ze ons, dus pech. Ok, zo gaat dat blijkbaar hier, fascinerend! En dan lopen we langs de music hall en ontdekken we dat Michael Jackson dood is…
Vrijdags stappen we voor het eerst weer op de fiets om Seattle te bekijken. Zaterdag doen we een rondje om Lake Washington samen met David. Prachtige omgeving. Seattle is de eerste stad waarvan Joor en ik tegen elkaar zeggen dat we hier wel zouden kunnen wonen. Enige nadeel is dat het heeeeel lang vliegen vanaf Nederland is.
Zondag is het gay pride downtown Seattle, prachtige optocht van supernichten, alles roze, naakte fietsers, rollerblade bitches, je valt van de ene verbazing in de andere.
En eindelijk weer op fietse
Stel voelt zich weer goed, de energie komt dag na dag verder terug en we besluiten om op maandag, bijna twee weken na aankomst in Seattle, dan toch eindelijk te beginnen aan onze geplande toch van West naar Oost.
We zetten koers naar Bellingham, naar het huis van Kiko, de Amerikaan die we in Bolivia hebben ontmoet, die van dat boomhuis. Met de ferry steken we over de zee en fietsen richting Port Townsend. Dat blijkt net iets te ver, maar er zijn hier overal campings dus we kunnen eerder wel ergens stoppen. De prijzen van de campings varieren tussen de 3 en 20 dollar. Wat irritant is is dat de prijs voor de grootste campers en de kleinste tentjes hetzelfde is… Het gaat ze hier gewoon om de plek en of je daar nou met je gezin met tien kinderen, je mega-motorhome en drie jeeps op staat of met twee fietsen en een trekkerstentje is irrelevant, beetje jammer. De camphost van de eerste camping waar we op staan begrijpt ons probleem gelukkig wel en we mogen gratis op zijn plek naast zijn camper staan. Relaxed. De vriendelijke buren voorzien ons van enchiladas, blikjes drinken (rootbeer, cola met bubblegumsmaak brrr) en smoors, een megazoet toetje van koekjes met daartussen gesmolten marshmellow met chocola. Tja, het verklaart wel waarom de meiden die ze maken een paar onsjes meer hebben. Maar wat een warme ontvangst, dit belooft nog wat voor deze tocht door de VS, je zou er bijna aan gewend raken al die gastvrijheid hier.
Via de volgende ferry geraken we op Whidbey Island, de route is precies zoals op de kaart die Kiko in Bolivia voor ons had getekend. Deze route naar het noorden is inderdaad prachtig. Zon, zee, dennebomen, uitzicht op de bergen, prachtig! Onderweg zien we de eerste herten. Die zie je hier overal, bijzonder voor ons, de mensen hier vinden het een nuisance, "they eat your garden…".
Bellingham
Op de laatste camping voor Bellingham (met heuse hiker-biker kampeerplaatsen) ontmoeten we een fietser uit Bellingham, we praten sochtends voor ons vertrek even kort met hem. Als Kiko niet thuis is mogen we wel in zijn appartement slapen biedt hij ons aan. Dan moeten we even met zn oom bellen, die heeft een sleutel. Verbazende gastvrijheid wederom!
Via de Chuckanut Drive, een prachtige weg langs de zee komen we aan in Bellingham, je kunt Vancouver en Canada zien liggen. We hebben het adres maar de straten gaan 90 graden steil omhoog. We vragen een vrouw op straat of zij een alternatief weet wat iets makkelijker is. Tevens vragen we of ze weer waar de bieb is om even op internet te kunnen checken of Kiko of een van zijn huisgenoten thuis is. De dame is van de kerk en haar kantoor is vlakbij, daar mogen we wel even internetten. Weer zo’n vriendelijke persoon. Kiko heeft al gemaild, hij is zelf nog in Peru, maar zowel Steven als Doug zullen er zijn. Doug heeft gemaild dat ie de garagedeur voor ons heeft opengelaten. Het blijft fascineren zo makkelijk als het hier gaat! We bedanken de vriendelijke dame en klimmen naar Kiko’s huis. Steven is voor de deur zijn auto aan het uitladen van z’n tripje California. Hij heeft allemaal rotsblokken en grote stenen in zn auto liggen. Daar gaat ie beelden van maken. Steven is een 43-jarige kunstenaar en fotograaf, daarnaast doet ie nog iets met computers. Steven is zo’n purist zoals eerder beschreven, alles organic en rauw. Hij heeft speciaal rauwe noten meegenomen uit California, omdat de noten bij de organische Coop-winkel niet echt rauw zijn, ook al staat er bij dat ze dat wel zijn… Ingewikkeld. Maar het is een supervriendelijke kerel, beetje hippie, hij laat ons het huis zien, laat "onze" kamer zien, daar mogen we wel slapen, tenzij we graag onze tent in de tuin op willen zetten. Alles kan. Doug komt laat thuis van zn werk, graatmagere 60-er. Ook een purist. Hij is grafisch vormgever, maar heeft zn baan in de crisis verloren. Hij verkoopt nu stofzuigers, 6 dagen per week. Mindnumbing, maar hij is al lang blij dat ie een baan heeft.
