Salta – San Pedro de Atacama

Twee weken geleden hebben we afscheid genomen van pap, mam en Hil en zijn zij weer op het vliegtuig gestapt terug naar Nederland. Voor ons even weer wennen dat we weer met zn tweetjes zijn en weer op fietse verder zullen gaan, na drie weken ledigheid en gezelligheid, maar na de eerste dag was het gelukkig alweer helemaal vertrouwd en dik prima. Met voorraden voor een dag of tien in de tassen gaan we op weg via de Paso de Sico naar San Pedro de Atacama, Chili. Dus weer de Andes over! Voor de achtste en laatste keer heen en weer tussen Chili en Argentinie. Nu zijn we dan toch echt bij het uiterste noorden aangekomen en zullen we niet meer terugkomen in Argentinie. We hebben het meeste dan ook wel gezien, en hebben een goede indruk gekregen van het land. Het zuiden van Argentinie is moderner dan het noorden, weinig cultuur in het zuiden, veel kolonisten (Europeanen) en Argentijnen met Europese voorouders. Het noorden is authentieker, meer indigenous peoples, afstammelingen van de indianen, heel andere koppen. Veel vriendelijker ook. Qua mooie steden springen Buenos Aires en Salta ver boven de rest uit. Thuis zijn we niet van die vleeseters, maar hier, met name de afgelopen weken met de familie, hebben we ons de steaks goed laten smaken. Lekker vlees, met name van de barbeque (parilla en asado) en goedkoop. Argentinie is geen derde wereld land meer, maar ook nog geen eerste wereld land. Veel rijken in Buenos Aires en ook in het merengebied (de kolonisten), maar ook veel armoede op het platteland. En veeeeel kinderen. Doordat de meeste Argentijnen zeer Katholiek gelovig zijn en daarom geen voorbehoedsmiddelen gebruiken, zijn gezinnen met zes tot tien kinderen geen uitzondering. Veel bedelende kinderen in de grote steden, triest om te zien. Ook politiek gezien zijn veel mensen niet tevreden, een vrouw aan de macht, dat is toch eigenlijk niet wenselijk en wordt ook niet overal serieus genomen. Ook zou er nog veel corruptie zijn. Ben benieuwd hoe het zich verder ontwikkelt. De financiele crisis begon de laatste weken hier toch ook door te werken. De peso was al weer (is al een aantal keren gebeurd de afgelopen jaren) behoorlijk in waarde gedaald. Moeilijk voor de mensen hier, omdat veel producten in verhouding met de prijzen Nederland niet veel anders zijn, maar de inkomens wel! Prachtige natuur en ontzettend uitgestrekt. De Andes, schitterend, met name de hoge Andes, ruig, zo kom je het in Europa niet tegen. We zijn passen over gefietst bijna hoger dan de Mont Blanc. Ben benieuwd hoe het zal zijn nu we de redelijk welvarende landen van Chili en Argentinie achter ons laten en Bolivia in zullen gaan.
 
Twee weken gelden maandag zijn we dus vanuit Salta de bergen weer in gefietst. We moeten vijf passen van boven de 4000m over om aan de andere kant in San Pedro de Atacama te komen, dat wordt dus hard werken. Na 30km langzaam steigen belanden we in Campo Quijano, lunchtijd. Het eelt op de billetjes was toch behoorlijk afgesleten de afgelopen drie weken en we besloten om te relaxen op de gemeentelijke camping. Helaas daar veel zwerfhonden, waarvan er eentje ons direct als zijn baasjes bestempelde. De hele nacht wordt trouw gewaakt naast onze tent, wat af en toe met luidruchtige hondengevechten gepaard gaat…
De volgende dag door onverhard (ripio) en klimmen, rond lunchtijd arriveren we in Chorillos, een piepklein dorp (vier huizen), en een restaurant! Een oud, krom vrouwtje, die naar onze mening al lang met pensioen had moeten zijn (ware het niet dat dat soort voorzieningen hier niet zo goed geregeld zijn als in Nederland) heeft nog wel een lapje vlees voor ons op de plank liggen. Samen met haar evenoude man maakt ze een lekker maaltje voor ons klaar. Twee truckchauffeurs stoppen hier ook om te eten. Zij komen vanaf de berg, hoog in de buurt van Antofagasta de la Sierra. Daar zitten mijnen, rond de 5000m. Die moeten voorzien worden van een speciaal soort benzine die uit Buenos Aires moet komen. Deze truckers rijden wekelijks heen en weer. Kauwend op cocabladeren en zuigend op aspirines om de hoogteziekteverschijnselen de baas te blijven. Pfff. Dit soort trucks rijden altijd in colones van minstens twee, maar ook drie en vier trucks. Zonder sateliet- en telefoonverbindingen is het een hachelijke onderneming om zo hoog de bergen in te gaan. Voor de veiligheid reizen ze altijd met meer.
 
Na Chorillos is de weg weer verhard en we kunnen nog heel wat kilometers maken. We slapen in de tent naast een boerderij bij Puerta Tastil. Een boer is op het land bezig en we vragen of we de tent op zijn land mogen opzetten, achter het huis, beschut tegen de wind. Geen probleem. Na een uur arriveert er een oudere baas, die kijkt verbaasd dat wij daar staan. Op onze opmerking dat zijn zoon had gezegd dat we hier wel mochten staan, zegt hij dat hij helemaal geen zoon heeft… Dat was de buurman die wij gesproken hadden, lekker!! Maar maakt niet uit, morgenochtend zijn we er weer vandoor. Het is wel ok, hij zal nog wel even met zn buurman praten.
 
Na een kilometer of 60 arriveren we in Las Cuevas, de directrice van de school vindt het prima dat we de tent naast de school opzetten. De school is al lang uit en daardoor is het lekker rustig. Ze hebben hier alleen maar sochtends school tot 13u en daarna krijgen de kinderen nog een maaltijd en gaan ze naar huis. Er is nog wat rijstepap met melk over van het eten, Joor en ik krijgen allebei een bordje. Als blijkt dat de enige winkel in het dorp niet open gaat, omdat de man die het runt niet in het dorp is en zijn familie het dan blijkbaar niet overneemt, voorziet het schoolhoofd ons ook nog van brood met kaas en mogen we de soep in haar keuken opwarmen. Wat een hartelijkheid. Ze werkt daar al vijftien jaar, nog drie jaar dan gaat ze met pensioen, op 57-jarige leeftijd. Ze is ooit begonnen als juf op deze school, maar toen ging de directeur met pensioen. Bij gebrek aan een nieuwe directeur heeft zij die rol toen op zich genomen. Dit interimschap moet je vijf jaar doen voordat je officieel zelf directeur kan worden, als er voor die tijd een nieuwe directeur zich meldt, ook dus na vier jaar, wordt je gewoon terug gezet in je rol als muestra, juf. Tja. Gelukkig was dat voor haar niet het geval en het bevalt haar goed. Voor het kleine dorp dat het is, telt het wel 75 kinderen (opmerking van een gendarmeria dat er geen electriciteit is, dus wat te doen als het donker is…) en maar twee juffen (waar de directrice een van is) en een meester. Hard werken. De kinderen komen ook uit de omliggende contreien (bergen). Naast de school is een jardin, kinderopvang, waar de kids die niet in het dorp wonen worden opgevangen totdat ze met de bus aan het eind van de middag naar huis gebracht worden. Deze kids hebben ons gesignaleerd en staan nieuwsgierig om de tent heen. Mooie snoetjes. Gereserveerde kinders. Oppassen met de scheerlijnen, als we ze uitleggen dat we nu even willen rusten gaan ze weer weg. Prettig, goed opgevoed.
Snachts Stel aan de diarree, drie keer de tent uit, prachtig heldere lucht, veel sterren, met de kou valt het mee, terwijl we al op 3600m zitten!
 
En dan de eerste pas over, plm 4100, een oude baas haalt ons in op zijn fiets zonder versnellingen… Wij toch beetje kortademig van de hoogte? Veel minder last van de hoogte dan toen we over de Agua Negra gingen, blijkbaar heeft ons lichaam zich al wat aangepast. Naar beneden Vicuña´s, familie van de lama en lijkt op een klein soort guanaco´s. Mooi! Erg schuw, de lama´s die verder op staan lijken daar minder last van te hebben.
En dan begint helaas de ripio, stof, gravel, wasbord, zand… En dit zal zo blijven tot we in Sociare, Chili zijn, over een kilometer of 250 ofzo… Dit gaat dus langzaam, en het is warm, en op een of andere manier is de weg aan het eind van de middag altijd net iets te lang… Uitgeput komen we in San Antonio de Los Cobres aan. Dagje rust, kleren in de wasmaschien, kamertje met kabelteevee, lekker.
 
We volgen de hele tijd het treinspoor van de tren de las nubes, trein naar de wolken. Prachtig staaltje werk! Dit spoor gaat na San Antonio richting de Socompa-pas, deze ligt ten zuiden van de Sico. Na San Antonio fietsen wij op naar de volgende pas, plm 4500m. S.A. de los Cobres ligt op 3800m dus we zijn al aardig op weg. Mooie pasweg, we volgens het spoor nog een tijdje, broodje gekookte ei met mayo helpt ons om 15u over de pas. Stoer, weer boven op eigen kracht, mooi, kaal, ruig, stil. Zullen we trouwen zegt Joor (toch door de hoogte bevangen?), ja hoor, doen we wel een keer, nu eerst weer verder fietsen ;) . We lachen er samen hartelijk om, romantici die we zijn.
De afdalingen zijn steeds niet zo lang helaas, omdat we toch vrij hoog blijven. We zitten op een altiplano, hoogvlakte. Ook nu is de weg aan het eind van de middag weer net te lang. Even voor zessen komen we bezweet en gaar aan in Olacapato, maar wat schetst onze verbazing: er zit een hostal, met een prettige kamer en warme douche! En de dueña wil ook nog wel wat te eten voor ons maken, heaven!
 
Van Olacapato fietsen we over de altiplano door naar de Argentijnse grens. De hele dag komen we geen verkeer tegen. Zo leeg en uitgestrekt, prachtige zoutvlaktes. Dan vlak voor de grens een jeep, een Nederlands gezin! Wonen en werken in Buenos Aires. De bananen die ze ons geven gaan er goed in. Door naar de grens. Daar is het de normaalste zaak van de wereld dat er fietsers overnachten. We krijgen ons eigen huis met keuken en badkamer, goed geregeld. De gendarmeria vertelt ons dat hij al drie jaar op deze post zit. Nog twee te gaan. Saai! Komt weinig verkeer langs, het werk wordt afgewisseld met weken werken in San Antonio en op de grenspost bij de Socompa pas, nog veel saaier, daar komt echt geen hond overheen… Elke vijf jaar krijgen ze een andere post toegewezen, kan overal zijn… Hij heeft al in Iguazu gezeten, in Mendoza, Cordoba, Catamarca, Bariloche… einden uit elkaar, zn huis staat in Catamarca, maar dat heeft ie onderverhuurd aan een collega. Als ie bij familie in Catamarca op bezoek gaat slaapt ie in een hotel… Je wordt er wel flexibel van, hele gezinnen verplaatsen zich zo door het land. Moet je je voorstellen dat dat bij de Nederlandse politie zo zou gaan.
 
