Twee weken gelden maandag zijn we dus vanuit Salta de bergen weer in gefietst. We moeten vijf passen van boven de 4000m over om aan de andere kant in San Pedro de Atacama te komen, dat wordt dus hard werken. Na 30km langzaam steigen belanden we in Campo Quijano, lunchtijd. Het eelt op de billetjes was toch behoorlijk afgesleten de afgelopen drie weken en we besloten om te relaxen op de gemeentelijke camping. Helaas daar veel zwerfhonden, waarvan er eentje ons direct als zijn baasjes bestempelde. De hele nacht wordt trouw gewaakt naast onze tent, wat af en toe met luidruchtige hondengevechten gepaard gaat…
De volgende dag door onverhard (ripio) en klimmen, rond lunchtijd arriveren we in Chorillos, een piepklein dorp (vier huizen), en een restaurant! Een oud, krom vrouwtje, die naar onze mening al lang met pensioen had moeten zijn (ware het niet dat dat soort voorzieningen hier niet zo goed geregeld zijn als in Nederland) heeft nog wel een lapje vlees voor ons op de plank liggen. Samen met haar evenoude man maakt ze een lekker maaltje voor ons klaar. Twee truckchauffeurs stoppen hier ook om te eten. Zij komen vanaf de berg, hoog in de buurt van Antofagasta de la Sierra. Daar zitten mijnen, rond de 5000m. Die moeten voorzien worden van een speciaal soort benzine die uit Buenos Aires moet komen. Deze truckers rijden wekelijks heen en weer. Kauwend op cocabladeren en zuigend op aspirines om de hoogteziekteverschijnselen de baas te blijven. Pfff. Dit soort trucks rijden altijd in colones van minstens twee, maar ook drie en vier trucks. Zonder sateliet- en telefoonverbindingen is het een hachelijke onderneming om zo hoog de bergen in te gaan. Voor de veiligheid reizen ze altijd met meer.
Na Chorillos is de weg weer verhard en we kunnen nog heel wat kilometers maken. We slapen in de tent naast een boerderij bij Puerta Tastil. Een boer is op het land bezig en we vragen of we de tent op zijn land mogen opzetten, achter het huis, beschut tegen de wind. Geen probleem. Na een uur arriveert er een oudere baas, die kijkt verbaasd dat wij daar staan. Op onze opmerking dat zijn zoon had gezegd dat we hier wel mochten staan, zegt hij dat hij helemaal geen zoon heeft… Dat was de buurman die wij gesproken hadden, lekker!! Maar maakt niet uit, morgenochtend zijn we er weer vandoor. Het is wel ok, hij zal nog wel even met zn buurman praten.
Na een kilometer of 60 arriveren we in Las Cuevas, de directrice van de school vindt het prima dat we de tent naast de school opzetten. De school is al lang uit en daardoor is het lekker rustig. Ze hebben hier alleen maar sochtends school tot 13u en daarna krijgen de kinderen nog een maaltijd en gaan ze naar huis. Er is nog wat rijstepap met melk over van het eten, Joor en ik krijgen allebei een bordje. Als blijkt dat de enige winkel in het dorp niet open gaat, omdat de man die het runt niet in het dorp is en zijn familie het dan blijkbaar niet overneemt, voorziet het schoolhoofd ons ook nog van brood met kaas en mogen we de soep in haar keuken opwarmen. Wat een hartelijkheid. Ze werkt daar al vijftien jaar, nog drie jaar dan gaat ze met pensioen, op 57-jarige leeftijd. Ze is ooit begonnen als juf op deze school, maar toen ging de directeur met pensioen. Bij gebrek aan een nieuwe directeur heeft zij die rol toen op zich genomen. Dit interimschap moet je vijf jaar doen voordat je officieel zelf directeur kan worden, als er voor die tijd een nieuwe directeur zich meldt, ook dus na vier jaar, wordt je gewoon terug gezet in je rol als muestra, juf. Tja. Gelukkig was dat voor haar niet het geval en het bevalt haar goed. Voor het kleine dorp dat het is, telt het wel 75 kinderen (opmerking van een gendarmeria dat er geen electriciteit is, dus wat te doen als het donker is…) en maar twee juffen (waar de directrice een van is) en een meester. Hard werken. De kinderen komen ook uit de omliggende contreien (bergen). Naast de school is een jardin, kinderopvang, waar de kids die niet in het dorp wonen worden opgevangen totdat ze met de bus aan het eind van de middag naar huis gebracht worden. Deze kids hebben ons gesignaleerd en staan nieuwsgierig om de tent heen. Mooie snoetjes. Gereserveerde kinders. Oppassen met de scheerlijnen, als we ze uitleggen dat we nu even willen rusten gaan ze weer weg. Prettig, goed opgevoed.