We blijven twee dagen in Bellingham. Er zit een heerlijke tuin achter het huis, waar de kolibrietjes de vingerhoedskruid bezoeken. Prachtige vogeltjes. We eten goatstew (geit dus) die Steven volgens een speciaal recept klaarmaakt. Hij heeft z’n vrijgezelle vrienden ook uitgenodigd. Ook hippieachtige types, vriendelijke lui. Ze gaan zondag met zn allen skieen op Mount Baker, daar ligt blijkbaar hoogzomer nog genoeg sneeuw.
Steven neemt ons mee naar het boomhuis van Kiko, een knap staaltje werk in de bossen net buiten Bellingham. De deur zit op slot, en het huis wordt zoals Kiko al vermoedde gekraakt, maar het lijken wel nette krakers te zijn, want het ziet er ok uit van binnen. Hoe dit verder moet, daar zal Kiko zich wel over ontfermen als ie terug is.
Elke eerste vrijdag van de maand is er een open-gallerieavond in Bellingham. Op diverse plekken in de stad wordt savonds van 18u tot 22u kunst in diverse vormen getoond. Steven heeft in zijn gallerie zijn fotos geexposeerd. Daar gaan we eerst heen en vervolgens sjouwen we de stad door. We ontmoeten Ken Webb, een fotograaf uit Lynden. Hij vertelt ons dat Lynden een Nederlandse enclave is en met molens en klompen, de hele mikmak. Daar moeten we echt langs volgens hem, dan trakteert hij ons ‘dinner’. Ach over twee maanden zijn we weer thuis, die omweg houden we voor gezien, maar het aanbod is erg hartelijk. Dan lopen we langs een cafe/bakkerij waar Belgische wafels op het menu staan. Vincent, de baas, snelt ons tegemoet. Al pratende blijkt dat hij ook een fanatieke fietser is en dat hij de Tour de France dagelijks live uitzendt in zijn cafe. Hij nodigt ons uit om morgen voor ons vertrek bij hem te komen ontbijten "two for one!", met de Tour op tv. De volgende ochtend zetten we koers naar het cafe en het stikt er al van de fietsers. Door het tijdsverschil begint de Tour hier al om 6.30u. En met de bergetappes opent ie zelfs al om 2.30u. We eten heerlijke croissants en Belgische wafels met fruit en slagroom. Hier kunnen we wel een tijdje op fietsen.
Oostwaarts
En dan dus the fourth of july, Independence Day, eindelijk echt oostwaarts na deze detour Bellingham die overigens zeer de moeite waard was. Overal wordt al wat vuurwerk afgestoken, onderweg komen we langs een heuse rodeo, maar verder merken we er niet zoveel van. We zetten koers richting de North Cascades. Het is een drukke route met veel RV’s, recreational vehicle, dus campers. Maar niet zomaar campers zoals we die in Nederland zien, nee, deze zijn huge! Het zijn heuse touringcars. We hebben nog niet gevraagd of je er een speciaal rijbewijs voor moet hebben, maar dat zal haast wel. Er zitten allerlei uitschuifbare delen aan, waardoor ie nog groter kan worden. Voor sommige mensen is dit dan ook hun huis. Die hebben geen ‘gewoon’ huis meer, maar leven in hun RV. Achter de RV hangt de auto, dus niet zoals in Nederland een auto voor de caravan, hier doen ze het omgekeerd. Het toppunt was een RV met een Hummer er achter!