De grensbeamte heeft helaas geen flauw idee hoe het er aan de andere kant van de grens uit ziet. Volgens hem moeten we elf kilometer omhoog naar de Sicopas en vandaar zou alles naar beneden gaan… Niets is minder waar, de Sico is puur een landsgrens, de weg steigt gewoon door. Stel heeft een hele slechte dag en Joor verzet dubbel werk door Stel en dr fiets steeds naar boven te slepen. De pas blijkt pas op bijna 4500m te liggen. Dan een prachtige korte afdaling, elke keer weer bijzonder hoe het landschap en de kleuren toch zo anders zijn aan de andere kant van zo´n pas. Dan weer bergop en we zijn bij de Chileense grenspost. Deze ligt op 4300m. We mogen wederom wel binnen slapen, maar er is geen stromend water. De babydoekjes doen goed hun werk en de voetverfrissers van Marjolein geven ons het gevoel alsof we net onder een koude douche vandaan komen, prima zo. Inslapen is vervolgens geen probleem, maar als we dan weer wakker worden midden in de nacht kunnen we allebei de slaap niet meer vatten, happend naar lucht van de ene zij op de andere, zo ijl, en het raam wil niet verder open… Lekker nachtje dus. Dan gelijk weer een bergje over van 4300m weer naar 4500m en dan behoorlijk afdalen. Joor voelt zich niet zo heel lekker, maar trapt dapper door. Laguna Miscanti was het doel voor vandaag, want daar zouden cabañas zijn mét warme douche, maar onduidelijk is of dat 60, 70 of meer kilometer zal zijn. En over ripio is 60km voor ons echt een hele opgave. Vanaf kilometer 54 gaat de weg weer bergop, en zó slecht en Joor voelt zich ook slecht dat we besluiten om de tent op te zetten op 4100m, lager dan vanacht en na twee paracetamollen slaapt Joor ook rustig in en in de tent is de lucht een stuk minder ijl en we slapen een rustige nacht.
Laguna Miscanti was nog eens 15km verderweg, dus dat hadden we nooit gered voor donker, het wordt hier al om half 7 savonds donker, half 7 sochtends licht, we zijn na Argentinie weer een uur terug in de tijd gegaan met Chili, nu 5 uur verschil met Nederland.
 
Prachtig meer, illegaal ingegaan, broedgebied van een met uitsterven bedreigde meerkoet, broedtijd van juli tot december (dus nu niet!). De wit-van-de-zonnebrand-gesmeerde homofiele guardaparques vindt het niet zo heel erg gelukkig, we betalen alsnog entree en rollen na de laatste pukkel van 4200m naar Socaire. Mooi op tijd voor de lunch, konijn! Raar, maar we hebben honger. In het hostal staan vijf hokken, allemaal met van die pluizige beesies, lokale specialiteit, maar niet te veel bij nadenken, Flops…
 
Dan laatste etappe naar San Pedro de Atacama en zo zijn we na elf dagen vanaf Salta weer in de bewoonde wereld!!
 
Morgen door naar Calama en dan noordwaarts naar Ollague, waar we de grens met Bolivia over zullen gaan! Zal wel een lange radiostilte worden, pas weer internet in Uyuni denk ik. Op naar de Salar!
Posted in Uncategorized | Leave a comment

San Jose de Jachal – Salta

Hola!

Na een week in Jachal te hebben gezeten
waarin we intensief contact hadden met Joors ouders vanwege de
operatie van zijn vader konden we met een gerust hart de fietsreis
vervolgen. Door de komst van Stel d’r ouders naar Buenos Aires
moesten we er vervolgens de vaart inzetten om op tijd in Salta aan te
komen om vandaar met de bus naar BA te gaan.

Vanaf Jachal fietsten we over de
befaamde Ruta 40 (Che Guevarra, the motorcycle diaries) naar het
noorden. Ook al is het een befaamde route vanwege Che, erg boeiend is
ie niet: droog, heet, kaal, dus maken we de meeste dagen dagafstanden
van boven de 100km. Verstand op nul en doortrappen, dit gaat Joor
vaak makkelijker af dan Stel. We ontmoeten Willemijne en Sander die
al elf maanden vanuit Las Vegas naar Santiago onderweg zijn,
www.wens.reismee.nl , leuke
lui. Staan we zo een uur te praten in de brandende zon, dat was te
zien aan het eind van de dag…

We wisselen het kamperen af met hostals
en hotelletjes. Bij een benzinestation kamperen is hier meestal geen
probleem en met een gratis douche, wc en vaak wel een klein
restaurantje in de buurt zijn dit voor ons prettige plekken om te
overnachten. We hebben ‘sochtends nog nauwelijks het ontbijt achter
de kiezen of er verschijnen twee mannen, een wat oudere met een
jongen van een jaar of twintig, netjes gekleed in pak met strop naast
onze tent. De oudere man voert het woord en knoopt vriendelijk een
gesprekje met ons aan. Het wordt ons al snel duidelijk, we hebben
hier te maken met twee Jehova’s getuigen, en beide hebben ze een
exemplaar van de Bijbel onder de arm om dit te bevestigen. De koetjes
en kalfjes veranderen al gauw in de missie waar ze voor gekomen zijn,
ze proberen ons er van te overtuigen dat de Bijbel het belangrijkste
en meest interessante boek is dat er bestaat en dat we daar misschien
nu nog geen behoefte aan denken te hebben, dat had hij zelf ook niet
toen hij jong was vertelt hij, maar er zal een moment komen in ons
leven dat het houvast zal geven. Om dit te bevestigen slaat de oudere
man de Bijbel open en begint ons voor te lezen in een deel waar deze
kennis blijkbaar is terug te vinden. De jongere man volgt het
voorbeeld van de oudere en slaat de Bijbel op dezelfde plek open. Hij
komt vervolgens naast Stel staan en wijst in de Bijbel aan wat de
oudere man aan het voordragen is. Joor, atheïst als ie is, begint
z’n geduld al behoorlijk te verliezen en Stel maakt tactisch een eind
aan het gesprek voordat het straks een ellenlange discussie wordt. De
oude man wil ons ter afscheid nog graag een soort ‘Bijbel voor
dummies’ aanbieden waar in gemakkelijkere woorden uitleg zou worden
gegeven over de verhalen in de Bijbel. We slaan het vriendelijk af,
die kunnen ze beter bewaren voor Argentijnen die daar werkelijk wat
mee doen. Tot slot krijgen we dan nog een folder van de Wachttoren,
en om niet helemaal bot te zijn gaat die in de stuurtas. De mannen
stappen weer in hun oude bestelwagentje en zetten koers richting het
dorp om daar verder het Woord te verkondigen. Wonderlijke ontmoeting
zo naast de tent op de vroege op de morgen, hun doorzettingsvermogen
valt te prijzen, de hele provincie door te crossen, door hitte en
hobbelige wegen. Hopelijk hebben ze elders meer succes dan bij ons.

In de buurt van Cafayate belanden we in
de wijnstreek. Er zijn hier veel bodega’s waar je een rondleiding
kunt krijgen over de wijngaard. Dit slaan we voor nu over en bewaren
het voor als we met Stels ouders gaan rondrijden. Vanuit Cafayate
gaan we rechtsom door naar Salta via de Quebrada de las Conchas. Deze
kloof heeft rotsformaties met prachtige kleuren en vormen met tot de
verbeelding sprekende namen: de keel van de Duivel, de monnik, de
kastelen, de obelisk, het amfitheater. Prachtig! En dan aan het eind
van de kloof komen we in een heerlijk groen landschap, wat een
verademing na al dat droog. Hier regent het duidelijk meer dan aan de
andere kant van de bergen.

In Salta stallen we de fietsen en het
meeste van onze bagage en vertrekken we met de nachtbus naar Buenos
Aires waar we dinsdags de 10e na 17 uur bussen aankomen. Even wennen
zo’n grote stad, met name ook omdat de Footprint bol staat van de
waarschuwingen, maar we vinden al snel een geschikt hostel, waar we
ook met de ouders prima kunnen vertoeven en bemerken dat het met het
“gevaar” allemaal wel wat mee valt. Samen verkennen we woensdags
en donderdags de stad en doen vast wat voorwerk voor de komst van de
familie.

Vrijdagochtend arriveren pa en ma
Buurma en Hilbrand stipt op tijd op het vliegveld. Het is bijna een
half jaar geleden dat we elkaar weer zien na het afscheid op Schiphol
dus het is even heerlijk knuffelen en bijkletsen. Met Nederlandse
drop en een verrassingspakketje van de studievriendinnen van Stel
settelen we ons op onze hotelkamer als de familie even een slaapje
gaat doen na de vermoeiende lange vlucht.

Die middag en de rest van het weekend
brengen we met z’n vijven door op zwerftocht door de diverse wijken
van Buenos Aires: Centro, San Telmo, Palermo, Recoleta (hier is
Maxima opgegroeid, hele sjieke buurt!), Puerto Madero en La Boca. Het
is een prachtige stad met veel mooie oude gebouwen met bijzondere
gevels, gietijzeren balkonnetjes, kleine galerieën, moderne gebouwen
en oude architectuur, prachtige parken, de gerestaureerde haven,
gezellige marktjes en natuurlijk de tangobars. Met een Citytour in de
bus komen we langs de belangrijkste bezienswaardigheden en daarna
verplaatsen we ons vliegensvlug van de ene plek naar de andere met de
metro of een taxi. We bezoeken de stadsbegraafplaats met zijn
prachtige familiegraven, dit zijn ware monumentjes veelal prachtig
versierd met glas in lood en beelden van engelen. Natuurlijk lopen
we net als alle ander toeristen ook langs het graf van Evita Perron
(don’t cry for me Argentina…). Om het bezoek aan Buenos Aires
compleet te maken gaan we op zondagavond met pa en Hil naar een
voetbalwedstrijd van de Boca Juniors, de landskampioen van vorig
jaar. Omdat La Boca een wijk is waar regelmatig toeristen worden
beroofd doen we dit in een tourtje met een bus vol andere toeristen.
We worden eerst in dé toeristenstraat van La Boca afgezet, Caminito,
prachtig gekleurd straatje waar de tango op straat wordt gedanst door
prachtig geklede paartjes. Daar eten we een ranzig broodje worst met
bier en Hil danst de tango met een Argentijnse schone. Daarna gaan we
te voet onder begeleiding van twee jongens (de begeleiders) naar het
stadion. Als we op de tribune aankomen blijkt deze al praktisch
helemaal vol te staan. Een van de jongens helpt ons er tussen
moffelen aan de zijkant, zodat we tegen het hek aan kunnen leunen. De
wedstrijd lijkt al zijn te begonnen, maar het blijkt de wedstrijd te
zijn van een tweede of derde elftal wat nog niet is afgelopen. Binnen
een half uur stroomt het stadion helemaal vol en onze tribune voller
dan vol, we staan schouder aan schouder. Het scheelt dat we groot
zijn, anders was ademhalen geen gemakkelijke opgave. Het gaat er
allemaal wat anders aan toe dan een Nederlandse wedstrijd, chaotisch
dit. De spelers komen rommelig op, de tegenpartij staat al vijf
minuten klaar als Boca opkomt. De harde kern staat in het vak precies
tegenover ons en van begin tot eind van de wedstrijd slaan ze op
trommels, springen ze op de tribune en zingen ze
aanmoedigingsliederen. Ons vak volgt en zingt bij tijd en wijle mee.
Het fluitsignaal van de rust heeft nog niet geklonken of iedereen
gaat zitten, als een stoelendans, degenen die niet op tijd zijn
hebben geen plek om te zitten: wij dus! Het wordt uiteindelijk
drie-nul voor Boca, dus reden tot feest. De supporters zijn
uitgelaten. De sfeer is goed. We moeten nog ruim twintig minuten
wachten voordat we van onze tribune het stadion uit mogen, maar
iedereen blijft gelukkig rustig. Leuk om een keer meegemaakt te
hebben, maar het haalt het niet bij een wedstrijd van de FC ;)