Snachts Stel aan de diarree, drie keer de tent uit, prachtig heldere lucht, veel sterren, met de kou valt het mee, terwijl we al op 3600m zitten!
En dan de eerste pas over, plm 4100, een oude baas haalt ons in op zijn fiets zonder versnellingen… Wij toch beetje kortademig van de hoogte? Veel minder last van de hoogte dan toen we over de Agua Negra gingen, blijkbaar heeft ons lichaam zich al wat aangepast. Naar beneden Vicuña´s, familie van de lama en lijkt op een klein soort guanaco´s. Mooi! Erg schuw, de lama´s die verder op staan lijken daar minder last van te hebben.
En dan begint helaas de ripio, stof, gravel, wasbord, zand… En dit zal zo blijven tot we in Sociare, Chili zijn, over een kilometer of 250 ofzo… Dit gaat dus langzaam, en het is warm, en op een of andere manier is de weg aan het eind van de middag altijd net iets te lang… Uitgeput komen we in San Antonio de Los Cobres aan. Dagje rust, kleren in de wasmaschien, kamertje met kabelteevee, lekker.
We volgen de hele tijd het treinspoor van de tren de las nubes, trein naar de wolken. Prachtig staaltje werk! Dit spoor gaat na San Antonio richting de Socompa-pas, deze ligt ten zuiden van de Sico. Na San Antonio fietsen wij op naar de volgende pas, plm 4500m. S.A. de los Cobres ligt op 3800m dus we zijn al aardig op weg. Mooie pasweg, we volgens het spoor nog een tijdje, broodje gekookte ei met mayo helpt ons om 15u over de pas. Stoer, weer boven op eigen kracht, mooi, kaal, ruig, stil. Zullen we trouwen zegt Joor (toch door de hoogte bevangen?), ja hoor, doen we wel een keer, nu eerst weer verder fietsen
De afdalingen zijn steeds niet zo lang helaas, omdat we toch vrij hoog blijven. We zitten op een altiplano, hoogvlakte. Ook nu is de weg aan het eind van de middag weer net te lang. Even voor zessen komen we bezweet en gaar aan in Olacapato, maar wat schetst onze verbazing: er zit een hostal, met een prettige kamer en warme douche! En de dueña wil ook nog wel wat te eten voor ons maken, heaven!
Van Olacapato fietsen we over de altiplano door naar de Argentijnse grens. De hele dag komen we geen verkeer tegen. Zo leeg en uitgestrekt, prachtige zoutvlaktes. Dan vlak voor de grens een jeep, een Nederlands gezin! Wonen en werken in Buenos Aires. De bananen die ze ons geven gaan er goed in. Door naar de grens. Daar is het de normaalste zaak van de wereld dat er fietsers overnachten. We krijgen ons eigen huis met keuken en badkamer, goed geregeld. De gendarmeria vertelt ons dat hij al drie jaar op deze post zit. Nog twee te gaan. Saai! Komt weinig verkeer langs, het werk wordt afgewisseld met weken werken in San Antonio en op de grenspost bij de Socompa pas, nog veel saaier, daar komt echt geen hond overheen… Elke vijf jaar krijgen ze een andere post toegewezen, kan overal zijn… Hij heeft al in Iguazu gezeten, in Mendoza, Cordoba, Catamarca, Bariloche… einden uit elkaar, zn huis staat in Catamarca, maar dat heeft ie onderverhuurd aan een collega. Als ie bij familie in Catamarca op bezoek gaat slaapt ie in een hotel… Je wordt er wel flexibel van, hele gezinnen verplaatsen zich zo door het land. Moet je je voorstellen dat dat bij de Nederlandse politie zo zou gaan.