We fietsen over Rainy Pass en Washington Pass, rond de 1400m, niks dus vergeleken met de Andes, maar toch zweten. En Rainy Pass deed zn naam eer aan, we hadden de eerste bui op onze kop… Aan de andere kant van de Cascades is het gelukkig weer zonnig. Aan het begin van de avond komen we aan in Mazama bij Outward Bound, een organisatie die actieve kampen voor kinderen en volwassen organiseert, kanoen, klimmen, mountainbiken. Hier werkt Nan, de meid die we op het vliegveld in Seattle hebben ontmoet. Het personeel staat op het punt om te gaan eten (een bbq) en wij zijn van harte uitgenodigd. Nan laat ons even snel het terrein zien en denkt dat we wel ergens op het grasveld kunnen kamperen. Als Joris even voor donker oppert dat ie maar eens de tent moet gaan opzetten, fluistert Nan dat we van haar baas hier niet mogen kamperen… Even lastig, waar moeten we nu zo snel nog heen? Maar naast O.B. is een parkeerplaats bij een klimwand en daar kunnen we wel stiekem staan, het is ook terrein van O.B., maar ligt uit het zicht van het kantoor. Vlak voor donker zetten we daar de tent op en hebben een rustige beervrije nacht. Beren, we zijn ze nog niet tegengekomen, maar op een camping een paar nachten verder hebben ze de dag daarvoor net een beer gevangen. Deze beer had al een aantal keer de camping bezocht. De buren naast ons op de camping vertellen in geuren en kleuren hoe ze waren geschrokken. Maar gelukkig was de beer erger van hun geschrokken en er weer vandoor gegaan. Het advies is, voor bruine beren: schreeuw en brul en maak je groot, voor grizzlieberen: hou je zo stil mogelijk. Als we een beer tegenkomen dus snel beslissen met welk type we van doen hebben…
Na Mazama komen we in Winthrop, hier zit weer een warmshoweradresje waar je zonder aankondigen langs mag gaan, zo staat vermeld op de website. Prachtig plaatsje trouwens Winthrop, alles wilde westen stijl, in de dorpskern zijn alle winkeltjes met van die ouderwetse belettering en de disco is geen disco maar een Dance Hall, lekker kneuterig. Bij het warmshowerhuis van Tom Sullivan aangekomen worden we vriendelijke verwelkomd door de hond. Helaas geen baasje thuis. Dan rolt er een jeep de parkeerplaats op. Het is Jack, een werknemer van Tom en hij belt wel even op zn gsm naar Tom. Tom had ons al gezien toen we het centrum inreden. Jack moet maar even de deur voor ons open doen, beneden in de kelder is een tweepersoons bed en een douche, "make yourselves at home". Ongelooflijk, de gastvrijheid kent geen grenzen, zonder ons echt gezien te hebben laat Tom ons gewoon in zn huis! We besluiten om toch eerst even langs zn werkplek te rollen om ons voor te stellen. We spreken af dat wij voor het avondeten zorgen. Tom vindt het allemaal prima. We hebben weer te maken met een fanatieke Tour de France-kijker, hij heeft alles opgenomen. Tom zn vrouw en 19-jarige zoon zijn in Seattle, in het ziekenhuis. Paul heeft leukemie, als een gevolg van zijn behandeling voor Lymphoma… Verdrietige situatie. Tom gaat morgen weer naar Seattle en dan gaat zn vrouw weer naar Winthrop. Heftig allemaal, maar Tom vindt het fijn dat wij er zijn, hij vindt het leuk en het geeft afleiding zegt ie. We hebben een gezellige avond. In zijn huis vinden we veel pro-Obama dingen en anti-Bush plaatjes. Hij heeft hoge verwachtingen van Obama. Zijn vrouw is zelfs naar de inauguratie van Obama geweest in januari. Zoveel mensen als daar waren, ‘it gave you the chills’. Dat moet ook wel een bijzondere bijeenkomst zijn geweest, de eerste Afro American President, wie had dat gedacht.