Maandags vertrekken we met de bus naar
Puerto Iguazu om daar de watervallen te bezichtigen. Tropische warmte
als we aankomen. Prachtige watervallen, supermooi, je kunt van
diverse afstanden en hoeken kijken, overal worden we vergezeld door
vlinders in de mooiste kleuren. Helaas zien we geen toekans, maar wel
neusbeertjes en een soort grote cavia.

Vanuit Puerto Iguazu gaan we door naar
Salta en zijn Joor en ik dus weer terug waar we begonnen waren. Nu
hebben we een auto gehuurd met z’n vijven en rijden we een weekje
rond door de provincie. Zondag de 29ste stapt de familie weer op het
vliegtuig terug naar BA en zullen wij maandag of dinsdag weer op
fietse stappen, richting Paso de Sico naar San Pedro de Atacama in
Chili.

Zo, zijn jullie even weer op de hoogte.
Wij genieten de komende dagen nog even van het familiebezoek en de
vakantie in de reis, volgende week weer verder op fietse!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Mendoza – San Jose de Jachal

We hadden jullie achtergelaten vlak voor de vlucht van Ushuaia naar Mendoza. Inmiddels zitten we in San Jose de Jachal zo´n 300km boven Mendoza waar we via Chili zijn heengereden, de teller staat inmiddels op 6037km.
 
In Ushuaia was de zomer een graad of 15 – 20, maar door met het vliegtuig 3500 km naar het noorden te gaan via Buenos Aires is de zomer ineens in volle gang met temperaturen boven de 35 graden, pff ff wennen.
Met een paar uur vertraging landen we net voor zonsondergang in Mendoza. Ook het vroege donkerworden is even wennen. In Ushuaia hadden we heerlijk lange dagen, zon op om 4.30u en onder om 22.30u. Nu is het om 21u donker en pas om 7.00u wordt het licht.
De bagage en fietsen arriveren zonder problemen. De waarschuwing van bezorgde Argentijnen dat we niet moeten gaan fietsen naar de stad nu het bijna donker is, omdat we beroofd en vermoord zullen worden, met de beweging van een vinger heen en weer over de keel, zijn een mindere binnenkomer. Dit soort waarschuwingen hadden we slechts één keer eerder, toen we Valparaiso uitreden. Door dat soort waarschuwingen krijg je toch een unheimisch gevoel en ga je overal beren zien. We waren zowiezo al niet van plan om naar de stad te fietsen, omdat het inelkaar zetten van de fietsen zo weer een uur in beslag neemt en het dan echt te laat wordt, we gaan op zoek naar een grote taxi. Stel regelt via een vriendelijke dame achter een informatiebureautje een taxiflet (een grote auto/busje, meestal ingezet voor verhuizingen, dat alle bagage en fietsen kan vervoeren). Maar na ruim een half uur wachten is er nog steeds geen taxi… Terug naar die vriendelijke dame. Na vier andere taxibedrijven te hebben geprobeerd is er eindelijk iemand die ons wel wil ophalen voor een lucratief bedragje. Het kan ons even niet schelen, op de luchthaven slapen is ook niet echt een optie, die gaat dicht na de laatste vlucht… Een oude baas in een grote jeep met laadbak arriveert en alles gaat in de bak. Op weg naar het gereserveerde hotel vertelt hij ons dat er in de afgelopen 15 dagen 15 mensen zijn vermoord in Mendoza, waaronder twee toeristen. Nog zo´n lekkere binnenkomer… Onderweg naar het hotel ziet alles er schimmig en gevaarlijk uit, lijmsnuivende kinderen, prostituees langs de weg. Het is even slikken na het slaperige Ushuaia. Gelukkig blijkt het hotel prima. Snel alle spulletjes op de kamer gestald, om de hoek een happie eten en eerst maar eens een goede nachtrust. Bij daglicht ziet alles er altijd veel beter uit en zo blijkt dat ook te zijn de volgende dag. Ook Mendoza is gewoon een typische Argentijnse plaats, met weinig bijzondere gebouwen, met een Plaza de Armas (plein in het midden van de stad) waar jong en oud zich verzamelt om in de schaduw van de bomen op de bankjes te vertoeven en te genieten van het geklater van de fonteinen. We houden een paar dagen rust, Joor zet de fietsen weer in elkaar, die hebben de vlucht weer goed overleefd, en we doen inkopen waar we de bergen mee in kunnen.
 
De reis vervolgt zich richting Chili, over de Andes. Nu het zomer is hier laten de temperaturen het nu toe om de hoge passen van boven de 3000 en 4000m over te gaan. Mendoza ligt geografisch gezien op ongeveer dezelfde hoogte als Santiago, maar dan aan de andere kant van de Andes, dus we zitten praktisch weer waar we zijn begonnen en zullen nu het noorden van de beide landen gaan verkennen. 
Om Mendoza uit te komen moeten we via dezelfde wijk als die we door moesten vanaf het vliegveld. Ook nu volgt weer een waarschuwing van twee mannen in een bestelbusje dat we niet via die weg de stad uit moeten gaan. Helaas zijn er geen andere wegen die naar Villavicencio leiden, dus zetten we kracht op de pedalen en schuwen we bewust ieder oogcontact als we rap de stad uitfietsen. Veilig buiten Mendoza aangekomen in de pampa halen we opgelucht adem. Niks gebeurd, nu kunnen we weer relaxed fietsen, op naar Villavicencio. Villavicencio is bekend om zijn natuurlijke waterbron. Puur water komt hier zo uit de grond omhoog, dus extra water meeslepen is vandaag niet nodig. We mogen kamperen bij het huis van de parkwachter (guardaparques), een relaxte jongen die om een praatje verlegen zit. Hij nodigt ons uit om onze pasta bij hem op het balkon op te eten en verzorgt ons brood en (natuurlijk) gebotteld bronwater (het plastic is de business). Om het huis rennen cuys, een soort kleine cavia. Er staan ook twee guanaco´s, die zijn in de bergen gevonden zonder moeder toen ze klein waren. De guardaparques hebben ze grootgebracht en nu kunnen ze niet meer overleven in het wild. Het zijn nu gezellige attracties voor de toeristen, ´even een guanaco over zn koppie aaien´. Alhoewel je daar wel mee moet uitkijken, omdat het beest ineens stress kan krijgen van een overdaad aan graaiende handen en plots begint te spugen (wie kent Chico lama van de Fabeltjeskrant niet?), zo zagen wij de volgende ochtend.
 
Via Villavicencio gaan we richting de grootste pas tussen Chili en Argentinie, los Libertadores. De weg uit Villavicencio is een ware toeristenattractie. De weg leidt via 365 haarspeldbochten (zo wordt gezegd, het zijn er veel minder, maar 365 klinkt zo mooi) naar de pas van 3000m. Geweldig gezicht om zo haarspeld na haarspeld steeds hoger te komen, cool uitzicht, in de verte is zelfs Mendoza nog te zien. We hebben prachtig zonnig weer, bijna te heet, maar dat verandert als we aan de andere kant van de berg komen. In de verte kunnen we de onweersbuien zien hangen. Na tien minuten afdalen zitten we in de bui. Uit angst voor de flitsen parkeren we de fietsen en gaan onder de bosjes zitten wachten tot het over waait. Maar… dat doet het niet. Wat wel vaker gebeurt met regenbuien tussen de bergen is dat ze tussen de bergen blijven hangen. Na drie kwartier, het is ruim na half zeven en flitst en dondert het nog net zo heftig als toen we er net inbelandden. Er rijdt een quad voorbij, dan volgt een bestelbusje met een karretje erachter. Tien minuten later komt het bestelbusje teruggereden met de quad op het karretje. Drie jongens uit Buenos Aires, of ze ons mee kunnen nemen naar het dorp, omdat ook zij wel in de gaten hadden dat het te gevaarlijk werd om verder te rijden op de quad. We laten ons graag meenemen deze laatste 18 kilometer naar Uspallata. Weg van de berg en het onweer. Als we in Uspallata aankomen is de lucht bijna weer opgeklaard. De chaos op de camping is groot. Het blijkt dat er hagelstenen zo groot als eieren waren gevallen. Van sommige tenten is niet meer zo veel over, de hele boel staat blank. Nu het weer lijkt te zijn opgeklaard besluiten we om te camperen. We hebben een rustige nacht, er is geen druppel meer gevallen.
 
Vanaf Uspallata gaat de weg omhoog naar de pas van 3200m, Los Libertadores. Deze pas loopt langs de Aconcagua, de hoogste berg van Zuid Amerika. Deze grensovergang is de grootste tussen Chili en Argentinie en heeft daarom veel vrachtverkeer. De weg is volledig geasfalteerd en heeft een ruime berm, dus ook al is er redelijk wat verkeer, fietsend is het goed te doen. Vanaf Uspallata omhoog komen we langs de jaarlijkse pelgrimstocht van de plaatselijke scoutingvereniging. Zij doen de tocht van San Martin, de belangrijkste militair leider in de strijd naar de onafhankelijkheid van Chili, Argentinie en Peru, door de Andes jaarlijks over. Met paarden en muilezels en escortes van eten en drinken door het leger in busjes en op motors, gaan zij in een dag of 15 naar de pas. Blijkbaar zien wij er uitgedroogd uit, want we krijgen een fles tonic van de EHBO´ers. Lekker, het is namelijk weer een bloedhete dag. We wensen elkaar succes en omdat we op de fiets veel sneller kunnen dan zij op de paardjes zien we ze jammergenoeg niet meer terug (geen koude drankjes meer onderweg…).
 