De grensbeamte heeft helaas geen flauw idee hoe het er aan de andere kant van de grens uit ziet. Volgens hem moeten we elf kilometer omhoog naar de Sicopas en vandaar zou alles naar beneden gaan… Niets is minder waar, de Sico is puur een landsgrens, de weg steigt gewoon door. Stel heeft een hele slechte dag en Joor verzet dubbel werk door Stel en dr fiets steeds naar boven te slepen. De pas blijkt pas op bijna 4500m te liggen. Dan een prachtige korte afdaling, elke keer weer bijzonder hoe het landschap en de kleuren toch zo anders zijn aan de andere kant van zo´n pas. Dan weer bergop en we zijn bij de Chileense grenspost. Deze ligt op 4300m. We mogen wederom wel binnen slapen, maar er is geen stromend water. De babydoekjes doen goed hun werk en de voetverfrissers van Marjolein geven ons het gevoel alsof we net onder een koude douche vandaan komen, prima zo. Inslapen is vervolgens geen probleem, maar als we dan weer wakker worden midden in de nacht kunnen we allebei de slaap niet meer vatten, happend naar lucht van de ene zij op de andere, zo ijl, en het raam wil niet verder open… Lekker nachtje dus. Dan gelijk weer een bergje over van 4300m weer naar 4500m en dan behoorlijk afdalen. Joor voelt zich niet zo heel lekker, maar trapt dapper door. Laguna Miscanti was het doel voor vandaag, want daar zouden cabañas zijn mét warme douche, maar onduidelijk is of dat 60, 70 of meer kilometer zal zijn. En over ripio is 60km voor ons echt een hele opgave. Vanaf kilometer 54 gaat de weg weer bergop, en zó slecht en Joor voelt zich ook slecht dat we besluiten om de tent op te zetten op 4100m, lager dan vanacht en na twee paracetamollen slaapt Joor ook rustig in en in de tent is de lucht een stuk minder ijl en we slapen een rustige nacht.
Laguna Miscanti was nog eens 15km verderweg, dus dat hadden we nooit gered voor donker, het wordt hier al om half 7 savonds donker, half 7 sochtends licht, we zijn na Argentinie weer een uur terug in de tijd gegaan met Chili, nu 5 uur verschil met Nederland.
Prachtig meer, illegaal ingegaan, broedgebied van een met uitsterven bedreigde meerkoet, broedtijd van juli tot december (dus nu niet!). De wit-van-de-zonnebrand-gesmeerde homofiele guardaparques vindt het niet zo heel erg gelukkig, we betalen alsnog entree en rollen na de laatste pukkel van 4200m naar Socaire. Mooi op tijd voor de lunch, konijn! Raar, maar we hebben honger. In het hostal staan vijf hokken, allemaal met van die pluizige beesies, lokale specialiteit, maar niet te veel bij nadenken, Flops…
Dan laatste etappe naar San Pedro de Atacama en zo zijn we na elf dagen vanaf Salta weer in de bewoonde wereld!!
Morgen door naar Calama en dan noordwaarts naar Ollague, waar we de grens met Bolivia over zullen gaan! Zal wel een lange radiostilte worden, pas weer internet in Uyuni denk ik. Op naar de Salar!