Stadskamperen
Vanaf Winthrop gaat het weer een berg over naar Okanogan en Omak. In Okanogan staan we op de stadscamping. We ontmoeten vlak buiten het dorp drie fietsers, twee Zwitsers en een Duitser. Zij zijn onderweg naar Mexico. We staan met zn allen bij elkaar op de camping. Verder staat er verderop een ingezakte tent. We dachten dat ie was achtergelaten, maar dan verschijnt er een wazige gast met zn hoofd diepweggestopt in de muts van zn trui. Hij loopt en staat stil, kijkt ons een tijdje indringend aan, en loopt weer door, komt dan terug met een grote ghettoblaster en verdwijnt in de restrooms. Schizofreen ofzo, niet te druk om maken. Maar wat blijkbaar wel meer gebeurt op dit soort stadscampings, en waarom ze een 72 uur max verblijftijd hebben ingesteld: daklozen komen hier savonds douchen en overnachten… Vlak voor donker rollen twee dronken vijftigplussers en hun drie kefhondjes uit een auto. Er wordt wat wazig heen en weer gelopen. Wij gaan de tent in, het zal allemaal wel. Maar mister Schizo doet zijn ding met ghettoblaster en dat staren enzo, daar raken de dronken lui weer geiriteerd van. Er wordt wat over en weer geschreeuwd en gedaan en dan bellen de dronken dudes met de politie. Het klinkt alsof er daadwerkelijk iemand arriveert die hun verhaal aanhoort en dan vallen wij in slaap. sOchtends als wij wakker worden is er van zowel de auto met de dronken lui als de schizo met tent geen spoor meer te bekennen. Opgeruimd staat netjes.
Indianen
Dan via Omak door naar het Indianenreservaat. Wat er nog over is van de Native Americans is in reservaten gestopt. Daar hebben ze hun eigen wetten. Je merkt er verder niet veel van, alleen dat de mensen hier een donkerder huidskleur hebben en dat op veel reservaten casino’s staan, de wet- en regelgeving voor gokken is wat ruimer. We fietsen langs de Colombia-river en komen aan het eind van de dag uit in Colville Indian Agency. Op een groot festival terrein staan diverse tenten en campers. Misschien mogen we hier wel kamperen? Het blijkt dat men zich daar aan het opmaken is voor het Pow Wow festival, een Indianen Get together, met een trommel- en danscompetitie en tombola en al wat dies meer zij. We mogen onze tent wel ergens opzetten, gratis. Het is donderdag en de echte festiviteiten beginnen pas vrijdagavond, maar vandaag begint het ook al aardig vol te stromen. De eettentjes zijn open en savonds is er al wat gaande in een van de kleinere feesttenten. Er wordt getrommeld en gezongen door de mannen en gedanst door de vrouwen en kinderen. Het is een prachtig gezicht. Er zijn maar weinig bleekhuiden, maar we worden welkom ontvangen. Terug van de douche loopt Stel langs de popcornverkoper die nieuwsgierig vraagt hoe het gaat en waar we vandaan komen. Jerry blijkt zelf vijftien jaar vanaf zijn veertiende rondgereisd te hebben door de VS. Wij herinnerden hem aan zijn avonturen en dat ie jong was. Hij geeft Stel een zak popcorn, met suiker en zout volgens een Duits recept (wij kennen het niet). Hij vertelt dat ie destijds is gaan reizen, omdat ie op zn twaalfde ergens in een kloof aan het kamperen was en er toen twee grijskopjes uit hun camper stapten en over het randje keken of ze daar ook wilden kamperen. Ze hebben daar een tijdje staan turen en toen toch besloten dat het te ingewikkeld was om daar beneden te geraken. Jerry had toen bij zichzelf gedacht, "ik ga niet wachten tot ik te oud ben om te gaan reizen, ik ga nu!" En zo geschiedde.
Verjaardag
Vanuit het Indianen Reservaat vervolgen we onze weg op en neer met uitzicht op bergen en dalen, rivieren en meren en veel herten, en zelfs bizons! Via Inchelium rijden we naar Lake Roosevelt waar we Joors dertigste vieren, met zn tweetjes aan het meer in ons tentje. Hier zijn verder geen voorzieningen dus het uit-eten houden we te goed. Een dag regen houdt ons vast in de tent. Dan fietsen we door naar Kettle Falls, Colville, Sandpoint en nu zijn we dus in Libby. Weer bij een warmshower adres. Jan en Keith, gastvrije mensen. Amerika is een grote verrassing. Zoveel vriendelijkheid tot nu toe is hartverwarmend. De natuur is prachtig, groots, weids, ruig. We gaan morgen door richting Glacier National Park en the road to the sun pass. Dat wordt weer klimmen geblazen! Het weer zit geweldig mee, af en toe misschien wel te warm. Dus vroeg opstaan en de meeste kilometers voor het middaguur maken.
Over anderhalve maand moeten we al in New York zijn, het gaat nu snel. We zijn er nog niet helemaal uit of we oostwaarst gaan of dat we de Rockies gaan volgen naar Denver. To be continued!
Advertisement