Op weg naar de pas rijden we door Argentijnse wintersportoorden. Ook in de zomer is hier nog wel wat te doen, want het is de uitvalsbasis van de klimmers naar de top van de Aconcagua. We fietsen langs de begraafplaats waar vele gevallen klimmers begraven liggen. Er zitten hele recente graven tussen. Dit doet je dan toch wel even slikken. De beklimming van een berg als deze blijft, ondanks alle moderne uitrustingen qua kleding, gps, trekkingmaaltijden enz nog altijd een gevaarlijke expeditie, qua fysieke inspanning, hoogteziekte, plotselinge weersveranderingen. Ook voor ons op fietse over de weg merk je al dat het weer snel kan omslaan en dat je moet acclimatiseren aan de hoogte wil je niet in de problemen komen. De laatste meters naar de top zijn fysiek zwaar, de lucht is ijl, de wind is fors tegen, puffend komen we boven bij de tunnel. Er mag niet gefietst worden door de tunnel, te gevaarlijk ivm vrachtverkeer, het is een lange tunnel. Er komt een mannetje met een busje en die brengt ons aan de andere kant. We zijn weer in Chili. De autos en vrachtwagens staan rijen dik voor de grenscontrole. Wij fietsen daar lekker langs, halen onze stempels, een hond snuffelt aan onze tassen, die met het brood moet open. In Chili zijn ze erg gespitst op de invoer van verse waren. Er mag geen groente en fruit en verse dierproducten worden ingevoerd ivm ziektes voor eigen gewassen en vee. Dat wisten we al, brood mag wel, de hond duikt bijna in m´n tas. Tis maar brood, dan mogen we door.
 
Weer in Chili, waar de mensen vriendelijk groeten, Argentijnen zijn toch wat koeler. Via een hele serie haarspeldbochten rijden we naar Los Andes. We kunnen sneller afdalen dan de vrachtwagens, de chauffeurs toeteren blijmoedig naar ons en maken ruimte als we langsrollen. In Los Andes zou een Casa de Cyclistas zijn, mogelijk net zo iets als in Tolhuin. Als we bellen blijkt dat dat inderdaad zo wás. Maar Eric, de eigenaar, stelt voor dat we langskomen op zn kantoor. Hij blijkt de lokale dierenarts te zijn. Hij is zelf ook een fervent fietser, het is echter al weer wat jaren geleden dat hij zelf een grote reis heeft gemaakt, maar er hangen mooie fotos van zijn avontuur in de praktijk. Het huis dat hij had voor fietsers om te overnachten heeft hij helaas verhuurd, dat werd te duur voor hem alleen sinds zijn vrouw in Viña del Mar is gaan wonen met de kids. Hij heeft vijf jaar geleden een stuk land gekocht even buiten Los Andes en daar woont hij nu, in een soort schuur, zonder veel voorzieningen. In de weekenden zit ie in Viña. Hij stelt voor dat we wel op zijn land mogen kamperen. Hij moet nog werken tot 13u en dan kunnen we gaan. 13u wordt 14u omdat er nog vanalles binnenkomt, puppies die ingeent moeten worden, een hond die is aangereden, een andere hond waar de oren van moeten worden uitgespoten, het is wel grappig, we mogen overal bij blijven staan. Het gaat allemaal erg relaxed. Eric stelt voor dat hij ons trakteert op een lunch als wij savonds voor een typisch Nederlandse maaltijd zorgen. Goed plan. We doen inkopen en even na 14u stappen we in zn bestelbus op naar zn ´huis´. Huis blijkt een heeeel groot woord. De schuur staat op een droge helling in de schroeiende hitte boven Los Andes. De bomen die Eric geplant heeft zijn nog veel te klein om echt schaduw te kunnen geven. Het perceel naast dat van Eric is opgekocht door een projectontwikkelaar die bezig is om daar een groot Casino te bouwen. Dit heeft de waarde van Erics stuk grond enorm doen stijgen. Eric heeft zelf ook grootste plannen, op zijn land moet een soort kinderboerderij komen voor dagjesmensen uit Santiago. Daarnaast wil hij een huis in de berg bouwen, we stellen het ons zo voor als er huizen waren in Cappadocie, Turkije. Het zit allemaal in zn hoofd. Op dit moment is het met name een schroeiende hete plek met een wc gebouwtje waar het water niet goed loopt. Joor en ik zien niet echt mogelijkheden voor ons om te kamperen. Wel was het erg boeiend om Erics ´project´ gezien te hebben. Dan wordt Eric gebeld dat er twee Ierse fietsers bij de praktijk staan. Ondanks dat hij al tijden geen Casa de Cyclistas meer heeft blijven de fietsers komen. Hij staat nog op allerlei oude lijsten. De twee Ierse jongens blijken dezelfde te zijn als die wij in Cochrane, op de Carretera Austral, zijn tegengekomen. It´s a small world, de wereld van de wereldfietsers.
Op zoek naar een hostal komen we een Schotse tegen, zij fietst met man en twee kleine kids van twee en drie jaar. Het mannetje is echter ziek, dus zitten ze een paar dagen vast hier in Los Andes. We wisselen verhalen uit, zij hebben er vier maanden Australie en Nieuw Zeeland opzitten. Nu dus het Andes-avontuur, maar ze vraagt zich af nu haar zoontje zo ziek is of ze er wel goed aan doen om dit de kids aan te doen. Het is in elk geval een heel ander soort reis dan alleen de verantwoordelijkheid te hebben voor elkaar zoals Joor en ik. De volgende dag horen we dat ze zijn vertrokken. Misschien dat we ze in hun reis naar het noorden nog weer tegenkomen. We hadden met Eric afgesproken dat we hem mee uit lunchen zouden nemen, omdat het koken niet door was gegaan. Terug van de lunch staat er een Japanse fietser voor zn praktijk. Zo grappig! Hij heeft een grote vlag bij zich en die moeten Eric en wij tekenen. Dan nemen we de Japanner mee naar onze B&B. Los Andes blijft een wonderljike kruising van wegen van de fietsers, erg leuk! Het echtpaar van de B&B stelt bij het ontbijt voor dat we met hen mee gaan naar hun huis dat ze in aanbouw hebben, het is een luxe buitenhuis (condominio) tegen de bergen op boven Los Andes. Overal ´ja´ op zeggen, dan maak je maffe dingen mee lijkt ons nieuwe motto, dus stappen we in de auto. Het echtpaar neemt de B&B tijdelijk waar voor hun vriendin die op vakantie is. Ze wonen zelf in Santiago. Het huis in aanbouw is prachtig, moderne steil, zwembad in de tuin. Leuk uitstapje, goed adresje als we nog eens terugkomen ;)
 
Omdat het in de lage Andes bloedheet is besluiten we via de kust naar het noorden te fietsen, daar zou het koeler zijn. Dit blijkt echter toch geen goede keus, omdat de enige weg die er loopt de snelweg is, je mag er fietsen, maar qua natuur en lawaai is het niks aan en aan de snelweg maak je geen contact met mensen dus… Na Los Villos besluiten we weer de binnenlanden in te gaan. Blijkbaar zijn we inmiddels wat gewend geraakt aan de warmte, want het bevalt ons nu een stuk beter. Als we lunchen staat de thermometer soms boven de 40 graden, maar we kunnen er goed tegen. Veel drinken en veel fruit eten. We fietsen door de druiven- en abrikozenstreek, dus dat zit wel goed! Hier komt ook de Pisco Sour vandaan, sterke drank van druiven gemaakt. Prachtige wijnranken tegen de heuvels op, groene dalen en schattige kleine dorpjes. Helaas blijken ze hier ook last te hebben van de financiele crisis. De VS, de grootste afnemer van het fruit, neemt dit jaar slechts de helft af. Het is al geen rijke streek, dit zal zwaar worden voor de mensen. Veel van de druiven worden dan ook gedroogd tot rozijnen, en dat stinkt!! Ik wist niet hoe dat in zn werk ging, maar de druiven liggen op grote matten te drogen en daar komt me toch een lucht bij vrij, een verschraalde dranklucht, de Blauwe Engel in tienvoud, brrr.
 
Via het dal van de Limares fietsen we naar Ovalle om via het dal van de Rio Hurtado naar Vicuña te fietsen. Dit is de basis voor het spekstuk van onze etappe, de tocht over de Paso de Agua Negra, de hoogste berg tussen Chili en Argentinie, met een pas van 4780m hoog! Joors ouders hadden ons vantevoren gewaarschuwd voor hoogteziekte middels een interessant artikel dat ze hadden gekregen tijdens een nascholing. Twee van de drie casussen hadden een dodelijke afloop, bemoedigend dus! In Tajikistan waren we over hogere passen gegaan en enkele weken boven de 3500m, maar de destijds aangemaakte rode bloedcellen zijn al lang weer afgebroken. Die moeten dus opnieuw opgebouwd. De weersomstandigheden aan de Chileense kant zijn goed, en afgelopen zondag gingen we op pad met een globaal via Google Earth samengesteld acclimatisatieplan. Vicuña ligt op 800m. Van daaruit loopt de weg via het rivierdal omhoog naar de grenspost op 2100m. Na 90km zijn we helemaal kapot. Stel wil de grenspost halen, Joor ziet al na km 70 overal mooie plekjes voor de tent. We krijgen een kamertje in het grensgebouw, mogen er douchen en de keuken staat tot onze beschikking, wat een gastvrijheid (ze zijn wel fietsers gewend). Een van de jongens die werkt als toeristeninformeerder vindt het gezellig om met ons te babbelen en zo eten we wat te weinig en gaan we pas laat slapen. Hartkloppingen houden ons wakker, dat was niet zo handig, beelden van hersenoedeem en sterfte flitsen door Stel dr hoofd, dat stomme artikel ook! De volgende ochtend maakt Joor een stevig rijstepapontbijt en kunnen we er weer tegen, op naar het meer op 3100m, dat is maar 30km. Prachtig! Zo blauw, en dan de bergen er om heen, die kleuren. Die kleuren die steeds veranderen met de stand van de zon. We hebben weer wat last van de hoogte, net als bij de Libertadorespas, de laatste paar honderd omhoog zijn pittig. We slaan de tent dus op en genieten van de zon op de bergen en het blauw van het meer en de gekke eenden en koeten die er in rondzwemmen. Bijzonder plekje. Dan naar 3550m, nog geen 20km, maar de hoogte is alweer duidelijk voelbaar, elk steil stukje weg wordt een ware beproeving, het hart bonst in de keel en de benen voelen van lood. Maar weer stoppen dus, wil je goed acclimatiseren dan moet je volgens het artikel (en Joors moeder) niet hoger slapen dan 300 tot 500m ten opzichte van je vorige slaapplaats. Wederom met het hersenoedeem en alle waarschuwingen van Joors moeder vers in het geheugen vinden we een mooi plekkie voor de tent, pakken we onze boeken uit de tas, neemt Stel een paracetamolletje tegen de hoofdpijn en houden we pas op de plaats. De afgelegde afstanden zijn maar klein, maar de hoogte is zo duidelijk merkbaar. Het is een prachtige tocht, de bergen zijn zo ruig en prachtig van kleur, er is weinig verkeer en we hebben geen haast, er zit nog genoeg pasta en rijstepap in de tas waarom zouden we ons haasten. Dag vier klimmen we naar 4100m, na 12km en bijna twee uur fietsen is dit onze laatste kampeerplek voor we over de top zullen gaan. Joor voelt de hoogte nu ook steeds meer en ook hij heeft last van wat hoofdpijn en licht gevoel in het hoofd. Dag 5 dus over de top, 20km naar de pas. Halverwege staat een oude Argentijnse auto, die kan ook niet meer, een sleepvrachtauto helpt hem naar boven. Het is zwaar, maar prachtig, deze bergen zijn zo kleurig, sochtends zwart en later rood en roze en oranje en bruin en blauw en groen, en zo hoog en nu komen we zo hoog dat er nog sneeuw ligt, pendientes, een soort gletsjerachtige ijspieken, metershoog. De laatste meters naar de pas zijn loodzwaar, Stel voelt zich heel slecht, zo licht in het hoofd, het hart klopt als een wilde bij de lichtste inspanning, ook Joor voelt licht en duizelig, maar bikkelt iets harder door, om vervolgens terug te lopen en Stel omhoog te duwen. En zo komen we boven, het bord op de pas geeft 4780m s.n.d.m. aan, de hoogtemeter van Joor 4728m en op de kaart staat 4795m. Hoog dus en ijl, en we zijn kapot en de tranen vloeien van emotie en inspanning en van dat het geweldig is dat het gelukt is en van het uitzicht, overweldigend. Het waait, dus snel de jassen aan, en dan gauw afdalen, want voordat we weer onder de 3500m zijn duurt ook nog wel even. En zo kwamen we eergisteren in Las Flores aan, weer terug in Argentinie, na zes dagen over de berg.
 
Nu zitten we in San Jose de Jachal, Joors vader wordt dinsdag geopereerd, dus wachten we hier even af hoe dat allemaal gaat. Dan zullen we onze weg weer vervolgen naar het noorden.
Het blijft genieten, dit fietsreizen, de bijzondere ontmoetingen, de prachtige plekken op deze aardbol, zo anders dan Nederland, maar toch ook veel dingen hetzelfde. We blijven ons bewust van het feit dat we bevoorrecht zijn om dit te kunnen doen, fantastisch!
 
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Calafate – Ushuaia

Hola!
 
Weer een heel lang verhaal! Joor is druk in de weer met de
fotos´s, die zeggen vaak meer dan dat ik dat met woorden kan om te beschrijven
hoe het landschap hier is, ik hou me dan ook met name bij wat we gedaan
hebben.
 
Een vijfde update van ons uit Zuid Amerika. Vorige week zijn we
aangekomen in de zuidelijkste stad op aarde die via de weg te bereiken is,
Ushuaia (Argentinie)! Puerto Williams ligt nog zuidelijker en behoort tot Chili,
maar daar kun je alleen met de boot komen. Dus Ushuaia is voor ons het eindpunt
van onze eerste fietsetappe. Santiago – Ushuaia 4777km.
Onze laatste update
was in El Calafate, Argentinie. Vandaaruit voerde de weg ons door de pampa
terug naar Chili, Cerro Castillo. Vanuit El Calafate hadden we veel geluk met de
patagonische wind in onze rug, met een kilometertje of 30 zoefden we over de
weg, totdat deze van richting veranderde en we schuin op de wind te fietsen
kwam. En dan maak je dus pas echt kennis met deze beruchte wind… Met de handen
stevig aan het stuur en alles stevig op de fiets gebonden ratelden we half op de
wind door de pampa. Na 120 kilometer verscheen er een huis, dat een politiepost
bleek te zijn en de midden overdag in slaap gevallen (tis hard werken hier… zo
op deze lege pampa gebeurd echt niks) gendarmeria (snel z´n tshirt
rechtstrijkend en zn haren in de plooi brengend) vond het prima dat we de tent
in zijn tuin opzetten. Er stond een vervallen oude bus, die bood ons enige
bescherming tegen de wind. Halverwege de nacht verandere de wind echter van
richting en de tent klapperde om het leven. Om zes uur waren we allebei klaar
wakker, alles maar snel inpakken en weer op fietse. Door via het schapenland. In
dit deel van Patagonie staan duizenden en duizenden schapen (United Colors
of)Beneton schijnt hier ook ergens zijn land te hebben). Een boer te paard is
een grote kudde schapen aan het opdrijven. Hij vertelt ons dat ie er 38000
heeft. Die moeten allemaal geschoren worden deze zomermaanden. Van sochtends 4u
tot savonds 7 is ie daar mee bezig. Daar maakt Beneton vervolgens onze mooie
gekleurde truitjes van! Geloof niet dat deze boer er zo rijk van wordt als B.
Hard werken in een ruige omgeving en dan die wind de hele dag, de baas zag er
uit alsof ie al wel toe was aan zn pensioen, maar waarschijnlijk was ie pas
halverwege de 40…
Tegen drie uur is de wind niet te harden, we moeten er
dan ook vol tegenin richting Chileense grens. We besluiten even pauze te houden
als de weg wat omhoog gaat en wij beneden wat uit de wind kunnen zitten. Na
anderhalf uur wachten blijkt de wind echter nog niet te zijn afgenomen, we
rollen weer terug naar onze beschutte plek en wachten nog wat. De wind neemt
niet af. De tent opzetten lijkt zo geen optie. Het afwateringskanaal dat onder
de weg doorloopt heeft een klein betonnen platformpje waarop het mogelijk lijkt
om samen te kunnen liggen. We besluiten dat dit onze beste optie zal zijn. Eten
koken wil ook niet zo lekker, want de brander heeft ondanks dat ie overal op zou
moeten branden toch wel erg veel moeite met de vieze Argentijnse en Chileense
benzine. Na een uur is de pasta eindelijk gekookt en de saus opgewarmd… bij
het ontbijt laat ie ons echter helemaal in de steek, geen rijstepap vanmorgen,
maar crackers met jam en manjar (soort Bebogeen voor degenen die weten wat dat
is). We spreiden het reisplastic van de fietsen en het grondzeil van de tent
uit, daarop komen de matjes en dan maar in de slaapzak. De wind is ijzig koud
geworden, dus dit is een goeie test voor de slaapzakken. En zo liggen we dicht
tegen elkaar aan in een afwateringsbuis, terwijl er af en toe en auto boven ons
over de weg raast, ieder in de eigen mummy en zo warmen we langzaam op. Het
heeft ook wel weer wat zo onder de blote hemel met uitzicht over een watertje
met eenden en ganzen en een vos die op een lekker hapje aast. Ook dit hoort bij
zo´n fietsavontuur, we vallen opgewarmd in slaap af en toe weer wakker worden
met uitzicht op de sterren.
 
De volgende dag weer grensformaliteiten en
we staan weer in Chili. Een nachtje in een luxe hotel in Cerro Castillo, lekker
zacht bed en warme douche en we gaan op weg naar Torres del Paine, een
natuurpark met een prachtige berg/rotsformatie. Net op de fiets ontmoeten we
twee Franse fietsers en daarna twee Duitsers, we wisselen verhalen uit en voor
we het weten hebben we twee uur staan kletsen, erg leuk altijd om
fellow-cyclists te ontmoeten, hebben we even iemand anders om mee en later
samen over te praten ;)
 
Torres del Paine is met name een park waar je
meerdaagse trekkings met backpack kunt maken onder en om de bergen langs, het
lijkt een beetje aan z´n eigen succes ten onder te gaan. We besluiten om de berg
naar met uitzicht op de Torres op te lopen in een dag heen en weer. Op weg naar
de camping onder aan de Torres komen we lallende Amerikanen tegen met glazen
wijn in de hand. Tja… Als dat soort volk hier ook rondloopt. Onderweg op het
pad omhoog naar de Torres komen we ontzettend veel backpackers tegen. Dan worden
we nog meer bevestigd in ons idee om niet te gaan trekken. We beleven en zien
genoeg ´avontuur´ op de fiets, zo en masse de berg op en hutje mutje kamperen
brrrrr. In een paar dagen fietsen we verder het park door, we kamperen nog een
paar dagen met uitzicht op de Torres op een rustige camping met rondscharrelende
vosjes, mooi plekje, en zo komen we op 24 december rond 19u aan in
Puerto Natales, nog net op tijd om Stel dr vader te feliciteren met zn
verjaardag (wij zijn vier uur achter in de tijd ten opzichte van
jullie).
 
In Puerto Natales was verder niet veel meer te doen dan lekker
eten en luieren, wat ons goed beviel. We zaten in een relaxed familyrun hostal
en zo kregen we een beetje hun kerstgevoel mee. Er stond een grote boom in de
woonkamer en toen we binnen kwamen waren ze druk bezig met het maken van
allerlei taarten en sandwiches. Kerst wordt hier met name de nacht er voor
gevierd, om twaalf uur snachts gaan ze schranzen van de taarten en de sandwiches
en daar wordt het nodige bij gedronken. We werden uitgenodigd om met ze mee te
doen, maar twaalf uur halen als je 7 uur op het zadel gezeten hebt, dat was voor
ons toch te lastig. Op eerste kerstdag ging de familie smiddags ergens het
platteland op om te barbequen (parilla), dat schijnen de meeste Chilenen te
doen. Bij het ontbijt kregen we van de baas leftovers van de taart en koekjes en
cakejes, lekker.
 
Via Puerto Natales was het drie dagen fietsen naar
Punta Arenas, de zuidelijkste overland bereikbare stad van Chili. Ook op dit
traject speelde de wind ons weer parten. We klagen in Nederland wel eens over de
wind, maar als je hier geweest bent, dan lach je om de Nederlandse zuchtjes.
Windstoten van meer dan 100km per uur, je wordt letterlijk van de weg geblazen,
pfffffff. Op het midden van de dag is het het hevigste. We kwamen nauwelijks
meer vooruit, dan maar lopen, maar dat leek haast gevaarlijker, Joor pusht snel
verder en Stel staat schrap om de windstoten op te vangen. Stel kan wel janken,
je kunt niet voor en niet achteruit, en dan komt er weer een windvlaag en ze
valt met fiets en al om juist als er een kleine truck langskomt. De mannen
stoppen en komen bezorgd naar buiten, moet de fiets soms op de truck? Er is niet
echt plek voor en in de beschutting van de truck komt Stel op adem. Joor snelt
te hulp en duwt Stel dr fiets de laatste paar honderd meter naar een
bushaltehuisje. Daar wachten we tot de wind afneemt, maar dat doet ie
nauwelijks, na vier uur wachten en honderden passerende schapen (ook zij hangen
schuin in de wind!) die voortgedreven worden door drie cowboys te paard later,
steigen we weer op ons ros de laatste kilometers naar Villa Tehuelces. Daar
wacht ons een warm onthaal bij een vriendelijke oude dame met een relaxed
hospedaje en heerlijk schone bedden. Pffff.
 
De wind is de volgende dag
minder hevig en we komen 7u en 100km later in Punta Arenas aan, tijd voor oud en
nieuw. Oud en nieuw zonder vuurwerk, ze besteden hun geld hier blijkbaar liever
aan eten, en prachtige taarten. Wij vieren oud en nieuw in een door Oma
Jans´reispot gefinancierde lekkere hotelkamer met cinecanal (filmkanaal) en
tenedor libre bij de chinees (eten zo veel je wilt, het enige restaurant dat
open is op oudejaarsavond).
Twee januari brengen we een bezoekje aan de
Maggelhaanse Pinguins in Seno Otway, schattig, overal van die grappige kleine
zwart witte pinguins met hun grijze pluizige babies. En de dag erna gaan wem et
de boot over naar Porvenir, Tierra del Fuego! Helaas over onrustige zee (van de
harde wind), beetje misselijkmakend, maar met de beide benen weer op de fiets
besluiten we om te gaan fietsen en wel zien waar we uitkomen. Met de wind in de
rug blazen we over de ripio (onverharde weg), over een prachtige weg langs de
kust, met uitzicht op de besneeuwde bergen aan het eind van de wereld en 100km
later besluiten we bij een estancia (boerderij) te vragen of we daar uit de wind
mogen kamperen. De vrouw is wat verbaasd, omdat de estancia niet direct aan de
weg zit is ze blijkbaar geen fietsers gewend, maar na enige aarzeling mogen we
dan wel in de schuur van de schapenscheerders slapen. Het schapenscheren doen ze
hier pas in juni, omdat de wol dan veel meer waard is. Prima voor ons, we hebben
een rustige windvrije nacht. Helaas bromt het agregaat nog wel tot laat in de
nacht door…
 
sMorgens weer de wind in de rug, met 30-35km/u blazen we
weer oostwaarts, door het pampalandschap met guanacos en schapen, wow alsof we
vliegen! Weer de grens over, stempel uit en in en we staan weer in Argentinie.
Deze dag word een recorddag met 155km op de teller komen we in Rio Grande aan.
Beetje verlopen plaats, niets bijzonders, net als de meeste steden hier
trouwens, voor de cultuur hoef je niet naar Patagonie. Dan door zuidwaarts, dan
verandert de pampa en wordt het weer heuveliger en bosrijker, mooier! We
ontmoeten onderweg vijf Spaanse fietsers en een Australische meid. In Tolhuin
kletsen we bij. In Tolhuin was ons verteld door de Franse en Duitse fietsers
over een panaderia dat een casa de ciclistas zou zijn en inderdaad, nadat we
heerlijke zelfgemaakte chocolade daar hebben gekocht brengen ze ons naar een
slaapkamertje boven de bakkerij (=panaderia) waar we de nacht wel door mogen
brengen. Achter in de bakkerij is een badkamer en de fietsen staan naast de
koelkast met het verse deeg! De geur en de broodjes zijn hier niet te versmaden
en we eten onze buikjes rond. De Australische Polly komt bij ons op het kamertje
slapen en zo hebben we een gratis nachtje waarbij we om half 6 gewekt worden met
een heerlijke zoete verse broodgeur, wat wil een fietser nog meer. www.panaderialaunion.com als het goed staat onze vertrekfoto
met de Spanjaarden en de eigenaar van de zaak op de site.
En dan samen met
Polly de laatste 100km naar Ushuaia! Halverwege moeten we een laatste pas over
en we besluiten die voor de volgende dag te bewaren. We kamperen met zn drieen
aan het Lago Escondido en zo arriveren we op 8 januari na 4777km in Ushuaia, fin
del mundo! Met utizicht op de grote cruiseschepen in het Beagle Channel
realiseren we ons dat verder zuidelijk fietsen niet mogelijk is. We hebben de
eerste etappe van ons avontuur er op zitten!
 
De afgelopen dagen hebben
we gekampeerd in het nationale park Tierra del Fuego, maar dat is een behoolijke
tourist trap, het einde van ruta 3, een suf bord waar iedere toerist mee op de
foto wil, stoffige wegen, veeels te veel toeristenbussen…
Aanstaande
vrijdag de 16e vliegen we naar Mendoza, vanwaar de tweede etappe van ons
avontuur zal starten, op naar de hoge Andes en Bolvia en Peru, weg uit het
vertrouwde westerse Chili en Argentinie en op naar ruige bergen en indigenous
peoples in het noorden.
 
Posted in Uncategorized | 1 Comment

Coyhaique (chili)- El Calafate (Argentinie)

We zitten in El Calafate, Argentinie. De afgelopen weken hebben we de Carretera Austral afgerond en zijn we via een bijzondere grensoversteek weer in Argentijns Patagonie aangekomen.
 
Het zuidelijk deel van de Carretera na Coyhaique is nog mooier dan het noordelijke deel. Veel ruiger en desolater en nauwelijks toeristen. Perfect dus. In Coyhaique hadden we onze voorraden ingeslagen om regelmatig te kunnen kamperen, maar de eerste dagen is het nog om en om, nachtje tent, nachtje hospedaje. In Cerro Castillo zitten we gezellig te kletsen met de duena van onze hospedaje als er twee kerels op de fiets aankomen. Jean uit Belgie en Simon uit Engeland hebben elkaar op de klim naar Cerro Castillo ontmoet en hebben besloten om samen een stukje verder te reizen. Gezellig verhalen uitgewisseld en sochtends met zn vieren op de fiets in wat druilerig weer vertrokken. Simon in zn korte broek, omdat ie geen lange fietsbroek mee heeft… Na een uurtje fietsen gaat de motregen over in heuse regen en rollen we snel achter elkaar aan over de ripio om maar kilometers te maken. Door de gedeelde smart kunnen we het volhouden en realiseren we zowaar bijna 70 kilometer, dan gaat de regen over in natte sneeuw. We maken ons zorgen over de mogelijke onderkoeling van onze vriend Simon in zijn korte broek en besluiten dat we snel op zoek moeten naar een geschikt kampeerplekje. Dan staat er plots een bouwvallig schuurtje langs de weg waar we ons kamp kunnen opslaan! Vol in het zicht van de weg kamperen, dat doen we met zn tweeen nooit, maar hier in dit uitgestorven deel van Patagonie, in de regen, met drie sterke mannen, denken we er geen seconde over na. In het hutje ligt droog hout en na het eten bouwen we een vuurtje. Meer rook dan vuur, zodat onze jassen nu nog naar rook stinken, maar het verwarmt, en we praten en lachen en zo kruipen we tevreden in onze tentjes als het donker wordt.
De volgende ochtend biedt ik Simon mijn tweede lange fietsbroek aan. Het is nog steeds grijs en grauw en hij besluit dan ook om mijn aanbod te accepteren. I´m cycling in lady lycra!
 
De dagen die volgen fietsen we gevieren via Bahia Murta naar Rio Tranquilo, waar we een cabana huren en gezellig mn verjaardag vieren. Het weer klaart op en met stralende zon vertrekken we via Lago General Carrera naar Puerto Bertrand. Halverwege komen we langs een idyllisch plekje aan het meer, met uitzicht op de besneeuwde bergtoppen en gletsjers. De boer van wie het land is is wel gewend dat er toeristen op zn land komen en we mogen er dan ook best kamperen. Hij kan zelfs een parilla voor ons verzorgen, een barbeque met vers geslachte lam… Simon is helemaal enthousiast en is bijna in staat om kilometers terug te rijden om bij een hosteria bier en wijn te gaan regelen. Het idee dat het lam speciaal voor ons geslacht moet gaan worden trekt mij minder, maar de mannen willen vlees… Na onze duik in het ijskoude meer, hangt er dan ook een druipend lam aan de spies in het vuur… Gescharrelder vlees dan dit kun je niet krijgen denk ik, dus gevieren zetten we onze tanden in het vlees, helaas minder mals dan verwacht, maar Simon is geheel content. Onze eerste parilla-ervaring.
 
Na vijf dagen gezamenlijk opgetrokken te hebben merk je dat er af en toe wat spanningen zijn. Met name Simon racet als een wilde bergaf op de ripio en schuwt daarbij de gaten en grote stenen niet. Zijn fiets hoeft het dan ook slechts vol te houden tot El Chalten, waar we over anderhalve week aan zullen komen. Jean probeert Simon zo goed en zo slecht als het gaat bij te houden, maar Joor en ik doen het wat rustiger aan. Als Simon een spaak breekt en daardoor een lekke band krijgt houdt ie even weer wat in, maar daarna is het hek weer van de dam. Vlak voor Cochrane besluiten Jean en Simon om door te fietsen en Joor en ik zetten de tent op bij een vriendelijke boer met uitzicht op de plek waar de Rio Baker en de Rio Chacabuco samen komen. Dit is een van de vier controversiele plekke van Chileens Patagonie. Hydro Aisen wil onder andere hier een dam bouwen om daarmee stroom op te wekken wat helemaal naar Santiago gaat. Dit betekent voor Patagonie een enorme verstoring van de natuur, overstromingen van delen van het land, overal electriciteitspalen, overal bedrijfigheid, wat naar alle waarschijnlijkheid ten koste zal gaan van het toerisme, waar Patagonie toch grotendeels op aangewezen is. Voors en tegens, protestmarsen, Greenpeace die zich er mee bemoeit. De aanbouw is nog volop in discussie. Volgens de boer waar we kamperen is het een vernietiging van Patagonie, waar de Patagoniers niks voor terugkrijgen. Voor Chili lijkt Patagonie niet te bestaan, Chili loopt van Santiago tot Puerto Montt… In veel hospedajes liggen prachtige boekwerken om de bouw van de dammen tegen te houden, met prachtig gefotoshopte fotos waarin de dammen zijn aangebracht en de electriciteitspalen om te laten zien hoe dat wordt, fotos met geerodeerd land en ondergelopen gebieden. Interessant om een beeld te krijgen van wat er aan de hand is. In Nederland horen jullie hier waarschijnlijk helemaal niks over. Als we onze tent opzetten verschijnt er een kudde guanaco´s boven op de berg, er hinnikt er een als een paard (lacht ie ons uit? gelukkig is ie te ver weg om ons te bespugen), prachtig om die beesten zo in het wild te zien!
 
We fietsen de dag erna door naar Cochrane, de laatste plaats van enige omvang aan de Carretera voordat we de oversteek naar Argentinie zullen maken. Bij vertrek ontdekt Joor dat zn zonnebril nog bij de boer 18km terug bij de splitsing ligt… Hier en daar vragen levert ons een oude baas met zijn jeep op die ons wel heen en weer wil brengen. De bril was al in veiligheid gebracht door de boer. Grappig uitstapje zo, we zitten even voor het middaguur alsnog op de fiets richting Tortel. Even na de afslag komen we Reese en Nina tegen, twee ozzies op de fiets. Die zullen we in Villa O Higgins weer ontmoeten, om dezelfde boot mee te nemen naar Argentinie.
 
Tortel is een plaatsje waar tot voor 2003 geen weg heen liep. Vanaf de Carretera is een 22km ripio aangelegd om Tortel te bereiken. Alles ging tot die tijd via boot en lucht. In Tortel zijn geen straten maar alleen maar houten bruggetjes. Bijzonder om te zien, beetje zoals in de film Waterworld, voor wie dat wat zegt. Via een prachtig pad kun je helemaal rondom lopen over de berg van de ene kant van Tortel naar de andere via houten vlonders en trappetjes. Een ingenieus systeem. Tortel is in 2000 bekend geworden doordat prins William van Groot Brittanie daar drie maanden heeft verbleven. Doordat er geen wegen zijn, en omdat de Chilenen zowiezo niet echt nieuwsgierig en opdringerig zijn, kon hij daar drie maanden in alle rust en veiligheid bivakkeren.  Dit heeft Tortel wereldwijd iets van bekendheid gegeven, maar het is nog steeds een slaperig oord.
 
Dan de laatste 100 kilometers over de Carretera, via Puerto Yungay met de ferry over naar Rio Blanco (slapen in de refugio) en door naar Villa O Higgins. Hier woont werkelijk helemaal niemand meer, einde van de wereld-gevoel. Ruige bergen, een paartje condors dat overscheert, wow! Bergop puffend, plots oog in oog met een huemul, een hertachtig dier, zit daar gewoon een paar meter van de weg munchend. Ik ben zo verbaasd dat ik keihard HUEMUL roep naar Joor. We fietsen al tijden door gebied waar deze beesten zouden moeten rondlopen, maar ze schijnen moeilijk te spotten, dus Joor gelooft er dan ook niks van, maar dan ziet hij hem ook. We vallen volledig stil, snel de camera, voordat ie weg gaat, maar het beest lijkt geen enkele aanstalten te maken. Zou ie ziek zijn? In Villa O Higgins wordt ons verteld dat huemuls niet echt bang zijn, en dat ze daardoor ook met uitsterven bedreigd worden, het vlees schijnt erg lekker…
 
Laatste nachtje kamperen tussen de muggen en midgies. We worden er helemaal gek van, Joor heeft geen benen meer over… Ontbijten doen we dan ook niet bij de tent, snel alles inpakken en na een paar kilometer trekken we de pannetjes uit de tassen om langs de weg ontbijt te maken. Hier komt nauwelijks verkeer langs, drie autos op een dag is al veel. Prachtig! Dit is een deel van de wereld dat je gezien moet hebben. Zulke natuur hebben we nergens anders nog gezien. Chilenen die we spreken zeggen dat je dit gezien moet hebben voordat je dood gaat, tja… Kijk maar naar de fotos.
 
Dan in Villa O Higgins kaartjes kopen voor de boot. Deze gaat slechts een keer per week op zaterdag. Dus we verenigen ons met Simon en Jean en de Ozzies en er arriveert nog een fietser, Floran uit Frankrijk. Samen met een handjevol backpackers beginnen we aan de oversteek naar Argentinie. Vanuit hier is het alleen mogelijk om met een voetferry de grensoversteek te maken naar Argentinie, via Lago O Higgins, 2,5u met de boot naar de andere kant, waarna je 22 kilometer moet overbruggen naar de grenspost en naar Lago Desierto. De eerste 16km zijn over Chileense ripio waarna 6km bospad volgen door Argentinie. De brug is weggeslagen, daarvoor in de plaats ligt er een klein voetbruggetje, tassen van de fiets, fiets over de schouder en alles overhevelen. Dit doen we daarna nog een keer door het bos om alles droog over te brengen, we waden zelf met slippers door het water. Veel omgevallen bomen, tillen, duwen, trekken, samen een voor een de fietsen. Mooie tocht. Zwaar, maar super de moeite waard. Binnen vier uur trek- en duwtijd arriveren we aan de Argentijnse grens vanwaar de boot gaat over Lago Desierto om op het Argentijnse vaste land te komen. Door al het trekken en duwen zijn we helemaal naar de kloten, maar wat een prachtig uitzicht op de berg Fitz Roy over het meer! Stempeltje entrada en dan met de ferry naar de andere kant. Simon, Jean en Floran vertrekken als een speer, omdat ze vanavond El Chalten nog willen halen zodat Simon daarna met bussen terug kan naar Santiago. Reese en Nina willen wel met ons kamperen en na een paar kilometer fietsen vinden we een plekkie waar we mooi uit het zicht van de weg staan.
 
De laatste kilometers naar El Chalten zijn zwaar, superslechte weg. El Chalten is een waar toeristenwalhalla van Argentinie, omdat je vanuit daar mooie wandelingen kan maken naar Cerro Fitz Roy. Vreemd om weer zo midden tussen de toeristen te zitten. Wel fijn voor het eten: de milanesa (scnitzel) met frietjes gaat er lekker in! 
 
In Chalten maken Joor en ik een 8-urige wandeling via Cerro Torre naar Cerro Fitz Roy en weer terug. Prachtig, maar geen benen meer over. Via Chalten is het 210km via de pampa naar El Calafate. De Argentijnse pampa is bijzonder omdat ie zo kaal is, je kan enorm ver kijken. Na 100km hebben we nog steeds zicht op de Fitz Roy! Langs de weg guanaco´s en emoes en gordeldiertjes die snel oversteken. Mooi! Halverwege kamperen we bij de parador La Leona. Daar verzorgen ze een baby-guanaco, 10 dagen oud, zoooo zacht! Schattig.
Dan vol tegen de wind in richting Calafate, hier maken we kennis met de beruchte Patagonische winden. Beter sochtends op tijd vertrekken…
In Calafate nemen we de bus op en neer naar de Gletsjer Perito Moreno, een van de grootste nog steeds aangroeiende gletsjers. Spectaculair! Hij beweegt en kraakt en bij tijd en wijle vallen er stukken af, machtig natuurfenomeen. 14km in lengte.
 
Vandaag inkopen doen en via de Ruta 40 (Che Guevarra) door naar Torres del Paine. Weer door de pampa, weer de waterzak met tien liter achterop. Stoer, ruig, gaaf! We hebben al weken prachtig weer, temperaturen van rond de 25-30 graden, super! Bijna drie maanden onderweg nu, 3600km op de teller. Kerst in Punto Arenas of Puerto Natales met zon in tshirt en slippers. Andere wereld!
Posted in Uncategorized | Leave a comment

San Martin – Coyhaique

Na drieeneenhalve week even weer een teken van leven van ons uit Zuid Amerika.
In de vorige update zaten we net over de grens van Argentinie in San Martin de Los Andes. Nu zitten we weer in Chili, in Coyhaique aan de Carrettera Austral.

Vanuit San Martin zijn we door het zeven merengebied gereden (los siete lagos), naar Villa Angostura. Erg mooie route, prachtige blauwe heldere meren, Lago Espejo Chico waar we aan kamperen is echt als een spiegel. Een week later horen we van andere toeristen dat ze niet meer over deze weg konden rijden, omdat er een brug was ingestort! Gelukkie voor ons dus, dat we er nog door hebben gekund. Helaas was de broer van Maxima in Villa Angostura niet thuis overdag en hebben we alleen even door het raam van zn restaurant gegluurd.

Via Bariloche (weinig boeiende plaats, niet wat we er van verwacht hadden, veel stinkende autos, smalle wegen en toeterende Argentijnen) naar El Bolson. De Argentijnen zijn trouwens in vergelijking met de Chilenen beesten op de weg. De grote vrachtwagenrijders toeteren je van de weg af. Ze gaan niet om je heen, maar drukken je de berm in, die vol met gruis en grote stenen ligt, kloten dus!

El Bolson is een hippie-oord, erg relaxed dus, het ligt mooi tussen de bergen. Daar zijn in de zestiger jaren veel hippies heengetrokken en tot op de dag van vandaag zitten ze er nog met hun lange haren en hun zelfgemaakte frummeltjes, houtsnijwerkjes, wollen mutsjes en sieraden. Leuke markt met artesania, en natuurlijk kon je hier en daar de marihuana ruiken, sssst. 

Vanuit El Bolson door naar het Nationaal Park Los Alerces via Cholila. En wat schetst onze verbazing, een kilometer of twintig buiten El Bolson draaien er twee fietsreizigers de weg op: we hebben weer fietsbelgjes gevonden! Benjamin en Vanessa uit Brussel zijn net als wij op weg naar het zuiden, via Trevelin naar de Carrettera Austral in Chili. We proberen even gezamenlijk te fietsen, maar onze tempo´s liggen te veel uit elkaar. Zij zijn nog maar kort aan het fietsen in Argentinie en dit is voor Vanessa haar eerste echte fietsreis. Wij hebben al ruim 2000 kilometers in de benen zitten en daarbij de ervaring van onze vorige reis. We gaan dus wat harder dan zij, geen probleem we komen elkaar wel weer tegen. Tijdens onze lunch rijden zij ons weer voorbij en zo houden we ze de rest van de dag een eindje voor ons in het vizier, totdat ze plots van de weg verdwenen zijn, waarschijnlijk een theehuis ingedoken. De weg is ook meer dan slecht, belabberd, zwaar beroerd en ze zullen er wel genoeg van hebben gekregen. Wij ploeteren verder voort naar Cholila, langs het huis/de schuur van Butch Cassidy en de Sundance Kid. Daar hebben zich deze beruchte bankrovers eind 19e eeuw ruim vijf jaar schuil gehouden, totdat de Argentijnse overheid ze in de smiezen kreeg, omdat ze ook in Argentinie banken gingen overvallen, uiteindelijk zijn ze zo uitgeleverd aan de VS. Cholila stelt niks voor, maar om Butch zijn ze bekend. Op de camping waar we overnachtten hangen allemaal ingelijste krantenartikeltjes. 
De volgende ochtend treffen we de Belgjes bij de supermarkt. Eind van de dag kamperen we gezamenlijk in het Los Alerces park, gezellig. Mooi plekje langs de rivier, een camping zonder voorzieningen, we wassen ons in het ijskoude water van de rivier met de zon op de blote billen. De koeien knabbelen aan de spullen als je even niet op let. De mannen stoken een vuurtje en zo babbelen we gezellig tot laat op de avond bij het kampvuur. Het echte buitenleven!

Het Nationale Park is ruig. De wind waait het stof ons om de oren, de bomen ruisen heftig en over het meer kun je het water zien stuiven. Gaaf om te zien. We verwachten dat dit een weersverandering voor de komende dagen zal betekenen, dus we besluiten om door te fietsen naar Trevelin. Dat blijkt een goede keus, aan het eind van de dag begint het te regenen. Ook de volgende dag is het regen, regen, regen. De Belgjes komen verzopen aan in het hostel waar wij een dagje rust houden.
De dagen erna zal het weer niet veel veranderen zagen we op internet, maar we hebben geen zin om langer in Trevelin te blijven. Met de regenkleding in de aanslag gaan we richting de grens. Halverwege begint het inderdaad te regenen… Gelukkig duren de formaliteiten bij de grens aan beide kanten niet lang en zijn we rond 16u in Futaluefu, Chili. Daar strijken we neer in Los Troncos, een klein family-run hostelletje, waar we een dagje extra blijven om de regen af te wachten. En dan dus richting Carrettera Austral. De weg voert ons door een smalle kloof op en neer over ripio (onverhard) naar Villa Santa Lucia.
En dan schijnt de zon weer en voert de Carrettera ons door prachtig landschap met gele bremmen en paarse lupinen (wat ruiken die lekker!), hoge stijle bergen en besneeuwde toppen naar La Junta. En dan beginnen de roadworks… En als iets beroerd fietsen is dan is het als ze aan het werk zijn om de weg klaar te maken voor asfalt…
De Camino Austral is een onverharde weg die het noorden van Patagonie vanaf Chaiten tot het uiterste zuiden, Villa O Higgins verbindt. Pinochet met zijn militair regime heeft in 1978 opdracht gegeven om deze weg te laten maken, voor velen onder dwang. Vele Chilenen zijn er bij gestorven, doordat het zwaar was, doordat het gevaarlijk was, via smalle kloven en kolkende rivieren, waarbij rotsen met dynamiet weggeblazen moesten worden. Maar ongeveer halverwege de jaren tachtig was Ruta 7 klaar en was zo het remote zuiden met de rest van Chili verbonden. De weg was onverhard en die moet nu dus twee-baans gemaakt en geasfalteerd worden. Je kunt je voorstellen wat voor chaos dit geeft. Bomen moeten wijken, de natuur wordt gekapt, bergen worden afgegraven om de weg gelijk te maken, nog veel meer rosten worden met dynamiet weggeblazen. Het is een lelijk gezicht en de grote stenen die ze op de weg storten zijn met de fiets praktisch onbegaanbaar. Maar de stukken waar al asfalt ligt zijn heerlijk om te fietsen en de delen waar ze nog niet zijn begonnen zijn nog ruig en spannend met vossen over de weg en smalle doorsteekjes. Een bijzondere route dus met een interessante geschiedenis. We zitten nu meer dan halverweg in Coyhaique, 2640km op de teller, twee maanden onderweg en volgende week wordt Stel dertig! We gaan nog maar ff door!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Chillan – San Martin de los Andes

Hallo allemaal,
 
Het is alweer even geleden, we zijn al weer flink wat kilometers verder, de teller staat op 1610 km, na ruim een maand, niet gek vinden we zelf.
 
Resumen (samenvatting) van de afgelopen weken:
Chillan staat bekend om zijn lekkere longanizas (worstjes), die hebben we maar even geprobeerd in een grote vleesmarkt waar ze allerlei eettentjes bij hebben, ze waren erg lekker! Verder was er in Chillan niet veel te doen. Maar weer snel op fietse dus, verder richting het zuiden. Voor degenen die het op de kaart en/of google earth een beetje willen volgen, we zijn via Yungay (dus richting de Andes en dan zuidwaarts) naar Los Angeles gereden (snel al in de VS dus ;) Ook LA was geen boeiende plaats, maar op de weg achterlangs hadden we zicht op de eerste vulcaan, een prachtige besneeuwde top! Er zijn maar weinig wegen behalve de snelweg die naar het zuiden leiden, tis dus een beetje zoeken waarlangs het het mooist cq wat soms handiger is. Rijden op de snelweg is in Chili geen probleem. Na een dag via allerlei secundaire wegen om de snelweg te vermijden, waren we daar wel klaar mee. Op secundaire wegen is het namelijk druk en er is weinig plaats voor fietsers, deze wegen worden door veel vrachtwagens die bomen (pino en eucalyptus) vervoeren bereden, de berm is met name slecht en bij tijd en wijle volledig afwezig, wat het fietsen een hachelijke onderneming maakt. Dus dan maar een stuk over de snelweg! De snelweg heeft een brede berm en op zondag rijdt er nauwelijks verkeer, dat was dus goed te doen. Het is wel zo dat snelwegfietsen niet het meest boeiende is om te doen, dus toen we vanaf Collipulli tot Victoria de snelweg hadden gevolgd was het fijn om er weer af te kunnen.
 
Via Victoria fietsen we naar Curacautin om vandaaruit het Nationale Natuurpark Conguillio in te gaan en om om de vulkaan de Llaima heen te fietsen. Het geluk was met ons, want de afgelopen tien maanden is het park gesloten geweest, omdat de Llaima in januari onrustig was geworden, er stroomden kleine stroompjes lava uit. Dit hadden we in Nederland al op het Vulcanismeblog gezien, maar we hoopten dat de Llaima tegen de tijd dat wij er aan zouden komen hopelijk weer rustig zou zijn. En dat was dus het geval, per 17 september was het park weer geopend voor het publiek, we konden er door!
 
Vanuit Curacautin kon je de Llaima al zien liggen, de lucht was stralend blauw toen we uit Curacautin vertrokken. Op de kaart, en zo werd ons ook verteld door de dames van het toeristenbureau, zou het 42km zijn naar het meer aan de voet van de vulkaan op plm 1100m hoogte. Dat wordt het doel voor dag 1. De weg is na de eerste tien kilometer onverhard (ripio) en bij tijd en wijle heeeeel slecht, dus duwen en trekken, kilometers gelopen, maar wat is dat park supermooi met voortdurend uitzicht op de besneeuwde vulkaan!
 
Langzaam (over de hele dag gemiddeld 8 km per uur) klommen we steeds hoger. Gedurende de hele dag passeerden ons welgeteld drie autos, wat een rust, wat een luxe, zoveel ruimte! Rond vier uur kwamen we op de top van de klim, plm 1200m hoogte, door de sneeuw, de weg was wel sneeuwvrij, maar langs de weg stond het nog ruim een meter hoog. Daarna een klein stukje afdalen door het besneeuwde bos, in de zon, langs de Araucanias, van die gekke dennebomen, in het Engels is het de Monkey Puzzle Tree (zie Joors fotos). Bijzonder, prachtig. En dan is daar het meer, en slaan we ons kamp op, douchen in de zon met ijskoud water uit een riviertje dat richting het meer stroomt, potje pasta koken en genieten van het uitzicht: de vulkaan, de besneeuwde bergen om ons heen, de vreemde vogels, de stilte, absolute stilte, alsof je alleen met zn tweeen op de wereld bent. Niemand die maakt je wat. Ondenkbaar in Nederland, hier is nog ruimte. Langzaam zakt de zon achter de bergen, daar zitten wij dan, voor ons tentje, met de wereld om ons heen, kamperen op zo een plek is onbeschrijvelijk, totale vrijheid, hier doe je het voor, dat is fietsreizen, weg van de drukte, weg van de toeristen, samen in het nergens, geweldig!
 
sOchtends staat de rijp op de tent, het water in de bidons is bevroren, maar we hebben het geen centje koud gehad, onze donzen slaapzakken kunnen nog wel meer aan. Rijstepap met muesli, de mist trekt langzaam op boven het meer, de zon verwarmt onze slaperige koppies en ontdooit het water in de bidons. Wow, wat een plek, bijzonder!
De boel weer in de tassen en verder langs de andere kleinere meertjes, om de vulkaan heen, over de weg die dwars door de lavavelden loopt, zwart als roet, onwerkelijk, hobbeldebobbel, want de weg is niet zo goed, maar het landschap maakt dat driedubbel goed. We zijn erg onder de indruk, dit park is zo mooi.
 
Na dertig kilometer bereiken we het dorp aan de andere kant van de vulkaan, Melipeuco. Vandaaruit nog steeds zicht op de vulkaan, het blijft een gaaf gezicht. Door richting Cunco, afscheid van de Llaima, door naar Villarrica, de volgende vulkaan en het daarnaar genoemde plaatsje. Het is een toeristisch plaatsje aan het meer, beetje Zwitserland in Chili, met kuchen (lekker!). Paar daagjes rust, we wachten de regen af voordat we weer verder gaan. De eerste regen sinds onze aankomst in Chili, dat kunnen we hebben. In de zon door naar Conaripe en de volgende dag naar de Termas van Conaripe. Hete bronnen waar ze baden van gemaakt hebben. Relaxen en luieren in het hete water (40 graden) en in de stoomhokken met eucaliptusbladeren, dat verdrijft de verkoudheid die op was komen zetten. Heerlijk en bijzonder, te baden in deze natuurlijke bronnen. Verwendaggie!
 
En dan door naar Argentinie, met de boot over het meer van Puerto Fuy naar Peurto Pirihueico, mooi! Dit is de enige manier om aan de andere kant te komen, dat betekent dus ook dat Peurto Pirihueico de middle of nowhere is, maar wel met een residencial, met een sjacherijnige dame die denkt dat we de kamer voor een uurtje willen hebben, dat is blijkbaar gebruikelijk… Alhowel, het is ook een romantische tocht over het meer en de boot gaat anderhalf uur later weer terug… De volgende ochtend is ze beter aanspreekbaar gelukkig, en we krijgen zowaar ontbijt, de laatste broodjes, gelukkig heeft de buurvrouw er nog een paar liggen, die nemen we mee voor de lunch. Op naar de grens! Paso Hua Hum, niet zo hoog, 670m, geen problemen aan beide fronteras, stempeltje uit en stempeltje in, geen enkele tas hoeft ingekeken, welkom in Argentinie.
 
Ripio weg naar San Martin, hobbeldebobbel. Dit keer minder leuk, omdat er geen uitzicht is, we zitten in het natuurpark Lanin, overal bomen, de doorsteek over de Andes is te laag, we zitten nog niet boven de boomgrens helaas… Dat herinnerden we ons dus ook weer, de kaalheid en ruigheid, dat maakt fietsen in hooggebergte zo boeiend, dat geeft uitzicht, maar dat komt pas later, over enkele maanden, als we over de Paso de Agua Negra gaan, zouden we dit keer weer zo ver komen? Nu dus de tanden op elkaar en doorhobbelen. Wasbord en stenen, de fietsen zijn nog heel, maar hoe lang nog? De kapotte bidonhouder van Joor kon keurig gelast in Villarrica, met een plakker op Stel dr bidon was die ook weer waterdicht, we houden ons hart vast, maar houden er ook niet te vaak rekening mee. De dikkerdjes zijn stevige fietsen, hopelijk houden ze nog ff vol, want wij hebben er nog veel lol in. Over de Argentijnen valt nog niet veel te zeggen. San Martin is een sjiek toeristenoord met Duitsaandoende chaletachtige huizen, overal chocoladewinkels en ski- en buitensportbenodigdheden. Niet echt afzien dus, ook lekker!
 
We gaan de komende dagen door via de zeven meren route naar Bariloche, ook daar zit een Zwitserse kolonie, dus het zal allemaal wat Zwitser/Duits blijven aandoen, op zn Argentijns natuurlijk! Eens zien of de broer van Maxima thuis is in Villa Angostura, daar schijnt ie een restaurantje te hebben, geinig!
 
Posted in Uncategorized | Leave a comment